Waarom is het Kanaal zo breed?

Verenigd Koninkrijk De Britten waren altijd al dubbel over Europa, maar een ‘Brexit’ was nooit aan de orde. Na de verkiezingen van 7 mei wel. Hoe een kritische bondgenoot steeds verder afdrijft.

Bewerking fotodienst NRC

Om hem heen staan radijzen en komkommers uit Nederland uitgestald, bosbessen en sinaasappels uit Spanje. Een kraam verder liggen Franse kazen en verse pasta. Rond lunchtijd is op de Chapel Market in Londen paella te koop. Maar voor groenteboer Jack is het simpel. „We hebben geen enkel voordeel van Europa”, zegt hij. De Europese Unie betekent: problemen. Immigranten, de euro, regels. „Wat mij betreft gaan we uit Europa.”

Ander voorbeeld. Een debatavond met politici, academici en diplomaten in een negentiende-eeuwse bibliotheek aan St James’s Park. De avond, georganiseerd door de eurokritische denktank Open Europe, gaat over wat er gebeurt als het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat. „Het gaat er nu om wat we na een Brexit doen”, zegt een van de panelleden, de Conservatieve geldschieter Lord Wolfson.

Beide scènes tonen hoezeer Britten over de volle sociale breedte van Europa zijn afgedreven. Hoewel gemopper over de Europese Unie al decennia oud is, was daadwerkelijk opstappen voor de overgrote meerderheid nooit een serieuze optie. Het strategisch belang van een Brits lidmaatschap stond immers voorop. Maar intussen wordt steeds minder gediscussieerd over de vraag óf een Brexit, zoals een Britse EU-uitstap wordt genoemd, wenselijk is. Het debat is verschoven naar wat er daarná het beste kan gebeuren.

Vrijwel iedereen gaat ervan uit dat er een referendum over het Britse lidmaatschap komt. In elk geval als de Conservatieve Partij van premier David Cameron over twee weken de verkiezingen winnen. Dan moet hij zijn belofte gestand doen om vóór eind 2017 een ‘erin of eruit-referendum’ te houden.

Maar ook als Labour wint, moet het volk vermoedelijk over Europa oordelen. Labour-leider Ed Miliband heeft zich alvast gecommitteerd aan een wet die bepaalt dat verstrekkende Europese hervormingen, zoals het overdragen van meer bevoegdheden aan Brussel, óók aan een ‘erin of eruit-referendum’ onderworpen zijn. De Liberaal-Democraten van Nick Clegg, die nu in coalitie met de Conservatieven regeren, steunen dat. Zij zeggen ook dat een verderstrekkend ‘in or out referendum’ een nieuw coalitieakkoord niet in de weg zal staan.

Zelfs een optimist als de gematigd pro-Europese oud-premier John Major schat de kans dat de Britten na zo’n referendum willen blijven op „fifty-fifty”.

Churchill

Waarom lijkt het Kanaal opeens zoveel breder? Natuurlijk, de Britten zijn nooit betrokken Europeanen geweest. Diep in de Engelse ziel zit het besef geklonken dat alles wat van het continent komt onwenselijk is – en al helemaal als het wordt opgelegd. Winston Churchill geldt als medegrondlegger van de ‘Verenigde Staten van Europa’, het verbond dat moest voorkomen dat Duitsland en Frankrijk het continent nóg eens in een oorlog zouden storten. Maar over de Britse rol bleef hij vaag. „We are with Europe, not of it”, zei hij in 1946. Samenwerking van de rest van Europa werd toegejuicht, zolang de Britten maar soeverein konden blijven. Die ambivalentie zou de Britse grondhouding blijven.

Toen Londen in de jaren zestig wél lid van de Europese Economische Gemeenschap wilde worden, klonk tot tweemaal toe het ‘non’ van de Franse president De Gaulle. Uiteindelijk werden de Britten pas in 1973 lid. „Dat ‘nee’ zit sommige politici nog altijd dwars”, zegt Denis MacShane, oud-staatssecretaris voor Europese Zaken. Hij publiceerde onlangs het boek Brexit. How Britain Will Leave Europe. Daarin beschrijft hij hoe anti-Europeanisme eerst een politieke houding voor Labour was, en dat vervolgens werd voor de Conservatieve Partij.

De liefde van Margaret Thatcher, die in 1975 nog gekleed in een trui met Europese vlaggen nauwere samenwerking eiste, bekoelde toen bleek dat de Britten de grootste nettobetaler aan ‘Brussel’ werden. Een toespraak in 1988 voor de gezamenlijke vakbonden door Jacques Delors, de toenmalig voorzitter van de Europese Commissie, was de druppel. „Thatcher, die de macht van de vakbonden wilde breken, beschouwde dat als een persoonlijke aanval”, vertelt MacShane.

Maar Thatcher noch haar opvolgers riskeerden een Brexit. Integendeel: tot Cameron was de Britse houding er een van kritische betrokkenheid, niet verlammende afzijdigheid. De interne markt, en de uitbreiding van de EU naar het oosten zijn Britse initiatieven. „Wat we nodig hebben is macht, en die vinden we alleen samen”, zei Thatcher over het eerste. Alleen „een Europese superstaat” ging veel te ver, zei ze later in haar beroemde toespraak in Brugge.

Die mening deelt ze opmerkelijk genoeg met Tony Blair. De toenmalige Labour-premier waarschuwde ook voor een „superstaat”. Maar in tijden van globalisering kon een Europa met nieuwe lidstaten wel degelijk „een supermacht” zijn, aldus Blair.

Kabinetstafel

Cameron koos daarentegen voor afzijdigheid. „Hij is instinctief eurokritisch”, zegt een bron die hem de afgelopen jaren van nabij meemaakte. Het EU-beleid werd de afgelopen vijf jaar op Downing Street 10 bepaald, niet op het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat eurofieler heet te zijn.

Tijdens het vredesberaad over Oekraïne in Minsk, eerder dit jaar, ontbrak Cameron opvallend aan tafel bij Merkel, Hollande en Poetin. „We doen veel aan mondiale problemen” – de bestrijding van ebola en hulp aan Syrische vluchtelingen, is het standaardantwoord als je ernaar vraagt. Het lijkt te passen in een grotere terugtrekbeweging van het wereldtoneel. Die begon in de zomer van 2013, toen het Lagerhuis tegen Britse interventie in Syrië stemde.

Nog vóór hij in 2010 premier werd, trok Cameron zijn Conservatieve europarlementariërs terug uit de fractie van de Europese Volkspartij, de grootste fractie van het Europees Parlement, waarin ook Merkels CDU en de Zweedse Gematigde Uniepartij zitten. Met rechtse, anti-Europese collega’s, begon hij een nieuwe alliantie.

Een strategische misrekening. Zo voelde hij niet langer aan wat de stemming was onder natuurlijke bondgenoten. Het resultaat is bekend: zijn machteloze veto tegen strengere begrotingregels en zijn verloren strijd tegen de benoeming van Jean-Claude Juncker tot voorzitter van de Europese Commissie. Beide zorgden in de rest van Europa voor verbijstering.

Niet dat alle Britten dat zo zagen. Het veto werd in eigen land omschreven als een ‘Agincourt-moment’, een verwijzing naar de Engelse overwinning in 1415 op het veel grotere Franse leger. Cameron was een echte Engelse buldog, die – ook in zijn mislukte oppositie tegen „aartsfederalist” Juncker – zijn tanden had laten zien.

We zitten vastgeketend aan een lijk

Douglas Carswell, Conservatief die onlangs naar UKIP overstapte, over de eurocrisis die de groei van de Britse economie hindert

De angst voor „steeds nauwere samenwerking” is volgens McShane eveneens terug te voeren op Delors. „Die voorspelde dat 80 procent van de wetten in Brussel zouden worden gemaakt, dat de Commissie een regering werd, en dat het Europees Parlement nationale parlementen zou vervangen. Het is allemaal niet uitgekomen.” Maar, zegt MacShane gefrustreerd, Delors’ woorden zijn de Britten wel bijgebleven.

Ze zijn bovendien versmolten met een algeheel wantrouwen tegen de politiek, zegt Peter Mandelson. De oud-eurocommissaris, die nu als Lord Mandelson in het Hogerhuis zit, wijst erop dat ook in andere landen geroepen wordt om hervorming van de EU. „Kiezers zijn boos, meer gedesillusioneerd dan ik ooit eerder heb meegemaakt. Ze hebben het idee dat ‘dingen’ hen nooit voldoende zijn uitgelegd.”

Ondertussen heeft de eurosceptische UK Independence Party (UKIP) van Nigel Farage een Brexit verbonden aan een van de weinige tastbare gevolgen van het lidmaatschap van de EU voor de gewone burger: immigratie. In 2004 was het Verenigd Koninkrijk een van de landen die de grenzen als eerste openstelden voor werknemers uit de voormalige Oostbloklanden. In tien jaar tijd arriveerden er 423.000 nieuwkomers.

Alleen buiten de EU zullen de Britten hun eigen migratieaantallen weer kunnen vaststellen, meent UKIP. Met die boodschap lijkt de partij voor het eerst zetels in het Lagerhuis te winnen. Maar ook de andere partijen hebben het over beperking als ze over EU-migratie praten. De „onbedoelde gevolgen van vrijheid van persoonsverkeer” is een veel gebezigde term in politiek Londen. Een migrant is niet langer iemand uit een ver land, maar betekent: ‘Europeaan’.

De kloof tussen de burger en de politiek was in 1975 geen groot thema. Immigratie evenmin. Ook toen hielden de Britten een referendum over hun EU-lidmaatschap. Het werd gewonnen door de voorstanders. Maar toen waren alle grote spelers voorstander van dat lidmaatschap: bedrijfsleven, de meeste politici en de pers.

Uitgezonderd de neutrale Financial Times en The Guardian, die wel tegen de euro maar niet tegen Europa is, zijn de kranten nu eurosceptisch. De Daily Express, een rechtse tabloid, heeft Brexit als hoofddoel. De politiek commentator van die krant zit nu voor UKIP in het Europarlement.

Gretigheid

Het bedrijfsleven is dit keer globaal voorstander van het EU-lidmaatschap. Althans als, in de woorden van de directeur-generaal van de werkgeversorganisatie CBI, de EU stevig hervormt. Een groep van dertig topmannen, onder wie de chef van Marks & Spencer, de Nederlander Marc Bolland, adviseerde Cameron dat „het aantal EU-regels beperkt” moet worden. Dat vindt men ook in de City, het Londense bankendistrict.

Alleen: hoeveel invloed heeft big business nog op de gewone kiezer? Het wantrouwen tegen de politiek geldt ook hen – en al helemaal bankiers. Het midden- en kleinbedrijf klaagt intussen over regels die zij moeten invoeren terwijl ze niets exporteren. ‘Brussel’, dat is de vermeende tiran die ambachtelijke Britse ciderproducenten afknijpt met regels. Die Britse succesfilms als Mr Turner onmogelijk maakt, door bepaalde vormen van financiering te verbieden. En die de Britse stofzuiger van James Dyson de nek omdraait wegens een te hoog vermogen.

In het debat heeft de eurosceptische pers vrij spel. Maar aan pro-Europese kant ontbreekt het aan een jonge, grappige spreker in de stijl van Nigel Farage of Boris Johnson, de flamboyante burgemeester van Londen die bij deze verkiezingen zeker een parlementszetel zal krijgen. Vicepremier Nick Clegg is dankzij zijn deelname aan de coalitie zó impopulair dat zijn woorden geen effect meer hebben. Vorig jaar bleek hij kansloos tijdens een debat voor de Europese verkiezingen met UKIP-leider Farage. Die sprak het Britse hart aan, Clegg alleen het hoofd.

Het argument dat het EU-lidmaatschap goed is voor economische groei, en dat nog tot eind vorige eeuw gold, heeft bovendien aan waarde verloren. Toen de Britten lid werden van de EEG, was het Verenigd Koninkrijk de arme man van Europa. Nu is de Britse economie met 2,8 procent per jaar na die van Ierland en Litouwen de snelste groeier. En die groei zou groter zijn als de eurozone niet zo instabiel was, zeggen eurosceptici. „We zitten vastgetekend aan een lijk”, is een favoriete uitspraak van Douglas Carswell, het Conservatieve Lagerhuislid dat in oktober overliep naar UKIP. Ze zeggen dat samenwerking met de Amerikanen en de oude vrienden van het Gemenebest – India, Australië - productiever zou zijn. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken noemen ze dat een van de meest effectieve eurosceptische boodschappen.

IJzeren belofte

„Alles wijst in één richting. Dus als het referendum inderdaad wordt gehouden, verwacht dan niet dan het antwoord ‘blijven’ zal zijn”, zegt oud-staatssecretaris MacShane.

Als de Conservatieve Partij de verkiezingen wint, is een referendum onvermijdelijk. Cameron maakte al in 2007 een „ijzeren belofte” dat er over het Verdrag van Lissabon gestemd zou mogen worden, maar hij zat toen niet in de regering. In 2011 kwam hij met de wet die heeft vastgelegd dat er een volksraadpleging komt als er nieuwe bevoegdheden aan Brussel worden overgedragen, of als er een nieuw EU-Verdrag wordt gesloten.

Zelf die wet bleek onvoldoende om de eurosceptici in zijn partij te sussen. Tegelijkertijd rukte UKIP op. Onder die druk beloofde Cameron in 2013 een absoluut ‘erin of eruit’-referendum.

Waarschuwingen waren gericht aan dovemansoren. En de lijst is lang: van de Poolse minister van Buitenlandse Zaken Radek Sikorski, die tegelijk met Boris Johnson in Oxford studeerde, en de anglofiele Franse oud-premier Michel Rocard, tot de Amerikaanse onderminister voor Europese Zaken die in 2013 zei: „We verwelkomen een naar buitengerichte EU met de Britten als lid.”

Als Labour de verkiezingen wint, is Brexit echter geenszins van tafel. De euroscepsis onder de Conservatieve Lagerhuisleden zal in oppositie alleen maar toenemen. Ed Miliband – dan premier – krijgt dan dag in dag uit te horen dat hij de Britse kiezer geen keuze geeft over het lidmaatschap. Camerons opvolger zal bovendien nog eurokritischer zijn. Boris Johnson, een van de grote kanshebbers, heeft al gezegd dat er een „grootse en glorieuze toekomst” buiten de EU wacht, en dat men „niet paranoïde en bang” hoeft te zijn.

De hond die niet blaft

Toch is het referendum op zichzelf geen thema in deze verkiezingen. „Europa is de hond die niet blaft”, zegt Lord Mandelson. De enige grote toespraak over Europa tijdens de campagne, nota bene van Tony Blair, maakte nauwelijks indruk. Vooral omdat Blairs imago door de oorlog in Irak nog altijd zo ‘giftig’ is.

Maar immigratie en de economie zijn wél verkiezingsthema’s, en die worden door de Conservatieven en UKIP verbonden met Europa. William Hague, tot vorig jaar minister van Buitenlandse Zaken, zegt desgevraagd bijvoorbeeld dat het recht op bijstand voor migranten moet veranderen, en dat de regering terecht de kwestie van het vrije personenverkeer binnen de Unie terecht heeft opgeworpen.

Op een referendum wil hij niet vooruitlopen, zegt hij. „We hopen op succesvolle onderhandelingen.” En: „De premier heeft een sterke reputatie in Brussel verwachtingen te overtreffen.”

De officiële positie van de Conservatieven is dat ze, mochten ze over twee weken winnen, eerst zullen onderhandelen over betere lidmaatschapsvoorwaarden. Als ze die krijgen, zal Cameron campagne voeren vóór de EU. Onduidelijk is alleen wat „beter” inhoudt. Sommige eurosceptici zien een puur economische unie voor zich, zonder sociale component. Dan zal het voor Labour moeilijk worden om vóór te stemmen. Sommigen willen kleine aanpassingen. Dan zal het voor de rechterflank van de Conservatieven moeilijk worden om vóór te stemmen.

En dan is er nog de dynamiek van een referendum. Mandelson zegt: „Een referendum is een loterij. De uitkomst heeft niet alleen met Europa te maken, maar ook met de regering. En het weer.” Denis MacShane: „Cameron zal na zeven jaar regeren onpopulair zijn. Geen enkele premier is na die tijd nog geliefd. Als ik een gokker was, zou ik geld op een Brexit zetten.”

En eenmaal eruit, blijft eruit. Dat is ook voor de rest van Europa een risico. Nederland verliest bijvoorbeeld zijn vrijhandelsbondgenoot. Een Brexit geeft bovendien het signaal aan populistische partijen elders. Dan is een Frexit ook mogelijk is. Of een Nexit.