Relaas te vaag, asiel niet verleend

Frank Uwaifo en zijn vriendin Blessing ontvluchtten geweld in Nigeria. Via Libië bereikten ze in een bootje Italië. Sindsdien staat hun leven in de wacht.

Migranten en asielzoekers in het opvangkamp bij Mineo op Sicilië Foto rechts: Frank Uwaifo op zijn kamer in Messina foto’s AP/Alessandra Tarantino, Giovanni Isolino

Uitgeput lagen ze op de kade van de haven in Catania. Weer hadden honderden migranten de oversteek vanuit Libië naar Sicilië gewaagd. De reis was zonder schipbreuk verlopen, deze vluchtelingen kwamen niet in het nieuws. Maar ze blijven komen, elke dag opnieuw. De afgelopen twee weken zijn er vermoedelijk meer dan 1.500 van hen verdronken.

Wie zijn deze mensen? Wat is hun levensverhaal? Uitgebreid met ze spreken is niet altijd gemakkelijk. Vaak worden ze zo snel mogelijk afgevoerd. Naar kampen elders in Italië, of naar een opvangkamp als dit, bij Mineo, in het binnenland van Sicilië.

De huizen waarin duizenden migranten leven zijn roze en oranje, maar de hekken en militairen bij de ingang maken het grimmig. Frank Uwaifo komt naar buiten met een rolkoffer. Hij was in het kamp op bezoek bij een vriend. Anderhalf jaar heeft hij hier zelf gewoond. Maar sinds een maand is hij met zijn vriendin Blessing Ekhator ingetrokken bij een Nigeriaanse vriend in Messina, ook op Sicilië. Daar proberen ze aan werk te komen, illegaal.

Franks dossier hebben we een dag eerder kunnen lezen, op het kantoor van zijn asieladvocaat, Francesco Turrisi in Catania. Zoveel ellende dat je je afvraagt of één mens het in korte tijd kan meemaken.

We rijden naar Messina. Aan de muur van zijn kamer, in een achterbuurt van de stad, hangen twee baseballpetjes. Ertussenin een schilderij met een Siciliaans landschap. Op de rand van zijn bed, de map met papieren van zijn Italiaanse asielprocedure op schoot, vertelt Frank zijn verhaal.

Hij praat rustig, weloverwogen, alsof hij het al vaak heeft verteld. Af en toe kijkt hij in zijn dossier om de juiste data te zoeken.

Hij is in 1989 geboren in Benin City, zegt hij. Een stad met ruim een miljoen inwoners in het zuiden van Nigeria. Hij heeft een zus en een broer. Tot zijn zestiende ging hij naar school. Maar hoewel zijn ouders allebei werkten – „Mijn vader verkocht elektronica en mijn moeder kleding” – was er volgens Frank niet genoeg geld om zijn middelbare school nog langer te betalen. Toen is hij gestopt. „Om mijn jongere zusje ook de kans te geven naar school te gaan”, zegt hij.

Daarna werkte hij bij een vriend van zijn vader in diens kruidenierswinkel. Dat verdiende weinig. In 2010 trok hij naar Lagos, de grootste stad van het land, om beter werk te vinden. Daar kreeg hij een baan in een kledingwinkel, zegt hij. Daar ook begonnen zijn echte problemen.

Zwanger

Op een dag liep Happiness zijn winkel binnen. Het klikte. „Na een paar maanden vertelde ze me dat ze zwanger was.”

Haar achternaam weet hij niet, zegt hij. Hij ontmoette haar ouders, maar die zouden niet hebben geweten dat de twee een relatie hadden. Happiness was volgens Frank al verloofd met een andere man. „Daarom wilde ze het kindje laten weghalen. Ik wilde dat ze het zou houden, want ik was verliefd op haar. Maar ze vertelde dat ze dan in de problemen zou komen.”

Op een dag dat hij niet thuis was, heeft ze volgens hem in zijn huis iets genomen dat voor de abortus moest zorgen. Hij weet niet welk middel. Het was van de apotheek. „Toen ik thuis kwam, vond ik haar op de grond, ze bloedde van onderen. Onderweg naar het ziekenhuis is ze overleden”, zegt hij op onbewogen toon.

Het controleren van Franks levensverhaal is lastig, zoals vaak bij asielzoekers. Zonder achternaam is niet te achterhalen of Happiness echt heeft bestaan. En een abortusmiddel van de apotheek dat tot haar dood heeft geleid? Zonder de naam van het middel valt niet te zeggen wat er mis kan zijn gegaan.

Frank belde Hapiness’ ouders. „Ze zijn naar het ziekenhuis gekomen en hielden me verantwoordelijk voor de dood van hun dochter.” Maar het grootste probleem was Happiness’ broer. Die zou lid zijn van de Supreme Eiye Confraternity, een bende. „Die jongen is daarna naar mijn huis gekomen”, zegt Frank. „Hij zei dat ik met mijn leven zou betalen voor de dood van zijn zus.”

De broer zou Uyi Peke heten. Als we hem later opbellen en zeggen dat de achternaam van Happiness dan ook Peke zou moeten zijn, zegt hij meteen dat Uye Peke niet zijn echte naam was, maar de naam die de bendeleden voor hem gebruikten.

Bendes als de Supreme Eiye Confraternity bestaan inderdaad in Nigeria. Ze hebben hun wortels op Nigeriaanse universiteiten, maar houden zich tegenwoordig bezig met criminele activiteiten in het hele land en daarbuiten. Het zijn sektarische organisaties die zich bedienen van extreem, ritueel geweld, vooral in vetes met andere bendes. Nieuwe leden ondergaan bloedige inwijdingsrituelen.

Verpleegster

Na Hapiness’ dood keerde hij terug naar Benin City, bang. „Mijn ouders zeiden dat ik in Benin City moest blijven. Ik ben niet naar de politie gegaan, ik dacht dat de bende me in Benin City niet zou vinden.”

Na een paar maanden ontmoette hij Blessing, zijn huidige vriendin. „Dat was in 2011”, zegt hij, na een blik in zijn dossier. „Met haar heb ik me verloofd. Het was met haar veel serieuzer. Blessing studeerde destijds om verpleegster te worden.”

Alles leek nu goed, maar de bende wist hem in Benin City toch te vinden, zegt Frank. „Ze zijn erachter gekomen dat ik met Blessing zou gaan trouwen.” Hoe weet hij niet. „Ze zitten door het hele land.”

Dat de Supreme Eiye Confraternity hem inderdaad wist te vinden, is niet uitgesloten. De Italiaanse openbare aanklager Giovanni Conzo heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de lange tentakels van de Nigeriaanse bendes, die soms tot diep in Europa reiken. Hij heeft onder meer gerapporteerd over het vermogen van de bende om mensen op te sporen, bijvoorbeeld door contacten bij overheidsdiensten.

Politieacties

In september 2012 heeft de bende Blessing ontvoerd, voor haar universiteitsgebouw, zegt Frank. Samen met zijn ouders deed hij aangifte. De politie ontdekte waar ze haar vasthielden. Bij de schietpartij zou een politieagent zijn geraakt in zijn schouder, een bendelid zou zijn omgekomen en de rest zou op de vlucht zijn geslagen. „De politie wist Blessing te bevrijden”, zegt hij.

Op Nigeriaanse nieuwssites zijn veel berichten te vinden over politieacties tegen de Supreme Eiye Confraternity, maar geen bericht over een schietpartij in die periode waarbij een agent werd geraakt.

De bende bleef hem en zijn vriendin volgen, zegt hij. In maart 2013 werd hij zelf ontvoerd. „Ik werd in een auto getrokken, geblinddoekt en naar een afgelegen plek in het bos gebracht. Daar was ik omringd door zo’n dertig bewapende bendeleden. De broer van Happiness was er ook. Die zei dat ik verantwoordelijk was voor de dood van zijn zus en het bendelid. Ik moest lid worden van hun bende, anders zouden ze me vermoorden. Ik vroeg wat ik allemaal moest doen als ik lid zou worden. Ze zeiden dat ik allerlei proeven zou moeten doorstaan, waaronder iemand vermoorden. Toen heb ik gezegd dat ik dat niet kan, ik ben christen.

„Ik heb gehuild en gesmeekt toen ze me begonnen te slaan. Een van de bendeleden heeft me in mijn buik gestoken en daarna ben ik op mijn achterhoofd geslagen. Ik ben bewusteloos geraakt en voor dood achtergelaten. Ik ben gevonden door een jager, een barmhartige Samaritaan. Die heeft me naar het ziekenhuis gebracht, waar ik na enige dagen ben ontwaakt.”

De bende kwam erachter dat hij nog leefde en ging naar hem op zoek, bij zijn ouders, waar hij inwoonde met Blessing. Maar Frank lag nog in het ziekenhuis. Ze vonden Blessing, acht maanden zwanger, en staken haar ook in haar buik. Zijn vader probeerde de bendeleden te stoppen en werd doodgeschoten.

Frank pauzeert even.

Dan zegt hij dat ze het huis in brand staken, maar dat Blessing door buurtbewoners werd gered. Ze verloor de baby.

Rode Kruis

Frank is inderdaad ooit in zijn buik gestoken. Dat heeft het Rode Kruis in Mineo in februari vastgesteld, laten documenten zien. Ook is hij ooit met een scherp voorwerp op de achterkant van zijn hoofd geslagen, heeft het Rode Kruis vastgesteld. Ook Blessing is ooit in haar buik gestoken, blijkt uit de documenten. In hun dossiers zitten ook foto’s van Frank en Blessing met verband op hun buik en Frank met een dichtgeslagen oog. Ze zeggen de foto’s op doktersadvies in Nigeria te hebben genomen als bewijsmateriaal. Ook zit er een dvd in het dossier met camerabeelden van een brandend huis en tientallen buurtbewoners er omheen.

Na de aanval is zijn moeder verhuisd. Nadat Frank en Blessing hersteld waren, adviseerde een arts om „heel ver weg te gaan”.

Sahara

Het werd Libië, in mei 2013. Ze kwamen er via buurland Niger, in een busje van Libische mensensmokkelaars. Frank zegt dat ze er twee weken over hebben gedaan om de Sahara te doorkruisen en dat ze onderweg geen eten kregen, alleen drinken. „Sommige mensen zijn onderweg overleden. Blessing is twee keer flauwgevallen.” In de Libische hoofdstad Tripoli trokken ze in een gebouw waar al andere Nigerianen woonden. Ze wilden er blijven. Over een reis naar Europa hadden ze nog niet nagedacht.

Blessing ging een oudere Arabische vrouw verzorgen. Frank werkte met andere Nigerianen in de bouw. „Op een gegeven moment bouwden we een huis voor een Arabische man. Toen het af was, wilde hij ons niet betalen, omdat we het niet goed zouden hebben gedaan. Hij wilde dat we opnieuw zouden beginnen. Dat hebben we geweigerd. Vervolgens zijn we opgepakt door de politie.

„In de gevangenis werden we iedere dag geslagen. Dat is hoe het daar gaat. Ze hebben een hekel aan andere Afrikanen. Uiteindelijk zijn we vrijgekocht door de Arabische vrouw die Blessing verzorgde. De man wiens huis we bouwden heeft dat gehoord en stuurde mannen naar onze flat. Ik was niet thuis. Blessing wel. Ze hebben haar meegenomen en meerdere malen verkracht. Toen besloten we naar Europa te gaan.”

Een paar dagen later gingen ze scheep. 500 Libische dinar, ruim 300 euro per persoon, zou de reis hebben gekost. Ze waren met tientallen anderen in een kleine boot. Op 23 september 2013 staken ze van wal, zegt hij. „We waren erg bang, we kunnen allebei niet zwemmen. Een Arabische man bestuurde het schip. Drie dagen lang konden we niets anders doen dan zitten en hopen dat het goed komt. Zonder iets te eten, alleen drinken. Uiteindelijk hebben we drie dagen op zee rondgedobberd, voordat we door een schip van de Italiaanse kustwacht werden opgepikt.”

Het staat vast dat Frank en Blessing op 26 september 2013 met een vluchtelingenboot bij Agrigento op Sicilië aankwamen.

Duitsland

Een jaar en drie maanden zaten ze in het kamp in Mineo voordat hun asielaanvraag in behandeling werd genomen. Ze wilden eerst in Italië blijven en daarna misschien naar Duitsland trekken, omdat ze daar beter aan werk zouden kunnen komen. Van Nederland heeft Frank nog nooit gehoord.

„Ze behandelden ons goed in Mineo. We waren blij dat we veilig waren. Maar het enige wat we er deden was eten en slapen. We kregen 1,25 euro per dag. Soms gingen we naar Catania om iets te kopen.”

Maar een verblijfsvergunning kregen ze niet. „We kregen geen toelichting. Nu wachten we op de uitkomst van ons hoger beroep”, zegt Frank, nog steeds zittend op de rand van zijn bed.

Later toont advocaat Francesco Turrisi de beslissingen van het ministerie van Binnenlandse Zaken in de zaken van Frank en Blessing. Door hun verwondingen is het zeker dat Frank en Blessing ooit aan extreem geweld zijn blootgesteld. Maar wat er precies is gebeurd, blijft onduidelijk. Tijdens de hoorzittingen heeft Frank geen bewijs kunnen overleggen. Details over de bende ontbreken, het relaas van zijn verblijf in Libië is niet helder. Zijn verhaal is „niet aannemelijk”, luidt de conclusie.

Het oordeel over Blessing is woordelijk gelijk. „Copy, paste”, zegt Turrisi. „Ze hebben zo veel zaken te behandelen.”

Wanneer het hoger beroep voor de rechtbank dient, weet hij nog niet. In Italië werd vorig jaar 64 procent van de asielaanvragen toegewezen, een hoog percentage in vergelijking met veel andere EU-landen. Van de asielaanvragen door Nigerianen in de EU werd in 2013 de helft bij het eerste verzoek toegewezen.

Wat straks in het voordeel van Frank en Blessing kan zijn, is dat de verklaringen van het Rode Kruis over hun verwondingen pas na hun eerste asielaanvraag zijn opgesteld en door het ministerie dus niet zijn meegewogen.

Wat de uitkomst ook wordt, Frank zegt hoe dan ook niet terug te gaan naar Nigeria. „Ik bid iedere dag en vertrouw erop dat het goed komt.”