Leren van de thee

Hallucineren om jezelf te leren kennen. Thomas Rueb drinkt ayahuasca, samen met een leraar, een directeur en een postbode. ‘Ik ga dood. Ik word gek.’

Illustratie Iggy 't Hart

Uitgeperste compost, ik kan er niets anders van maken. De Sjamaan reikt de ayahuasca aan in een houten kelk. Het is muisstil. Verwachtingsvol kijkt hij mij aan. Ik hef het glas en sla de inhoud achterover. Een dikke donkerbruine drank, bitter en zuur, hij brandt in mijn borstkas. Ik knik, en wandel terug naar mijn matras.

Hartkloppingen. Mijn handen gloeien. Ik sluit mijn ogen, warmte, tintelingen en kleuren, ik ruik rook, aarde, ik glij weg. Onvrijwillig krullen mijn mondhoeken omhoog.

We zitten (liggen) in een maloca, de traditionele hut van de Amazone. Zand op de vloer, pilaren, dierenvellen langs de wanden, en een groot, knisperend haardvuur in het midden. Maar dan nagebouwd, ergens in de bossen van Noord-Brabant.

Met een groep van dertig zijn we. De Sjamaan, twee begeleiders en 27 deelnemers. Er zitten ervaren gebruikers tussen, maar een paar doen dit vannacht, zoals ik, voor de eerste keer. Ayahuasca betekent zoiets als ‘de liaan van de ziel’. Het is een ceremoniële drank uit het Amazonegebied. Een soort thee, getrokken uit hout en bladeren, en ja, daar ga je flink van hallucineren.

Ik lig op de grond onder een dekentje en voel me vederlicht. Ken je de vlekken die je tegen je oogleden ziet als je ze sluit? Nou, deze praten tegen je, veranderen continu van vorm, kleur en betekenis. Ik probeer ze niet te geloven. Ik voel me waanzinnig – in beide betekenissen van het woord. En dan, als bij klokslag, beginnen de eerste deelnemers om mij heen gewelddadig hard te kotsen.

Steeds meer mensen gebruiken psychedelica uit een therapeutische overweging. Drugsinstelling Jellinek constateert dat. Beklom je vroeger misschien een bergtop om zelfinzicht op te doen, om je leven in perspectief te plaatsen tegen het decor van de almachtige natuur, nu gaan mensen op ontdekkingsreis door hun eigen hoofd. Psychonauten worden ze genoemd. En hun heilige graal bleek, met wie ik ook sprak: ayahuasca. Het is een verboden middel, lijst 1 van de opiumwet (tussen, zeg, lsd en paddo’s), al heeft de Braziliaanse Santo Daime-kerk in Nederland sinds 2001 toestemming om de drank te schenken.

Maar in wat Jellinek „het grijze gebied” noemt, zijn tientallen coaches actief die ayahuascatrips aanbieden in het kader van zelfverrijking. Even zoeken op internet en de aanbiedingen vliegen je om de oren. Van volledig georganiseerde reisjes naar de Amazone, tot een nachtje trippen in de provincie.

Wie doen dit nou? Vergis je niet: dit is heus niet (alleen) voor zachtaardige hippies. Er zitten vandaag wetenschappers tussen. Een leraar Engels. De directeur van een grote fabriek. Een postbezorger. Een meisje uit een shoarmazaak. Studenten en gepensioneerden. Ayahuasca hoort wat hen betreft niet thuis in het rijtje ecstasy, coke en marihuana. Eerder ergens tussen meditatie en mindfulness, maar dan in extremis. En iedereen die ik hierover sprak zei hetzelfde: „We kunnen het hier drie uur over hebben, of acht, maar dan nog heb je geen flauw idee waar je over schrijft. Je moet het zelf ervaren.”

„Huuu-hooooo-heee.” De Sjamaan zingt. Ik ren als een holenmens over de prairie, voortgestuwd op zijn klanken. Elke keer als het vuur oplaait, een oranje gloed tegen mijn oogleden, trekt er een millennium voorbij. Tijd bestaat niet. Ik ben de eeuwigheid.

De Sjamaan en zijn helpers drinken ook mee. Hij wil niet met zijn naam in de krant – dat was de voorwaarde. In principe is het verstrekken van ayahuasca verboden, zegt het OM. Maar of er ook een precedent is waarin iemand vanwege zo’n ceremonie is veroordeeld, weet de woordvoerder niet.

Buiten de hut zijn kotsplekken gegraven, aangegeven met vrolijk versierde totempalen. Met overgeven reinig je, volgens het Indiaanse gebruik, ziel én lichaam. Je kunt ook koorts en diarree krijgen. We krijgen een plastic zakje voor noodgevallen.

Vooraf worden we geïnstrueerd. Het belangrijkste: wat er ook gebeurt, geef je over. Volledig. De trip duurt uren en uren en je verzetten werkt alleen maar averechts.

„Ik ga dood. Ik ga dood. Ik word gek. Ik word gek.” Ruw word ik uit mijn roes gesleurd. Eén van de deelnemers, de Zweed Pär, zit voorover gebogen op zijn knieën. Ik zie hem vanuit mijn ooghoeken. Hij is in blinde paniek. Schreeuwt. „Ik ga dood. Ik word gek.”

Gaat het mis? Ik weet niet wat er eerst komt, die gedachte of het gevoel – maar plotseling lijkt mijn hart zich uit mijn borstkas te willen vechten. Ik begin te zweten, mijn benen trillen. Word ik gek?

De kleuren verdwijnen, het wordt donker in mij. Ik zie – nee, ik bén een rots waar een gitzwarte golf over wordt uitgestort, dik en taai als ruwe olie. IJspegeltjes priemen in mijn huid. Ik heb koorts. Gaat het mis? Een pijlpunt brandt in mijn keel. Ik moet overgeven, denk ik. Met mijn hand reik ik naar de plastic zak, ik voel hem tussen mijn vingers knisperen en... Néé!

Iets – ikzelf, natuurlijk, maar ook echt, heus: iets – trekt mijn hand weer terug. Blijven liggen, jij! Het buldert in mijn hoofd. Ik word naar beneden gezogen in een duistere draaikolk tot ik kopje onder ga.

Weggestopte emoties

Ayahuasca gebruik je niet voor de lol. Zoals een van de deelnemers het samenvat: drugs zijn een doel op zich – ze geven je genot, plezier – maar dit is een middel tót een doel. Deelnemer Edward (35): „Eén nacht ayahuasca is als een jaar bij de psycholoog.”

De visioenen die de drank opwekt, moeten je leren met je angsten om te gaan, om weggestopte emoties een plek te geven. Rianca (25), van de shoarmatent: „Het is een worsteling, maar ayahuasca leert je meer over jezelf dan ik ooit voor mogelijk hield.” Jan (56), de ontwikkelingswerker: „Ik ben belijdend atheïst. Maar nu weet ik dat er meer is.” God, dus toch? Jan lacht. „Zo zou ik het niet noemen. Maar zeker iets groters. En ik maak er deel van uit.”

De harmonica redt me van de duisternis. Zachtjes doemen de tonen op, melancholisch, vanaf een mistige kade aan de kust. Aaaah. Ook naast mij kreunen mensen van genot.

Ik ben thuis. In mijn ouderlijk huis aan de Schoutenburgstraat, sinds mijn elfde niet meer geweest. Ik ren de trap op, jaag mijn zusjes achterna. De eettafel is zo hoog dat ik precies mijn kin erop kan leggen als ik op mijn tenen sta. Het duizelt me. Dit zijn herinneringen die ik absoluut niet meer paraat had. Het voelt zó echt. Maar zijn ze dat ook? Wat maakt het uit. Ik zie vrienden van vroeger. Opa’s, oma’s, mijn oom, mijn ouders, mijn buurjongen.

Gezondheidsrisico’s? Volgens kenniscentrum Jellinek zijn die er niet echt. Ayahuasca is niet verslavend: te heftig. Alleen als je een geschiedenis van psychosen of schizofrenie hebt, kun je je er maar beter niet aan wagen. En je moet begeleid worden: je gedrag is onvoorspelbaar. „Dit probeer je niet alleen thuis op de bank.”

Hervonden herinneringen

„Thomas, heb je het overleefd?” Ik richt me op. De Sjamaan staat over me heen gebogen.

„Hoe laat is het?” Mijn stem kraakt. Vreemd om mezelf weer hardop te horen praten. „Zes uur.” Mijn god. Acht uur later dus... In de keuken wordt thee gedronken, gewone thee. Enkele praten na, anderen staren voor zich uit. De Zweed is één van hen. „Ik ben vannacht gestorven”, zegt hij zachtjes. De Vlaamse Jessica (37) heeft diepe gesprekken gevoerd met haar overleden moeder.

Zou ik dit nog een keer doen? Alle relaties die ik waardevol acht, zijn voorbij gekomen. Mijn vriendin, vrienden, familie. Ik heb herinneringen teruggekregen die ik kwijt dacht te zijn – al weet ik niet of ze kloppen. (Mijn ouders: „Groen? Nee hoor, onze voordeur was bruin.”) Toch voelt het alsof ik iets gewonnen heb. Of liever: iets overwonnen. Het voelt alsof ik mij heb moeten verantwoorden voor de rechtbank van mijn onderbewuste, urenlang en zonder genade. Als er iets was geweest wat ik niet over mijzelf wist, een blokkade, weggestopte spijt over een verkeerde keuze, een verdrongen angst, dan was dat naar boven gekomen. Daar ben ik van overtuigd. Maar dit nog een keer doormaken...?

Ik heb niet overgegeven, vertel ik, niet zonder trots. Ik blijk de enige. Daar zit een keerzijde aan. De drank zit nog in mijn maag. Studente Senne (25) kijkt me indringend aan. „Gaat het wel goed?”

Nee.

Uit het niets komt het gevoel terug. Alsof de ayahuasca weer bezit van me neemt. Het raakt me als een mokerslag. Ik zak bijna door mijn benen. Mijn achterhoofd tintelt. Ik wil een glas water pakken, maar grijp telkens mis.

„Het kotsgat...”, weet ik uit te brengen. De Sjamaan glimlacht en neemt me mee naar buiten.

Ik haal het net. De totempalen grijp ik vast als skistokken, en ik geef over. En nog een keer. Nog eens, opnieuw, en nog een eens, mijn maag wringt zich leeg. Uitgeperste compost, nog één keer die smaak. En dan is het weg.