Trots

Met aftrek van de schaatssport en Max Verstappen kennen we in Nederland geen sportidolen meer. Zullen we het over dertig jaar nog in lyrische bewoordingen over Memphis Depay hebben, zoals we een halve eeuw in adoratie zijn blijven hangen voor Johan Cruijff, Piet Keizer, Rinus Israël…?

Sport is al even wispelturig als de maatschappij.

De kranten bieden de laatste weken tegen elkaar op in de afbranding van Frank de Boer. Zijn houdbaarheidsdatum zou gepasseerd zijn. Eens heilig paterke, nu spuugbak voor clichés: hij krijgt de groep niet meer aan de praat, hij is Ajax-moe, hij hunkert naar het buitenland. Wie hem deze week tegen de spelers hoorde bulderen, kan nochtans niet twijfelen aan zijn bezetenheid. De kritiek is vooral op rekening te schrijven van sensatiehonger, niet van professioneel falen van De Boer. We willen weer eens een ander bekkie in de Arena, een ander geluid.

Het staat Phillip Cocu bij PSV ook te wachten. Ooit wordt de platte kar een doodskar. Voetbal is een massagraf van onbetrouwbaarheid en verraad. Alleen negatieve reputaties houden stand tegen gewenning en slijtage. In volle euforie hoorde ik een gelouterde PSV-fan zeggen: „De titel blijft een wonder, met zo’n dooie langs de lijn.” Dan weet je het wel: de aura die Guus Hiddink in Eindhoven verzamelde, zal Cocu niet bereiken.

Te weinig theater.

Helden in het wielrennen blijven ook achterwege. Niet voor niets was er veel aandacht voor Robert Gesink die in de Waalse Pijl weer zijn opwachting maakte. De ‘stille’ uit Varsseveld die in 2007 doorbrak in de Waalse klassieker heeft de grote verwachtingen niet ingelost. Dit seizoen heeft hij amper op de fiets gezeten door blessures en problemen met de zwangerschap van zijn vrouw en de gezondheid van zijn pas geboren zoontje. Dan is falen legitiem, maar als de Tour weer mislukt, is het over en uit met de halfgod van weleer.

Nog een bijna vergeelde held: Bauke Mollema. Als hij dit weekend niet top drie rijdt in Luik-Bastenaken-Luik zal alleen achterdocht hem nog op weg naar de Tour vergezellen. Un jour sans is geen excuus meer. Daarvoor is de status van Bauke reeds te veel clair-obscur.

De oud-winnaars van La Doyenne Van der Poel, Rooks, Geldermans en Emzer waren geen supertalenten. Je zou verwachten dat hun exploot makkelijk te evenaren is door de nieuwe generatie. Michael Boogerd was altijd smaakmaker in de oudste wielerklassieker, maar van zijn temperament is nog weinig terug te zien in Nederland. Terwijl hij ook maar op een cocktail van razende hormonen reed, meer dan op pure klasse.

De prangende vraag, zowel in voetbal als wielrennen is: waar is de Nederlandse winnaarsmentaliteit gebleven? Ajax bestaat niet meer in Europa. Wat Club Brugge in de Europa League presteerde, lukt Amsterdam niet meer. En aan het budget kan het niet liggen. In het gesukkel met het Nederlands elftal komt de lente ook moeizaam op gang. Gebladerte blijft duren.

Dé Nederlandse wielerploeg Lotto-Jumbo: een hatelijke nul. Toch wordt coach Merijn Zeeman niet gehinderd door urgentiekoorts. Hij vond de tiende plek van Wilco Kelderman in de Waalse Pijl een fles champagne waard.

Zie dan de 35-jarige Alejandro Valverde. De gensters van ambitie spatten van zijn verweerde hoofd. Waar hij rijdt, wordt het oorlog in de finale. En dat een heel jaar lang.

Rabobank heeft het Nederlandse wielrennen vergiftigd met stupide verwennerij. Het geld is nu minder, de mentaliteit volgt de neerwaartse spiraal.

Bij FC Twente idem dito.

Nationale trots heeft zich teruggetrokken uit de grote volkssporten. Dát is het deficit.