Publiek kiest kunst

Zes musea in het hele land hebben het publiek gevraagd uit hun depots exposities samen te stellen. Die zijn nu als MixMatch Museum te zien.

Tekst Daan van Lent, Xanne Visser foto’s Mieke Meesen

Geertjan Van de Meulen

Een rode Kever zonder bestuurder rijdt op een landweg buiten een grote stad rondjes rond een geblinddoekte man. Drie minuten lang zoekt deze man in de video 40-44-PG in de ovalen zaal van het Groninger Museum dwalend zijn weg. Het is een werk van Jeroen Eisinga uit 1993, uit de collectie van het Van Abbemuseum in Eindhoven.

„Waar ben ik naar onderweg. Wat is mijn plek op de wereld”, hangt op een groot tekstbord. Tussen de tentoonstellingen Het geheim van Dresden, van Canaletto tot Rembrandt en H.N. Werkman, leven en werk presenteert het Groninger Museum de tentoonstelling Lost and Found van Elvira Visser, 25 jaar, uit Nijmegen. Samen met vijf andere musea heeft het Groninger museum de regie uit handen gegeven. Aan het publiek. In het MixMatch Museum dat vorig weekend, bij het begin van de Museumweek, opende in het Amsterdam Museum, het Kröller-Müller in Otterloo, Twentse Welle in Enschede, het Boerhaave in Leiden, het Van Abbe in Eindhoven en het Groninger Museum.

Aan een andere muur hangen foto’s van Anton Corbijn: Bono in een golfkarretje op een tropisch eiland en Peter Gabriel met de handen in de zakken op een Engels landweggetje. ‘Elvira Visser heeft werken bij elkaar gezocht die een plek hebben of een plek zoeken’, die – zoals het museum stelt – een levensfase symboliseren waarin ‘zij op zoek is naar wat zij wil’.

De zes musea zetten vorig najaar 300 objecten uit hun collecties en depots op een website. Iedereen kon daaruit zijn eigen tentoonstelling samenstellen. 697 mensen stuurden in, elk musea selecteerde zijn eigen tentoonstellingsmakers.

Het initiatief past in een aantal trends: musea gooien hun depots open en laten buitenstaanders selecteren welke kunstwerken en objecten getoond zouden moeten worden. Musea werken er intensief voor samen. Zoals ook in het pop-upmuseum van De Wereld Draait Door, waarvoor tien bekende Nederlanders mochten rondneuzen in de depots van tien musea. Ook zij mogen in die tentoonstelling hun eigen verhaal vertellen.

„Maar met de bekende Nederlanders wordt het een beetje een trucje”, zegt Annemarie den Dekker, hoofdconservator van het Amsterdam Museum. „Ik vind het nu spannender om te zien of gewone Nederlanders een verhaal kunnen vertellen dat anderen boeit. Kunnen ze iets maken dat niet alleen leuk voor henzelf en hun familie is maar ook voor ander publiek?”

De musea hebben tentoonstellingen geselecteerd waarin de gastcuratoren echt een verhaal vertellen. „Veel mensen maken keuzes die je verwacht. Vormen en kleuren. De vrouw als thema. Of dieren. En de modekostuums waren heel populair”, vertelt Den Dekker. Het leidde tot veel dubbele keuzes. „We hebben als musea letterlijk zitten kwartetten wie welk object zou krijgen. Van alle objecten hebben we kaarten gemaakt, die we aan tafel hebben zitten uitwisselen. Als jij deze krijgt, mag ik die.”

In het Amsterdam Museum hebben in de twee zalen van het MixMatch Museum naast twee volwassenen ook kinderen uit twee klassen van een basisschool een tentoonstelling mogen maken. Uit groep 7 heeft een groep die zich ‘Rare tentoonstellingmakers’ heeft genoemd vooral curieuze objecten uitgekozen zoals een ‘apparaat voor het masseren van armen uit 1900’ of de Utah-machine uit het Van Abbe, ‘een kunstwerk dat kan bewegen bij temperatuurverschillen’. Kleurige vormen is het thema van Nina en Josephine uit groep 8, die het schilderij Man te Paard van Bart van der Leck uit 1918 hebben opgehangen naast een Harlekijn-kostuum van Viktor & Rolf. Zij delen weer een kleurige outfit van Comme des Garçons uit 1998 met de 52-jarige Marga die een verhaal wil vertellen over kleur brengen in het leven via de thema’s eten, kleden, spelen en werken. In een filmpje noemt ze de foto Helena C.61 van Erwin Olaf de belichaming van alle thema’s: een vrouw op leeftijd zit in fitnesspak in een sportzaal met breinaalden en wol.

„Marga wilde het portret van Helena laten neerkijken op een horloge”, vertelt Den Dekker. „Deze maakster was heel uitgesproken in welke volgorde de objecten moesten staan. We hebben de deelnemers erg betrokken bij de inrichting. Hun wensen hebben we gerespecteerd. Zo wilde een van hen ook niet in beeld in het filmpje dat alle makers hebben gemaakt en ook niet met de pers praten. Haar achternaam wilde ze absoluut niet vermeld hebben. Dat kan, dus hebben we iedereen zonder achternaam gepresenteerd.”

Loslaten, dat is het woord dat de conservatoren gebruiken. „We willen op tekstbordjes objecten altijd in de tijd plaatsen en hun kunsthistorische context geven. We willen altijd duiden. Nu laten we mensen hun eigen verhaal vertellen. Zelfs als het niet klopt. Dan laten we het gewoon zo”, zegt De Decker. „Wij als musea denken nog wel eens dat wij het monopolie hebben om over kunst te praten. Dat hoort niet”, vindt Andreas Blühm, directeur van het Groninger Museum. „Net als er 16 miljoen bondscoaches in het voetbal zijn, moeten wij ook iedereen stimuleren om over kunst mee te discussiëren”, zegt hij. „Bij de opening heb ik Elvira geïnterviewd. Ik hoefde eindelijk een keer niet uit te leggen, eindelijk legde het publiek een keer uit.”

In het midden van de tentoonstelling van Elvira Visser staat een grote telescoop uit Museum Boerhaave in Leiden. Een telegraafschrijver uit de tweede helft van de negentiende eeuw van de gebroeders Caminada staat gebroederlijk naast een ‘interpretatie naar Globetrotter in de tijd’ uit 1923 van de Russische Utopist El Lissitsky uit het Van Abbe. „Kunstwerken en objecten uit een museum als Boerhaave hadden wij nooit bij elkaar gezocht”, zegt Blühm. „Een samenwerkingsverband tussen een kunstmuseum als het onze en een wetenschapsmuseum heeft voor mij eigenlijk nooit voor de hand gelegen. Maar nu ik ze hier samen zie, realiseer ik mij hoe goed het werkt.”

De zelfde ervaring heeft het Van Abbe. „‘Oei, oei, oei, gaat dit werken?’, heb ik van tevoren wel eens gedacht”, zegt hoofdconservator Christiane Berndes. „Het komt in ons museum niet vaak voor dat wij kunstvoorwerpen en gebruiksvoorwerpen naast elkaar zetten. Het verschil tussen kunst en niet-kunst wordt nu opgeheven. Alle objecten krijgen zo een andere betekenis door het achterliggende verhaal van de gastcuratoren. Veel te vaak hebben we het nog over of iets mooi is of niet mooi.”

Ze loopt naar de tentoonstelling over vrouwen en kleding van Marie-Louise Moone-Heesakkers (52), huisvrouw en vrijwilliger van Stichting Eindhoven in Beeld. „Zij vertelt consistent over hoe kleding kan communiceren met de buitenwereld. Door een spinnenwiel te plaatsen naast het schilderij Les Essayeuses van Isaac Israëls en de feministische videoparodie Semiotics of the kitchen van Martha Rosler uit 1975.”

De musea moeten nog bij elkaar op bezoek om de resultaten te zien. Ze zeggen zeker door te gaan met publieksparticipatieprojecten. In Groningen hebben ze een idee even in een lade gelegd voor dit project. „Twee conservatoren mogen ieder een voorwerp uit het depot voorstellen dat volgens hen weer in het museum moet hangen. Maar er mag er maar één gekozen worden door het publiek. Dat moeten ze overtuigen met een goed verhaal.” Blühm glimlacht schalks: „De conservatoren moeten met de billen bloot. En dat vinden ze helemaal niet leuk.”