De slavernij wordt niet ontkend, de Armeense genocide wel

Maatschappijhistoricus Zihni Özdil vergelijkt de Turkse ontkenning van de Armeense genocide te gemakkelijk met de houding van Nederland tegenover de slavernij (O&D, 23/4). Hij noemt de Armeense genocide een diepe blinde vlek bij Turkse Nederlanders en gaat dan ongemerkt over op wat hij ‘ontkenningsreflexen’ noemt. Hij suggereert dat die reflexen in het Turkse debat over de Armeense genocide en in het Nederlandse over de slavernij een vergelijkbare rol spelen. Daar ontspoort zijn betoog. De Turkse staat ontkent officieel de Armeense genocide en verbiedt het gebruik van de term. Publicisten, historici en andere publieke figuren die de massamoord toch genocide noemen of er tenminste het debat over willen aangaan, lopen in Turkije het risico vervolgd te worden.

In Nederland is de slavernij helemaal geen blinde vlek. Nederland noemt de slavernij moeiteloos bij de naam en erkent volmondig dat die tot de afschaffing in 1863 was toegestaan. De rol van de ‘ontkenningsreflexen’ is dus niet vergelijkbaar. Het maakt nogal wat uit of die worden gebezigd tegen de achtergrond van een verbod op het gebruik van de term die ze ontkennen, of in een open debat waarin de communis opinio is dat Nederland zich schuldig heeft gemaakt aan slavenhandel en slavernij en de vraag vooral is of wij ons daarover met terugwerkende kracht schuldig moeten voelen en zo ja, met welke consequenties. De vergelijking van Özdil gaat dus mank. Als maatschappijhistoricus zou hij beter moeten weten.

Schiedam

Kledingvoorschriften

‘Apenpakkie’ is rokkostuum

In het interessante artikel over Frank van der Goot viel mij op dat er wordt gerefereerd aan een ‘apenpakkie’, te weten een jacquet. Als je promoveert, is het kledingvoorschrift voor mannelijke promovendi bij de meeste universiteiten een rokkostuum en niet een jacquet. Een jacquet wordt bij huwelijken, begrafenissen en andere officiële gelegenheden gedragen. Een rokkostuum is een galakostuum. De functie van jacquet en rokkostuum wordt vaker door elkaar gehaald.

Mw. A. ter Poorten