Overal houden ze van startups

Zuid-Holland wemelt van de jonge techbedrijven. Een tocht langs polders, verlaten havengebieden en afgelegen industrieterreintjes.

Startende bedrijven in de RDM-loods in Rotterdam-Heijplaat. Foto's Robin Utrecht, illustratie Pepijn Barnard Foto’s Robin Utrecht / Illustraties Pepijn Barnard

Het lijkt wel of er in Nederland meer mensen zich bezighouden met het stimuleren van beginnende techbedrijven dan met het oprichten ervan. Op een tocht langs startup-verzamelplaatsen in Zuid-Holland, eerder deze week, zat de bus vol met directeuren van organisaties die startende ondernemers ‘verbinden’: investeerders, gevestigde ondernemers, grote bedrijven, overheden, verhuurders van kantoorruimte, kennisinstellingen. Er wordt flink wat afgefaciliteerd.

Denk aan organisaties als de regionale ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter, StartupDelta (waarvan Neelie Kroes ambassadeur is), de Kamer van Koophandel, de provincie Zuid-Holland, gemeentelijke initiatieven en het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Ze hebben de laatste tijd ook daadwerkelijk meer te faciliteren. Startups staan volop in de aandacht. Net als elders op de wereld zijn in verschillende Nederlandse steden verzamelingen jonge technologiebedrijven zichtbaar aan het groeien. Ze heten incubators, innovatie-campussen, startuphubs. Wat gebeurt daar zoal?

Noordwijk

Eerste halte op de bustocht is een onopvallend industrieterreintje in Noordwijk. „Het best bewaarde geheim van Nederland”, noemt directeur Martijn Seijger ESA-BIC, een verzamelplaats van startups die is verbonden aan de eveneens in Noordwijk gevestigde Europese ruimtevaartorganisaties ESA en Estec. Per jaar selecteert Estec (onderzoeksbudget 3,5 miljard euro) tien startende ondernemingen, die ze twee jaar lang voorziet van ondersteuning, kennis over ruimtevaart, huisvesting en een startkapitaal van 100.000 euro. Dat doet Estec om ondernemerschap met ruimtevaarttechnologieën te stimuleren.

Zoals BlackShore, dat zeer gedetailleerde satellietbeelden online laat beoordelen door grote groepen mensen, om op de beelden patronen te ontdekken. Van het identificeren van objecten op Mars tot het in kaart brengen van rampgebieden na orkanen.

Het bedrijf Johan gebruikt geavanceerde sensoren uit de ruimtevaart om activiteit van sporters te meten. Zo houdt het bijvoorbeeld voor het Nederlands hockey-elftal bij hoe spelers presteren.

Ook M2Power zit er. Dat bedrijf ontwikkelt technologie voor efficiënter gebruik van zonne-energie. Niet alleen handig in de ruimte, maar juist ook op aarde.

Leiden

Volgende halte is Leiden. Startups kun je veel bedrijven op het Bio Science Park in Leiden eigenlijk niet meer noemen, maar het is wel het schoolvoorbeeld van uit de universiteit voortkomende biotechbedrijven, allemaal begonnen als startup. In Leiden ligt de nadruk op de ontwikkeling van nieuwe therapieën voor ziektes. De ontwikkeling van één medicijn duurt vaak decennia, dus zijn veel bedrijven er ouder dan 10 jaar.

Er zitten diverse bedrijven die MS willen genezen, ondernemers die werken aan geneesmiddelen voor hersenaandoeningen en zeldzame ziektes, zoals de spierziekte Duchenne. De ondernemers achter eerdere succesverhalen uit de Leidse biotechsector spelen er een grote rol bij het financieren van nieuwe bedrijven. Zij weten hoe je een beursnotering aanvraagt aan de Nasdaq of hoe je kapitaal ophaalt bij de farmaceutische industrie of bij investeerders. Oprichters van bedrijven als Crucell – ooit een startup – voorzien nu zelf ondernemers van startkapitaal.

Punt van zorg: het Bio Science Park is zichtbaar aan het vergrijzen. Vandaar ook dat de Universiteit Leiden de komende jaren gaat proberen om meer studenten aan te trekken die een biotechbedrijfje willen beginnen.

Valkenburg

In Valkenburg (bij Katwijk) stopt de bus bij het voormalige militaire vliegveld. Daar is veel ambitie, maar nog niet zoveel te zien. „Dit is een ideaal terrein voor proeven met drones”, zegt oprichter Lucas van Oostrum van dronebedrijf Aerialtronics. Het bedrijf heeft onder meer Shell en T-Mobile als klant, die masten en olie-installaties inspecteren met drones. Drones worden ook gebruikt voor het inspecteren van gewassen in de agrarische sector, en in sommige landen wordt er al post mee bezorgd.

Als het aan Van Oostrum ligt, komen er binnenkort nog veel meer dronebedrijven naar Valkenburg om nieuwe mogelijkheden te verkennen. Maar het is niet zeker of de ‘Unmanned Valley’ er ooit komt: er staat namelijk nieuwbouw gepland voor het terrein. „Politiek-bestuurlijk is het nogal uitdagend om het voor elkaar te krijgen”, zegt Rinke Zonneveld, directeur van regionale ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter. Lichtpuntje: prins Pieter Christiaan van Oranje-Nassau werpt zich de laatste maanden op als voorvechter van Valkenburg als dronevliegveld. „Dat opent allerlei deuren”, aldus Zonneveld.

Den Haag

Bij de The Hague Security Delta (HSD), de volgende halte, draait het niet alleen om start-ups. „ Bij ons zit het hem in de combinatie van ondernemers, overheden en kennisinstellingen”, vertelt adjunct-directeur Joris den Bruijnen. Onder meer KPN, TNO en de Nationale Politie zijn bij HSD aangesloten: alle bedrijven bij HSD houden zich bezig met (digitale) veiligheid.

Hij roept de aanwezigen op om goed na te denken over hoe startups in Nederland het best geholpen zijn. „Er zijn bijvoorbeeld belastingvoordelen voor ondernemers. Maar je hebt pas wat aan belastingvoordeel als je omzet haalt. Veel startups doen dat juist in het begin niet, dus die hebben niets aan dat soort regelingen.”

Niet dat veel Haagse ondernemers zich wat aan lijken te trekken van dit vermeende gebrek aan overheidshulp. Het bedrijf Authasas, dat software levert voor authenticatie (het controleren van digitale identiteiten) groeit bijvoorbeeld hard. En Treparel, een big data-bedrijfje, werd deze week overgenomen door Evalueserve, een Zwitsers-Indiase onderneming.

Delft

De meest volwassen startup-plek van Zuid-Holland is Yes!Delft, verbonden aan de Technische Universiteit. Sinds 2005 zitten daar steeds wisselende starters. Er is een streng selectieproces voor startups om zich bij Yes!Delft te mogen vestigen. „We hebben al jaren veel meer aanbod van ondernemers dan plek,” zegt directeur Pieter Guldemond.

Binnenkort begint de bouw van een tweede pand. Er zijn al flink wat Delftse succesverhalen te vertellen. Bijvoorbeeld over Ampelmann, dat geavanceerde loopbruggen maakt voor schepen en olieplatforms. Dat bedrijf wordt, door een investering in 2013, naar verluidt gewaardeerd op zo’n half miljard euro. En Nerdalize, dat in maart een deal sloot met energiebedrijf Eneco om warmte van computerservers te benutten voor verwarming van huizen.

Vorig weekend won een andere ondernemer van Yes!Delft, Steinar Henskes, een Amerikaanse prijs van 20.000 dollar als ‘wereldwijd student-ondernemer van het jaar’. Hij is oprichter van de Bird Control Group, een startup die met lasertechnologie vogels verjaagt, bijvoorbeeld van vliegvelden. „Dat is diervriendelijker dan andere methodes.”

In Delft wordt ook duidelijk wat al die verbindende organisaties nou zoal doen. Bij een pitch van een ondernemer in de offshore-industrie wordt hij door de toehoorders gewezen op bedrijven in de regio waarmee hij mogelijk kan samenwerken. Ook vertelt directeur Sigrid Johannisse van Startup Delta dat ze binnenkort een aantal grote Amerikaanse investeerders naar Nederland haalt om kennis te maken met Nederlandse startups. „Jullie moeten wel met een ijzersterk verhaal komen.”

Rotterdam

In een van de vrijwel verlaten Marconi-torens, aan de rand van Rotterdam, zit het Erasmus Center of Entrepreneurship. Hier huist een bonte verzameling startups. De nadruk ligt er op de dienstensector, maar er zitten ook medische ondernemers: het Erasmus Medisch Centrum bestiert er een laboratoriumruimte die bedoeld is voor startups. Het bedrijf Dutch Domotics heeft er een snelgroeiend kantoor. De spin-off van onderzoeksinstituut TNO ontwikkelt systemen voor plaatsing in de huizen van ouderen en hulpbehoevenden. Met behulp van camera’s en sensoren houden ze bijvoorbeeld in de gaten of mensen niet vallen.

In Rotterdam is nog een startup-verzamelplaats: RDM Innovation Campus. In de enorme verlaten onderzeebootloods van de voormalige Rotterdamse Droogdokmaatschappij zitten nu beginnende bedrijven.

Er klinkt gezaag en gefrees. Er vliegen drones door de hal: binnenkort begint OmniworkX er de eerste indoor drone-vliegschool van de wereld. Er is een enorm makerlab: een locatie waar ondernemers tegen betaling 3D-printers en industriële robots kunnen gebruiken voor experimenten. Ze betalen er 130 euro per persoon per maand om gebruik te kunnen maken van al die machines. „Een beetje zoals bij een sportschool.”

Op een van de kavels in de hal werkt het bedrijf Archimedes aan speciale windmolens die klein genoeg zijn om op daken van huizen te zetten. „In combinatie met zonne-energie kunnen we mensen volledig energieonafhankelijk maken”, zegt oprichter Richard Ruijtenbeek.

Volop optimisme dus, in al die uitgestrekte polders, verlaten havengebieden en op afgelegen industrieterreintjes. Bedrijfjes die duurzame energievoorziening een stap dichterbij willen brengen, Nederland veiliger willen maken, mensen gezonder willen laten leven. Of gewoon apps willen bouwen.

Na een dagje in de bus blijven er veel vragen over. Zijn de ideeën wel haalbaar? Of juist niet ambitieus genoeg? Wat te doen aan het tekort aan investeringskapitaal in Nederland? En moet de staat zich überhaupt wel bemoeien met startups?

Het meeste optimisme is op zo’n dag misschien wel afkomstig van mensen die gewend zijn aan traag, log en verouderd. Zou het daardoor komen dat zoveel overheidsorganisaties zich zo graag met startups bezig houden?