Likkepot van kaviaar

Bijzonder

Als je een beetje internationale allure wil uitstralen, moet je als hotel tegenwoordig een chic restaurant hebben met een chef van naam. En eigenlijk ook wel een Michelinster. Daarom haalde het Hilton chef Mario Ridder met zijn team van De Zwethheul in Schipluiden naar Rotterdam. Ze hopen natuurlijk dat Michelin eind van het jaar ook zijn twee sterren meeverhuist. De vraag is altijd: is het een voortzetting in een nieuw jasje of gaat zo’n chef echt iets anders doen. Volgens Ridder heeft hij de smaken van De Zwethheul meegenomen, maar is zijn nieuwe restaurant toegankelijker. Jong, sexy, chic – dat zijn de kernwoorden. De naam Joelia klinkt in ieder geval een stuk sexyer dan De Zwethheul. Voor de rest kan ik er weinig over zeggen, want ik ben nooit in De Zwethheul geweest.

Joelia moet dus jong, chic en sexy zijn. Dat vertaalt zich vooral in een hoop blingbling. De inrichting is druk en glimt opdringerig goudgeel. De bediening loopt op zwarte gympjes, ze dragen allemaal dezelfde fletsgroene spijkerbroek – die kleurt bij het hoogpolig tapijt in het hart van de zaak. Naast de tafeltjes zijn er ook eetplaatsen aan een lange bar langs het raam, wij nemen plaats in deze ‘foodcorner’, met uitzicht op de Coolsingel.

Op het bord

Ik ben verschrikkelijk blij dat de likkepot van krab en kaviaar – een klassieker uit De Zwethheul, zo ik heb vernomen – hier ook op de kaart staat (50 euro). Het is een fenomenaal gerechtje. Een klein kaviaar-blikje (inclusief parelmoeren lepeltje) is gevuld met zacht, zoet aangemaakt krabvlees en een dikke laag zilte kaviaar. Twee ingrediënten die op zichzelf rijk en weelderig zijn. Maar de truc zit ’m in de avocadozalf eronder, die is subtiel aanwezig maar fris genoeg om het geheel op te tillen. Veel geld voor een klein hapje, maar ik zou het er zonder aarzelen morgen opnieuw voor neerleggen. En overmorgen weer.

Joelia schijnt een stuk goedkoper te zijn dan de Zwethheul, maar de prijzen zijn op z’n zachtst gezegd alsnog vrij fors. Voorgerechten lopen van 32,50 tot 50 euro, hoofdgerechten lopen op tot 52,50 voor lam met asperges en 89 euro voor een Wagyu-biefstuk. Een tiengangenmenu kost 125 euro, zes gangen 75 euro. Krijg je daar dan wat voor? Ja: mooie borden met exquise ingrediënten, allemaal zeer vakkundig bij elkaar gezocht en bereid. Maar, lekkerder dan die likkepot wordt het niet meer. (De wijn is dan wel weer schappelijk geprijsd, voor zes euro drinken we heerlijke en volle glazen.)

Ridder kookt behoorlijk aan de zure kant. Dat is vaak fris, maar soms ook wel echt te wrang. Zoals in de sinaasappel-hollandaisesaus bij de (overigens mooi afgekookte) asperges. Waar het wel werkt, is in de wortel-passievrucht-compote bij de rode mul. Dat is een van de betere gerechtjes in het menu.

Los van dat zure is de keuken op geen enkele fout te betrappen. Alles is goed bereid. Maar ook een beetje saai. De zalm is prachtig ingelegd, de dubbelgedopte tuinbonen hebben een perfecte bite. Raapstelen (in een flan, in de vinaigrette en als blaadjes), bietjes en een takje monniksbaard (een zilte groente) uit de Oosterschelde. Los niets op aan te merken. Maar het zijn allemaal wat fletse smaken naast elkaar, echt spannend wordt het niet. Net als later de prachtig vette eend, mooi rosé. De jus van calvados is goed, de appel en ui erg zoet maar aangenaam, de meiknol dun rauw en daardoor fris. Maar prikkelen doet het niet. Neem het toetje: stil bevroren aardbeienschuim (een soort parfait), met dikke toefen crème suisse (dikke slagroom), merengue en lambada-aardbeien. Chic hoor, en zeker ook lekker, maar eigenlijk gewoon aardbeienijs met slagroom. Niets enerverends aan.

Eindoordeel

Echt gezellig is het niet aan de eetbar. De bediening is absoluut niet onaardig en heeft kennis van zaken, maar veel aandacht hebben ze ook niet (of dat ligt aan de foodcorner, de drukte of de pretentie, kan ik niet zeggen). Het eten is onmiskenbaar op niveau. Voor twee tientjes minder had ik het iedereen aangeraden. Maar voor deze prijs (en pretentie) kan het wel iets spannender. Al moet iedereen een keer die likkepot proeven.