Pechtold wil komende week knopen doorhakken over begroting

D66-leider Pechtold wil het liefst nog komende week in gesprek over de begroting van volgend jaar. Foto ANP / Martijn Beekman

Het kabinet moet na al het gedoe over de opvang van illegalen aanstaande week direct werk gaan maken van lastenverlichting. Dat zei D66-leider Alexander Pechtold, een van de gedoogpartners van het kabinet, vanmiddag in het radioprogramma Kamerbreed.

De uitspraak van Pechtold duidt erop dat D66 mee wil blijven praten over begrotingszaken, zoals het de afgelopen jaren heeft gedaan omdat VVD en PvdA geen meerderheid hebben in de Eerste Kamer. Afgelopen week leek het even onduidelijk of Pechtold nog wel zo constructief was: hij noemde het bed-bad-broodakkoord een “krankzinnig Haags compromis” en een “gedrocht” en zei op BNR dat het steeds onzekerder wordt of D66 met het kabinet wil blijven praten.

Op de radio klonk Pechtold vanmiddag weer anders. “Laat het gedoe varen en koers op lastenverlichting voor volgend jaar. Dat is goed voor banen en koopkracht, vooral voor de middeninkomens. Laten we samen aan de slag gaan”, zei de D66-leider, die graag meedenkt over een nieuw belastingstelsel en over de begroting. Pechtold ziet het liefst dat er deze week al plannen worden gemaakt, zodat er 1 mei een “goede begroting” naar Brussel gaat. Hij wil volgend jaar de eerste stappen zetten om de inkomstenbelasting te verlagen, waardoor werken meer loont en mensen meer geld overhouden in hun portemonnee.

‘Laten zien hoe het wel kan’

Ook omdat het kabinet voor de Provinciale Statenverkiezingen aangaf dat het koers wilde houden, twijfelt Pechtold er niet aan dat er snel afspraken kunnen worden gemaakt.

“Toen het eerste kabinet Rutte in 2012, vlak voor 1 mei viel, hebben we met vijf partijen het Lenteakkoord gesloten en belangrijke hervormingen in gang gezet. Dat lukte in twee dagen. Toen hebben we laten zien hoe daadkrachtig de politiek kan zijn als je bereid bent uit de loopgraven te komen. Laten we komende week mensen in Nederland opnieuw laten zien dat de politiek het wel kan.”