Mee naar het bureau

De activistische studente Joanna (met bord) wordt afgevoerd. Foto Robert Vos / ANP

Het is tegen acht uur ’s ochtends als Hans Maessen de Dam oploopt. Een paar uur later zal het er zwart zien van de jubelende mensen, want dit is 30 april 2013. Koningin Beatrix zal deze dag het koningschap overdragen aan haar zoon, Willem-Alexander.

Hans Maessen komt niet om te jubelen. Hij draagt een witte trui met het opschrift ‘Ik Willem niet’. Hij houdt een bord omhoog met de tekst ‘geen monarchie maar democratie’ en aan zijn linkerarm heeft hij witte heliumballonnen vastgemaakt. Toeschouwers en journalisten die hem naar zijn mening vragen, en dat worden er in de komende uren steeds meer, staat hij kalm te woord.

Twee uur later zit Hans Maessen in een arrestantenbusje. Drie uur later in de cel. Vier uur later loopt hij weer vrij door de stad, met de excuses van de politie; alles berustte op een misverstand. Burgemeester Van der Laan van Amsterdam laat een bos bloemen bezorgen. Maar twee jaar later eist Maessen nog altijd dat het Openbaar Ministerie zowel de agenten die hem aanhielden, als de eindverantwoordelijke bij de politie vervolgt voor zijn onterechte arrestatie. Tot nog toe wijst justitie vervolging af. Woensdag mag hij bij wijze van laatste kans zijn zaak bepleiten in een (niet-openbare) hoorzitting voor het gerechtshof in Den Haag.

Maessen gelooft namelijk niet in een misverstand. Hij denkt dat de politie hem en een andere demonstrant, Joanna, welbewust heeft aangehouden, een minuut of twintig voor de nieuwe koning op het balkon zou verschijnen. Hij denkt dat het Koninklijk Huis en zijn beveiligers erachter zitten, die de aanblik van een of twee protestborden in de tv-reportage van de inhuldigingsdag wilden voorkomen.

Burgemeester Van der Laan – van wiens goeder trouw Maessen overtuigd is – zat de avond na de inhuldiging bij tv-programma Pauw & Witteman. Hij was, zei hij daar, „getergd” en „gebeten” door de suggestie dat de arrestatie het resultaat was van een complot. Het was een ongeluk, de Wet van Murphy, zei hij. Meneer Maessen was het slachtoffer van een persoonsverwisseling.

Wie de stukken leest die verschillende overheidsinstanties sindsdien hebben opgesteld, ziet inderdaad een reeks onhandigheden, vergissingen en misverstanden. Niet alle 15.000 van heinde en verre opgetrommelde agenten hadden de briefing vooraf even goed gevolgd – Van der Laan had in een videoboodschap gezegd dat ze bij protestgeluiden „op de tanden moesten bijten” om de boel niet te laten escaleren. Niet alle extra portofoons waren goed ingesteld, de communicatie liet te wensen over. Met de portofoons die het wél deden was ook niet alles te horen, zoveel lawaai werd er in de stad gemaakt die dag. En het telefoonnetwerk was overbelast, zodat de agenten het actiecentrum niet konden bereiken. Niettemin kon Maessen direct na zijn aanhouding vanuit de arrestatiebus bij de Dam gewoon telefoneren.

Solistische dreigers

Terwijl Hans Maessen doodgemoedereerd op de Dam staat, meldt zich een politieman in burger via de portofoon bij het actiecentrum. Het is 9.40 uur volgens het typoscript van het portofoonverkeer. De politieman wil checken of twee mensen die hij heeft gezien, misschien op de lijst van „solistische dreigers” staan. Alle agenten hebben vooraf foto’s te zien gekregen van mensen die potentieel gevaarlijk zijn, uit politieke of psychologische drijfveren. De eerste elf mensen op die lijst worden als zo gevaarlijk beschouwd dat ze meteen van de Dam mogen worden verwijderd. Vanaf foto 12 gelden andere regels. Joanna is foto nummer 12. De instructie is dat zij „slechts geobserveerd diende te worden”, zou politiechef Pieter Jaap Aalbersberg in een feitenrelaas d.d. 13 mei 2013 schrijven.

Hans Maessen, die lid is van het Nieuw Republikeins Genootschap en als zodanig al een paar dagen in verschillende media heeft opgetreden, staat niet op deze lijst. Maar de agent ziet hem aan voor de man van foto nummer 2 en dat meldt hij om 9.49 uur, een minuut voor Beatrix haar handtekening zet onder de akte van abdicatie. Als het inderdaad de gevaarlijke meneer van foto nummer 2 zou zijn, krijgt de agent in burger door de portofoon te horen, dan moet-ie van de Dam worden verwijderd.

Wat er in de volgende tien minuten gebeurt, is op tal van manieren vastgelegd. Er is het verslag van (een deel van) het portofoonverkeer, er is het feitenrelaas van de politie, er is een proces-verbaal van de agenten die de aanhouding verrichtten, Maessen heeft een verklaring opgesteld, er zijn stukken van de recherche en het openbaar ministerie. En er zijn twee video-opnamen gemaakt, eentje door het tv-programma Nieuwsuur, de andere door een sympathisant van Joanna.

Ook niet-complotdenkers zal het opvallen dat de versies van die tien minuten uiteenlopen. Niet alleen wijken de versies van de republikeinen af van die van de overheid, ook de overheidsversies verschillen onderling.

De video’s tonen kaal wat op de Dam gebeurt. We zien hoe Joanna zich bij Hans Maessen heeft gevoegd. Hij praat tegen journalisten. Samen spreken ze twee jolige meiden aan die pal voor hun neus zijn komen staan met een hoeslaken met de tekst ‘Bea is the best’. Kunnen die niet een klein beetje opzij, zo zien Maessen en Joanna niets van het balkon. En omgekeerd: zo kan de koning nooit zien dat er ook Nederlanders bestaan die tegen de monarchie zijn. Het gesprek is alleen bij flarden verstaanbaar, het verloopt goedmoedig. Maar: de jolige meiden wijken niet.

Joanna gaat op de grond zitten om een kartonnen protestbordje tweezijdig te beschrijven. Op de ene kant staat ‘Ik ben geen onderdaan’, op de andere dikt ze met een vette viltstift een verwensing aan: ‘Fuck the international oil maffia’.

Om 10 uur precies vraagt volgens het portofoonverslag iemand van de achterwacht: „Ehh kan die burgereenheid proberen of die spandoek Bea is the best ehh omhoog kan?” Voor Maessen is dit een aanwijzing dat de jolige meiden niet toevallig pal voor hem zijn gaan staan. Hij leest hierin dat ze undercover waren en de opdracht hadden hem aan het zicht van Paleis en camera’s te onttrekken. Een andere mogelijke verklaring: de geüniformeerde agenten die onderweg zijn naar Maessen en Joanna, hebben een herkenbaar richtpunt als dit spandoek in de lucht wordt gestoken. Het portofoonverslag leest hier (11.02 uur) bepaald niet als een doordacht complot: „Ehh jongens, we zijn er bijna, wat is de bedoeling?” „Vorderen, als het hem is, dat-ie weggaat”, luidt de instructie. Als het hem is.

Op de video zien we de agenten in uniform aankomen. Ze vragen Maessen en Joanna naar hun identiteitsbewijs. Waarom, vragen die eerst. Maar dan geven ze toch hun rijbewijs af. Nu zien we op de video’s agenten minutenlang overleggen door hun portofoons. Volgens het transcript gaan deze zinnen over en weer:

„Heb je voor ons die twee namen?” (11.04 uur)

„Hebben hier voor [J.M] en [J.v.d.H].” (De namen zijn in het verslag geanonimiseerd; J.M. staat voor Johannes Maessen.)

Er wordt over en weer gesproken over de namen die de agenten op de rijbewijzen van Maessen en Joanna hebben zien staan. Voor Maessen en advocaat Paul Buikes een bewijs dat persoonsverwisseling is uitgesloten. Maar het lastige is dat je uit het verslag niet kunt opmaken wie tegen wie praat.

Victor 10

Politiechef Aalbersberg schrijft in het feitenrelaas: „De namen zijn via de portofoon doorgegeven aan de commandant van de eenheid met het verzoek om te controleren of de namen overeenkomen met de personen van foto 2 en foto 12. Deze commandant gaf echter aan dat hij niet over de namen van de personen in kwestie beschikt. Hij krijgt ook geen radiocontact met zijn operationeel commandant om de namen na te gaan.”

De agenten schrijven in het proces-verbaal: „Wij hoorden de V10 zeggen dat hij niet zo snel de namen bij de hand had. Wij hebben dit meerdere malen gedaan. Wij kregen geen contact meer met de V10 middels de portofoon.” Toch zegt diezelfde V10 om 11.09 uur door de portofoon: „Ja, begrepen door de Victor 10.” Hij kan in elk geval wel horen.

Vijf minuten wordt er gehannest op de Dam. Op de video’s zien we hoe Joanna de identiteitsbewijzen van de agenten overschrijft. De agenten bladeren kennelijk nog even door het mapje ‘solistische dreigers’, want ze schrijven: „Wij (hebben) ter plaatse nog even naar de foto’s van de man gekeken en lazen in de tekst naast de foto dat hij een bril zou dragen en iets dikker zou zijn dan op de foto in het boekje.” De sfeer is kalm, alle opwinding voor het paleis in aanmerking genomen.

Een van de geüniformeerde agenten praat met de agent in burger, een man met een krijtstreeppak en een oortje in. Er gaan wat zinnen over en weer, dan knikt de man in uniform en zegt ‘ja’. Waarschijnlijk is dit het moment waarvan de verbalisanten in het proces-verbaal schrijven: „Wij hoorden de collega’s in burger zeggen dat we ze [Maessen en Joanna] dan gewoon mee moesten nemen naar het bureau.”

Een van de agenten vraagt of Maessen het gebied wil verlaten. Die wil het eerst niet geloven. De agent herhaalt zijn vraag. En nog eens – op de video’s is het goed te horen. Na de derde keer zegt Maessen: „Nee, ik begrijp dit niet.” De agent vat dit op als een weigering en zegt: „Bij deze bent u aangehouden.” De agenten in burger en uniform dringen Maessen en Joanna van de Dam af en sluiten ze op in een busje.

Het bevel van een agent weigeren op te volgen is grond voor arrestatie – artikel 184 Wetboek van Strafrecht. Dat is waarom de hoofdofficier van justitie tot nog toe de klacht van Maessen heeft afgewezen: de aanhouding was wel onterecht, maar niet wederrechtelijk.

Enkele minuten na de arrestatie stuurt de politie deze tweet de wereld in: „Geruchten over aanhouding demonstranten op de Dam zijn onjuist. Er is één man aangehouden die niet voldeed [aan] vordering agenten.”

Noord-Korea!

Het is niet de enige verwarrende tekst die wordt gepubliceerd. Een persvoorlichter van de politie schrijft de volgende dag dat Joanna werd gearresteerd voor verstoring van de openbare orde omdat „ze uit protest schreeuwde”. Joanna riep inderdaad luid: „Noord-Korea!” en tweemaal „Vreedzaam verzet!” Maar dat was nádat ze werd weggeleid – op de video duidelijk te zien.

In het feitenrelaas geeft politiechef Aalbersberg toe dat zijn mensen verschillende redenen voor de aanhouding van Joanna hebben gegeven. Omdat ze een bevel van de politie zou hebben genegeerd – maar de video’s tonen duidelijk dat zij niet is ‘gevorderd’ zoals Maessen dat is. Omdat ze stond te demonstreren – maar de agent die Maessen aanspreekt zegt „dat de aanleiding niet gelegen is in een demonstratie”. Of omdat ze de openbare orde verstoorde.

Dat schrijft ook de Amsterdamse recherche op 26 augustus 2014, in een reactie op de klacht van Maessen, over zijn aanhouding: „De aanhouding zou hebben plaatsgevonden terzake verstoring van de openbare orde.”

In het proces-verbaal schrijven de arresterende agenten: „Wij hoorden onderweg naar voren meerdere mensen ons vragen of we wat aan de spandoeken konden doen.” En: „Wij hoorden meerdere personen om ons heen zeggen dat we ons werk goed deden en dat ze hun mond moesten houden.”

De suggestie is: er was ophef rond de twee demonstranten ontstaan. Maar op de video’s zie je dat nauwelijks iemand anders dan journalisten nota van hen neemt. Van ‘spandoeken’ is geen sprake; het bordje van Joanna lag tot aan haar aanhouding op de grond. Pas als ze wordt weggeleid, steekt ze haar kartonnetje in de lucht. Agenten proberen het uit haar handen te grissen. Het lukt uiteindelijk de politieman in het krijtstreeppak.

Waarom neemt Maessen twee jaar na dato geen genoegen met de excuses, de bloemen en de verklaring van persoonsverwisseling en communicatiestoring? „Op hetzelfde moment dat de koning de eed op de Grondwet aflegt, wordt een man aangehouden omdat hij gebruik maakt van zijn grondwettelijk recht op het uiten van zijn mening”, zegt advocaat Paul Buikes. „Dat is nogal wat.” En dat van die communicatiestoring vindt hij – op zo’n perfect voorbereide dag – „niet geloofwaardig”.

Hoofdofficier Korvinus van het Haagse parket wees de klacht op 26 januari van dit jaar af. Er is geen sprake van opzet, schrijft hij, en voor vervolging moet sprake zijn van „opzet van de vrijheidsberoving en van opzet op de wederrechtelijkheid van deze vrijheidsberoving”. Dat de vrijheidsberoving opzettelijk is geweest, valt moeilijk te ontkennen. Maar of die opzettelijk wederrechtelijk is gedaan, zal moeilijk aan te tonen zijn. Tenzij je in een complot gelooft.