Ombudsman in Zuid-Afrika: strijd om geld en symbolen

Je moet geluk hebben om George Claassen tegen te komen zonder een klacht in zijn hand. Hij is ombudsman voor het Zuid-Afrikaanse mediabedrijf Media24 en gaat over maar liefst negentig (!) lokale kranten door het hele land.

Claassen, die eerder werkte als ombudsman van Die Burger, verzet zo titanenwerk. Praat met hem, en je krijgt een gevoel voor de druk waaronder een Zuid-Afrikaanse ombudsman werkt: een hevige concurrentie om beeldvorming en symboliek in het land na de apartheid, maar ook een keiharde strijd om politieke en economische macht.

Claassen zit vol horrorverhalen over politici, ondernemers en adverteerders die de inhoud van kranten proberen te manipuleren: het is een fors deel van de honderden klachten die hij de afgelopen drie jaar kreeg. Geen enkele mondde uit in een rechtszaak, tot opluchting van zijn directie. Lokale overheden waren goed voor zestig klachten; twaalf ervan werden gegrond verklaard.

Deze week sprak hij in Kaapstad op de jaarlijkse conferentie van de internationale Organization of News Ombudsmen (ONO), waarvan in Nederland NRC Handelsblad en de Volkskrant lid zijn.

Een goed moment: Zuid-Afrika was net in de greep van letterlijke en figuurlijke beeldenstrijd om het recente en minder recente verleden. Studenten begonnen vorige maand een standbeeld van de negentiende-eeuwse imperialist en mijnbouwmagnaat Cecil Rhodes in Kaapstad te besmeuren en bespugen – hun rebellie tegen de blijvende erfenis van kolonialisme en apartheid. Het aanstootgevende beeld werd uiteindelijk verwijderd. En inmiddels staat het land op zijn kop door nieuwe, bloedige xenofobe rellen in Johannesburg en Durban, waarover ook deze krant heeft bericht. De term ‘afrofobie’ zingt rond, als etiket voor vreemdelingenhaat tegen andere Afrikanen.

Onrust daarover sluimert op de conferentie in Kaapstad. Gastsprekers geven een bij vlagen alarmerende situatieschets van een natie die „een tiener” is op het gebied van democratie, geplaagd wordt door endemische corruptie en, in de woorden van hoogleraar journalistiek Lizette Rabe, wankelt „op de rand van een morele afgrond”. Journalisten en uitgevers maken zich zorgen over staatsinmenging. Een nieuwe wet die nu op het bureau van de president ligt, moet staatsinformatie beschermen en klokkenluiders ontmoedigen – een directe aanval op de persvrijheid.

Een veelbesproken voorbeeld van beeldenstrijd in de media is de strafzaak tegen Oscar Pistorius, de vorig jaar wegens doodslag op zijn vriendin veroordeelde sportheld. Zijn proces was een tv- en Twitterfeest. Over de rechter, een zwarte vrouw, werd ronduit denigrerend bericht, vindt Simphiwe Sesanti, gespecialiseerd in pan-afrikanisme. Ze zou niet de vereiste moed hebben om over een blanke ster vonnis te vellen en als vrouw eerder een sociaal werker zijn dan een magistraat. Tussen de regels door doemde de stereotiepe zwarte crimineel op, de vermeende inbreker voor wie Pistorius zijn vriendin zou hebben aangezien.

Nog meer symboliek: ophef over journalisten van een krant die zich in het openbaar hadden uitgedost met ANC-hoedjes. Een concurrerende partij klaagde bij de Zuid-Afrikaanse raad voor de journalistiek, die zich ervan afmaakte: het ging niet om een publicatie, dus de raad kon zich er niet over uitspreken. Onzin, vindt ombudsman Claassen, er was wel degelijk publicatie gevolgd, want een foto van de heren met hun hoedjes was alom op sociale media verschenen.

Wat zegt dit over de media? Hoogleraar Rabe, van de universiteit van Stellenbosch, luidt de noodklok over een samenleving die is „getraumatiseerd door geweld”, een natie die „begint te lijken op een mislukte staat”, en media die vooral geïnteresseerd lijken in sensatie, en natuurlijk rugby. Maar zij is ook wel erg gevoelig: de hoogleraar vindt ook de berichtgeving over de ramp met Germanwings al onverantwoordelijk, omdat die depressieve mensen in een kwaad daglicht zou stellen.

Het echte vuurwerk op de conferentie komt van de flamboyante premier van de provincie West-Kaap, oud-journalist Helen Zille. De ANC-regering, zegt zij, probeert overheidsorganen en vrije instituties als de pers in een houdgreep te nemen, een proces dat in dictatoriaal Zimbabwe allang is voltooid. Zille, ooit anti-apartheidsactiviste, denkt met afschuw terug aan de eenpartijstaat die het land destijds in feite was. „Het grote risico is, dat het nu weer precies die kant op kan gaan.” Belangrijk verschil: Zuid-Afrika heeft een stevige oppositie, een weerbaar maatschappelijk middenveld en een zelfregulerende pers, die grenzen kunnen stellen aan de beheersingsdrift van het bewind.

Het tekent de ambivalente positie van gevestigde media in een jonge democratie: geen persvrijheid onder de apartheid, wel onder een ANC-regering – die dezelfde vrijheid nu weer probeert te ondermijnen.

Schande vindt pan-afrikanist Sesanti het, dat de raad zich niet uitsprak over de persmuskieten met hun hoofddeksels. „Journalisten mogen een standpunt hebben, net als iedereen, maar een partijlijn uitdragen is iets anders.” Al is het maar met hoedjes.

Zo is er meer verstandige en bemoedigende taal voor de ombudslieden. Maar toch, ondanks alle openlijke lof op het mooie land, de groeiende etnische integratie en de voorbeeldige grondwet, steken bij de (blanke) gastsprekers onverhulde zorgen de kop op over ‘zimbabwisering’. De onverstoorbare Claassen nuanceert het gevaar: de civil society is te sterk, de grondwet te solide en de pers te robuust. De gewraakte informatiewet, verwacht hij, zal niet langs de rechterlijke macht komen.

Kan een handjevol Zuid-Afrikaanse ombudslieden helpen om weerstand te bieden aan de annexatiedrift van de staat? Ja, vindt men, want zelfregulatie van de media houdt overheidsinmenging op afstand. Als ze hun kranten en omroepen maar achter de vodden blijven zitten om het publieke belang te dienen, in plaats van de veronderstelde zucht van het publiek naar sensatie – of rugby.