Leren van de thee

Hallucineren om jezelf te leren kennen. Thomas Rueb dronk ayahuasca, en ging op een urenlange tocht langs de krochten van zijn ziel. „Word ik gek? Gaat het mis?”

Uitgeperste compost, ik kan er niets anders van maken. De Sjamaan reikt de ayahuasca aan in een houten kelk. Het is muisstil. Verwachtingsvol kijkt hij mij aan. Ik hef het glas en sla de inhoud achterover. Een dikke donkerbruine drank, bitter en zuur, hij brandt in mijn borstkas. Ik knik, en wandel terug naar mijn matras. Dus het gaat beginnen.

Hartkloppingen. Mijn handen gloeien. Ik sluit mijn ogen, warmte, gloed, tintelingen en kleuren, ik ruik rook, aarde, ik glij weg. Onvrijwillig krullen mijn mondhoeken omhoog.

We zitten (liggen) in een maloca, een traditionele hut die wordt gebruikt in de Amazone. Stel je voor: zand op de vloer, pilaren, doeken en dierenvellen langs de wanden, en een groot, knisperend haardvuur in het midden. Maar dan nagebouwd, ergens in de bossen van Noord-Brabant.

Met een groep van dertig zijn we. De Sjamaan, twee begeleiders en 27 deelnemers. Er zitten ervaren gebruikers tussen, sommigen van hen komen hier elke maand opnieuw, maar een paar doen dit vannacht, zoals ik, voor de eerste keer. Gelukkig.

Ayahuasca betekent zoiets als ‘de liaan van de ziel’ – of van de dood, al is er discussie over die interpretatie van de Indiaanse taal Quechua. Het is een ceremoniële drank die al eeuwenlang wordt gebruikt in het Amazonegebied, in religieuze ceremonies en om het kwaad te verdrijven. Het is een soort thee die wordt getrokken uit lianen en bladeren, en ja, je gaat er flink van hallucineren.

Die smaak... Hij lijkt door mijn poreuze verhemelte mijn hersenen binnen te sijpelen. Compost, overal waar ik kan denken. Door de diepbruine waas doemen hagedissen op, talloze, ze kruipen over de takken in mijn kop, ritselen tussen het gebladerte. Kom maar mee, zeggen ze. Geef je over.

Ik probeer rustig te blijven. Ik lig op de grond onder een dekentje en voel me vederlicht. Ken je de vlekken die je tegen je oogleden ziet als je ze sluit? Nou, deze praten tegen je, veranderen continu van vorm, kleur en betekenis. Ik probeer ze niet te geloven. Voel me waanzinnig – in beide betekenissen van het woord.

„Brúúúúh.”

En dan, als bij klokslag, beginnen de eerste deelnemers om mij heen gewelddadig hard te kotsen.

Psychonaut

Dit had een simpel artikel over een trend moeten worden. De aanleiding: steeds meer mensen gebruiken psychedelica vanwege de vermeende therapeutische werking. Drugskenniscentrum Jellinek zegt een toename te constateren.

Beklom je vroeger misschien een bergtop om zelfinzicht op te doen, om je leven in perspectief te plaatsen tegen het decor van de almachtige natuur, tegenwoordig gaan steeds meer mensen op ontdekkingsreis door hun eigen hoofd. Zie het als een vorm van meditatie, waar je net wat minder geduld voor nodig hebt.

Daar zat een verhaal in, dacht ik. Dus ik begon rond te bellen. Leerde via-via mensen kennen als Hein, veertiger, een transportmedewerker uit een plaatsje onder de rook van Rotterdam. Met zijn achternaam wil hij niet in de krant – zijn baas zou het niet begrijpen, zegt hij. Hein is psychonaut, chemisch avonturier. „Het is niet dat ik me ervoor schaam, maar het is niet iets waar iedereen bij kan.”

We zaten in zijn achtertuin. De kinderen konden elk moment thuiskomen uit school. „Dan maken we even een ommetje.” Die hoeven dit nog niet te horen, dat pappa geestelijke verdieping zoekt met behulp van psychedelica. Waarom hij dat doet? „Je kan jarenlang leren mediteren, maar je kan ook een paar keer trippen.” Zet op een rij wat Hein daar allemaal voor gebruikt en het krijgt iets van een rijmpje:

LSZ.

Mescaline.

Peyote.

L-Efedrine.

MDA.

DMT.

2C-B.

Paddo’s, truffels, LSD.

Maar de heilige graal bleek, voor alle psychonauten die ik sprak: ayahuasca. Het is een verboden middel, lijst 1 van de opiumwet (tussen, zeg, LSD en paddo’s), al heeft bijvoorbeeld de Braziliaanse kerk Santo Daime in Nederland sinds 2001 officieel toestemming om de drank te schenken. Het drinken ervan is daar onderdeel van de religieuze belijdenis.

Maar in wat Jellinek „het grijze gebied” noemt, zijn talloze coaches en spiritualisten actief die ayahuascatrips aanbieden in het kader van zelfverrijking. Dat worden er volgens Jellinek steeds meer. Even zoeken op internet en de aanbiedingen vliegen je om de oren. Van volledig georganiseerde trips naar de Amazone, tot een nachtje trippen in de provincie.

Ayahuasca gebruik je niet voor de lol. Zoals één van de deelnemers het vandaag samenvat: de meeste drugs zijn een doel op zich – ze geven je genot, plezier – maar ayahuasca is een middel tót een doel. De gebruikers zien het als een teug van het verhevene, zo dichtbij als een ongelovige kan komen bij een religieuze ervaring.

Het middel hoort wat dat betreft niet thuis in het rijtje ecstasy, coke en marihuana. Eerder ergens tussen meditatie en mindfulness, maar dan in extremis. Vlaming Edward (35), een van de ervaren deelnemers, is stellig: „Eén nacht ayahuasca staat gelijk aan een jaar zweten bij de psycholoog.”

Maar wie ik ook sprak voor dit artikel – leden van de Santo Daime-kerk, psychonaut Hein, ayahuasca-expert Arno Adelaars – ze zeiden allemaal hetzelfde: „We kunnen het hier drie uur over hebben, of vier uur, of acht, maar dan nog heb je geen flauw idee waar je over schrijft. Je moet het zelf ervaren.”

Kotsplekken

„Huuu-hooooo-heee.” De Sjamaan zingt. Ik ren als een holenmens over de prairie, voortgestuwd door zijn klanken. Elke keer als het vuur oplaait, een oranje gloed tegen mijn oogleden, trekt er een millennium voorbij. Tijd bestaat niet. Ik ben de eeuwigheid.

De kotsgeluiden om mij heen hoor ik, maar ze doen me niets.

De Sjamaan, gekleed in een leren broek en indianenhoed, wordt tijdens de ceremonie geflankeerd door twee helpers die beurtelings muziek maken. Bij elke repetitieve roffel op de met koeienhuid bespannen trommel bliksemt het in mijn hoofd.

Alledrie zijn het doorgewinterde gebruikers, vertellen ze vooraf. Deze leiders blijven vannacht niet nuchter. Dat idee staat me aanvankelijk tegen: wat als er iets gebeurt? „Er gebeurt niets”, zegt de Sjamaan. „Maak je geen zorgen.”

Ze drinken minder van de drank dan de deelnemers – maar als ze niet meedoen, dan kunnen ze ook niet sturen, zeggen ze. De Sjamaan is er om de ceremonie te leiden, om zoals hij dat zelf noemt „de drank te begeleiden”, de andere twee om mensen die het zwaar hebben bij te staan.

Want zwaar kan het zijn. De fysieke effecten van ayahuasca zijn niet mals: bijna altijd geef je over, dat is onderdeel van het ritueel. Je reinigt zo, volgens het Indiaanse gebruik, ziel én lichaam. Buiten de hut zijn daarom twee kotsplekken gegraven, kuilen die zijn gemarkeerd met vrolijk versierde totempalen. Je kunt ook koorts en diarree krijgen. Er staan wc-hokjes. Iedereen krijgt een plastic zakje en wc-papier voor noodgevallen.

Vooraf worden de deelnemers geïnstrueerd. Het belangrijkste om te onthouden: wat er ook gebeurt, geef je over. Volledig. De trip duurt uren en uren en je verzetten werkt alleen maar averechts. Ik hoop maar dat ik genoeg onthoud voor het artikel, schiet er door me heen.

„Besef ook”, waarschuwt de Sjamaan, „dat wat je doormaakt voor iedereen anders is. Probeer dus niet anderen te betrekken in je ervaring, ga geen contact maken. Houd je met niemand anders bezig dan jezelf. De drank probeert jóu iets te vertellen, luister daarnaar.”

Ik knoop het in mijn oren. Een paar momenten kom ik even uit mijn hoofd te voorschijn, alsof ik wakker schrik uit diepe slaap. Dan doe ik mijn ogen open en richt ik me op, het lukt me nauwelijks. Ik zie anderen. Schimmen. Sommigen liggen te kronkelen op hun matras, anderen zitten op krukjes en staren in het vuur. Ik heb moeite met het idee dat er individuen bestaan buiten mijzelf. Met hen communiceren? Dat lijkt me een onmogelijke opgave.

Ik sluit mijn ogen weer. Om mij heen hoor ik gekreun en gezucht. Ze praten in zichzelf, ijlen. Ik stel me voor dat ik in de ziekenboeg lig van een legerhospitaal.

Al gauw zak ik opnieuw weg in mijn hoofd. Felgekleurde patronen dansen voor mijn ogen. Blauw, wit, zwart, geel. Blauw, wit, zwart, geel.

Koorts

„Ik ga dood. Ik ga dood. Ik word gek. Ik word gek.” Ruw word ik uit mijn roes gesleurd. Eén van de deelnemers, de Zweed Pär, zit op zijn knieën, vooroverbogen, alsof hij aan het bidden is. Hij is in blinde paniek. Schreeuwt.

„Ik ga dood. Ik word gek.”

Overeind komen kan ik nauwelijks. Ik zie hem vanuit mijn ooghoeken, zijn gestalte voor het haardvuur trek een lange schaduw. Gaat het mis? Worden we echt gek?

Is dát wat er aan de hand is?

Ik weet niet wat er eerst komt, die gedachte of het gevoel – maar plotseling lijkt mijn hart zich uit mijn borstkas te willen vechten. Ik begin te zweten, mijn benen trillen. Ik sluit mijn ogen weer. Hoor mezelf kreunen van een kilometer afstand.

Gaat het mis?

De kleuren verdwijnen, het wordt donker in mij. Ik zie – nee, ik bén een rots waar een gitzwarte golf over wordt uitgestort, dik en taai als ruwe olie. Ik verkeer in vrije val. IJspegeltjes priemen in mijn huid. Ik heb koorts. Kan mijn handen nergens kwijt.

Word ik gek?

Een pijlpunt brandt in mijn keel. Ik moet overgeven, denk ik. Met mijn hand reik ik naar de plastic zak, ik voel hem tussen mijn vingers knisperen en...

Néé!

Iets – ikzelf, natuurlijk, maar ook echt, heus: iets – trekt mijn hand weer terug. Blijven liggen, jij! Het buldert in mijn hoofd. Ik gehoorzaam.

Het lukt. Door een roodbruine donderwolk in mijn schedel, de kleur van de drank, beginnen stukjes blauw te schemeren. Met alles wat ik in me heb concentreer ik me op het blauw. O, dat blauw. Het zuigt me op. Ik zweef weer.

Het is een paradox: ontspannen kost de grootst mogelijke inspanning.

Mythe

Wie doen dit nou? De groep vandaag geeft een mooi beeld. Vergis je niet: dit is heus niet (alleen) voor zachtaardige hippies. Er zitten wetenschappers tussen, zoals neuroloog Stephen en de Zweed Pär. Een leraar Engels. De directrice van een grote fabriek. Een Vlaamse postbode. Een meisje uit een shoarmazaak. Studenten, maar ook gepensioneerde zestigers.

Waarom ze hier zijn?

Rond ayahuasca vindt een ware mythevorming plaats. Als we bij het kampvuur zitten, een paar uur voor de ceremonie begint, is dat overduidelijk. De deelnemers, sommigen leren elkaar nu pas kennen, praten over hun eerdere ervaringen met het ritueel.

Ik vraag rond, probeer een idee te krijgen van wat mij straks zal gaan overkomen. Hoe voelt het? De ervaren psychonauten glimlachen om die vraag.

„Dat bepaalt de plant”, zegt Hans (53). Hij richtte begin jaren 90 de eerste smartshop op in Amsterdam. „Daar hebben jij of ik niets over te zeggen. De drank beslist.”

In zijn ogen geen hint van ironie. Hoe bedoelt hij dat dan precies?

„Ayahuasca is de moeder. Ik noem het ‘mamayasca’. Ze neemt je mee, laat je dingen zien.” Hans lacht, bijna vertederd, om mijn verwarring. „Je merkt het zo vanzelf wel. Het doet elke keer iets anders met je, maar altijd precies wat jíj nodig hebt.”

En luister naar Jan (56), ontwikkelingswerker: „Ik ben belijdend atheïst. Maar nu weet ik dat er meer is.”

God, dus toch?

Jan lacht. „Zo zou ik het niet noemen. Maar zeker iets groters. En ik maak er deel van uit.” Zweverig, ja. Rianca (25), van de shoarmatent, legt het zo uit: „Ayahuasca leert je meer over jezelf dan ik ooit voor mogelijk hield.”

De visioenen die de drank opwekt, moeten je leren met je angsten om te gaan, om weggestopte emoties een plek te geven. Dat was ook één van de functies die ayahuasca heeft in de Amazonische rituelen.

Jan: „Ik heb nu al jaren een vriendin, dat had ik anders nooit gekund.”

Rianca: „Het is een worsteling, maar je moet je door de drank laten leiden.”

Draaikolk

Ik begrijp inmiddels waar dat gevoel vandaan komt. Dit is een oefening in overgave. Als de ayahuasca eenmaal zijn werking begint, verlies je op een overweldigende manier alle controle – tenminste, zo voelt het. Alsof je in het karretje van een kermisattractie zit. Je kan om je heen kijken, een beetje aan het stuur draaien, maar je gaat onophoudelijk, onherroepelijk voorwaarts over de rails. De rit gaat steeds harder, en de hoek wordt steeds steiler.

„Brúúúúh.”

Het gekots om mij heen begint intussen extremere vormen aan te nemen. Eén van de studenten is niet op tijd buiten en spuugt zijn handen vol. Hij smeert de donkere drab gedachteloos in zijn haar.

De Duitser naast mij klinkt alsof hij door onzichtbare handen wordt uitgewrongen als een natte theedoek. De grote, kale vijftiger ligt op zijn zij met zijn hoofd in een plastic zak. Zijn mond gaat open en dicht, als een vis op het droge. Zo gaat het al uren. Zijn maag is leeg, maar hij kan niet stoppen met overgeven. Eén van de begeleiders aait hem over zijn rug. Ze kennen elkaar goed: de man komt hier elke maand.

Soms heb ik plots een moment van helderheid, van realisatie. Wat ben ik in godsnaam aan het doen?

Ik open mijn ogen en zie mijn omgeving weer. Scherp blijven, denk ik. Je bent hier voor een stuk, je moet hier straks tenslotte over schrijven.

Schrijven? O ja!

Maar die gedachte stelt me niet gerust. Hoe meer ik me bewust word van het hier en nu, hoe enger de ervaring wordt.

Je bent Thomas Rueb. Ja, ik ben Thomas.

Je bent journalist. Ja, journalist, ja.

En je ligt op de grond. Maar waarom? Wat gebeurt er met me? Gaat het wel goed? Waar zijn mijn handen? Wie ben ik ook alweer? Thomas. O ja. Maar waarom voel ik me dan niet zo?

Mijn hartslag versnelt. De donkerte dient zich weer aan. Zweet. Dit gaat mis. Met man en macht probeer ik die gedachte weg te drukken, te vergeten. Ik wil weer wegzweven. Het lukt niet. Ik word naar beneden gezogen in een duistere draaikolk tot ik kopje onder ga.

Horror

Gezondheidsrisico’s? Volgens kenniscentrum Jellinek zijn die er niet echt. Ayahuasca is niet geestelijk of lichamelijk verslavend: „De ervaring is te heftig om vaak te doen.” Alleen als je een familiegeschiedenis van psychosen of schizofrenie hebt, kun je je er maar beter niet aan wagen. En je moet zonder meer begeleid worden: je gedrag onder invloed is onvoorspelbaar. „Dit is niet iets wat je alleen thuis op de bank moet proberen. Je weet nooit wat er allemaal boven water komt.”

Eén van de voornaamste experts op het gebied van psychedelica en ayahuasca is Arno Adelaars (57). Hij schreef een boek over de drank, dat nu in het Engels wordt vertaald. Volgens Adelaars telt Nederland enkele duizenden gebruikers.

Regelmatig reist hij af naar Zuid-Amerika om te spreken met sjamanen en medicijnmannen. Zijn huis in Amsterdam is een rariteitenkabinet vol artefacten uit de Amazone: dromenvangers, tropische planten, rituele trommels.

In 1995 kreeg hij, waarschijnlijk als eerste Nederlander, een pak bladeren in handen afkomstig uit de Peruaanse jungle. Het was naar Nederland opgestuurd door een Amerikaan die zich afvroeg of ayahuasca misschien commercieel verhandelbaar was in Conscious Dreams, destijds ‘s werelds enige smartshop. Juist, die van Hans. Hij sleepte Arno erbij om het middel te testen.

Na wat experimenteren – bedenk, dit is van voor het internet – lukte het Arno om de ayahuasca te bereiden. „Mijn ogen werden geopend.” Maar zijn conclusie: „Nee, dit moet je niet los gaan verkopen. Veel te heftig.”

Door het smartshopcircuit is de drank in Nederland wel breder verkrijgbaar dan in de andere Europese landen. Ongeveer de helft van de deelnemers vandaag is buitenlands. Er zijn Duitsers, Britten, Scandinaviërs, Belgen en zelfs een Amerikaan en een Australiër. Ze zijn speciaal hierheen gekomen voor de ceremonie.

„In Engeland is dit niet te vinden”, zegt de Britse Jay. „Ik leerde ayahuasca kennen via een vriend. Mijn eerste keer was in Deventer.” Hij komt intussen jaarlijks naar ons land voor het ritueel, het liefste bij deze Sjamaan.

Het is niet alleen in Nederland dat het gebruik mensen trekt. Ook in het Amazonegebied is de commerciële mogelijkheid van het lokale ritueel inmiddels ruimschoots ontdekt. Landen als Peru, Brazilië en Bolivia trekken een flinke stroom ayahuascatoerisme van over de hele wereld.

Dat gaat niet altijd goed. Horrorverhalen genoeg, van mensen die onder invloed werden beroofd, aangerand, verkracht. April vorig jaar kwam de 19-jarige Brit Henry Miller om het leven in Colombia: hij zou een giftig mengsel voorgezet hebben gekregen. In 2012 verdween de 18-jarige Amerikaan Kyle Nolan in Peru nadat hij onder invloed van de drank de jungle in was gelopen. Zijn lichaam werd dagen later pas gevonden. De sjamaan die de ceremonie had geleid, kreeg drie jaar gevangenisstraf opgelegd.

Thuis

De harmonica redt me van de duisternis. Zachtjes doemen de tonen op, melancholisch, vanaf een mistige kade aan de kust. Aaaah. Ook naast mij kreunen mensen van genot. Mijn mondhoeken krullen weer.

Ik ben thuis. In mijn ouderlijk huis aan de Schoutenburgstraat, sinds mijn elfde ben ik hier niet meer geweest. Nummer 27, het bordje naast de groene voordeur zie ik kristalhelder voor mij. Ik ren de trap op, jaag mijn kleine zusjes achterna. De eettafel is zo hoog dat ik precies mijn kin erop kan leggen als ik op mijn tenen sta.

Het duizelt me. Dit zijn herinneringen die ik absoluut niet meer paraat had. Ze voelen zó echt. Maar zijn ze dat ook?

Wat maakt het uit.

Ik zie vrienden van vroeger. Opa’s, oma’s, mijn oom, mijn ouders, mijn buurjongen. En weer dat patroon, overal dat patroon: blauw-wit-zwart-geel, het gáát maar door. En dan herken ik het. Natuurlijk! Het zijn de pauwenveren op het schilderij dat hier aan de muur hing. Ik sta ervoor, kan het aanraken. De veren, kijk, ze leven!

DMT

De Sjamaan wil niet met zijn naam in de krant – dat was de voorwaarde. In principe is het verstrekken van ayahuasca verboden, zegt het Openbaar Ministerie. Of er daadwerkelijk een precedent is waarin iemand vanwege zo’n ritueel is veroordeeld, weet de woordvoerder echter niet. Bij het boeken van de ceremonie, 100 euro per persoon, vraagt de Sjamaan het a-woord niet op het afschrift te vermelden.

De Sjamaan is naar eigen zeggen één van twee Nederlanders die daadwerkelijk in de Amazone zijn ingewijd. De „tientallen” anderen die hier dit soort ceremonies aanbieden, zijn dat niet.

Twaalf jaar geleden plantte hij zelf een ayahuascaliaan in Colombia, samen met een lokale medicijnman. De drank van vandaag is getrokken uit het hout van die boom, en de bladeren van de lokale plant chagropanga. „Een potent brouwsel”, noemt hij het zelf.

De belangrijkste werkzame stof in ayahuasca is DMT, één van de heftigste hallucinogenen die we kennen. De stof komt voor in de natuur, zit in allerlei planten, grassen, zeesponzen, padden en zoogdieren. Het is ook bij mensen een lichaamseigen stof.

Het is niet moeilijk te bedenken waar de mystiek rond het middel vandaan komt: DMT zou in de hersenen een rol spelen bij visuele dromen en bijna- dood-ervaringen: het leven dat aan je voorbij flitst, de ‘tunnel’. Het is de reden dat het niet ongebruikelijk is dat je het gevoel krijgt dat je sterft – zoals de Zweed Pär overkwam, op zijn knieën voor het vuur. In verschillende populair-wetenschappelijke publicaties wordt het ook wel ‘the spirit molecule’ genoemd.

DMT kun je synthetiseren vanuit bepaalde planten en wortelen. Om te roken– psychonaut Hein doet dat regelmatig. Hij noemt het de „businessman’s lunch trip”: de effecten duren zo kort dat je het in je lunchpauze zou kunnen doen.

Bij ayahuasca komt daar een ander bestanddeel bij, een zogeheten MAO- remmer. Die zorgt ervoor dat de afbraak van de DMT langzamer verloopt. Daardoor duurt de trip geen minuten maar úren.

Binnenstebuiten

Over tijd kan ik niet nadenken. Hoe lang zijn we al bezig? Ik heb geen idee. Beter niet aan denken. Nog steeds heb ik niet overgegeven. Ik vraag me af of het nog gaat gebeuren.

Iets ademt in mijn oor. Kippenvel. Ik ruik rook. De Sjamaan staat over me heen gebogen en blaast wierook over mijn lichaam. Hij sist. Een bizar masker heeft hij op, als een faun („Helemaal niet”, zal ik later horen.)

Dat kleine beetje contact met de Sjamaan, met iemand buiten mijn hoofd, maakt me rustig. Vredig bijna. Het geeft me ruimte voor reflectie.

Is dit iets goddelijks, zoals zoveel gebruikers beweren? Een kijkje aan gene zijde? Nee. Dat geloof ik niet.

Ik hallucineer eigenlijk alleen in clichés, begin ik te merken: filmbeelden, patronen die ik ken, gezichten en beelden van vroeger. Dit is geen invloed van buitenaf, dit is het archief dat binnenstebuiten wordt gekeerd. En misschien een beetje herschikt.

Zou ik dit nog een keer doen?

Alle relaties die ik waardevol acht zijn voorbij gekomen. Mijn vriendin, mijn vrienden, familie. Ik heb jeugdherinneringen teruggekregen die ik kwijt dacht te zijn – al weet ik niet in hoeverre ze kloppen. („Hoezo groen?”, zeggen mijn ouders, „onze voordeur was bruin.”)

Toch voelt het alsof ik iets gewonnen heb. Of liever: iets overwonnen. Het voelt alsof ik mij heb moeten verantwoorden voor de rechtbank van mijn onderbewuste, urenlang en zonder genade. Als er iets was geweest wat ik niet over mijzelf wist, een blokkade, weggestopte spijt over een verkeerde keuze, een verdrongen angst, dan was dat naar boven gekomen. Daar ben ik van overtuigd.

Maar dit nog een keer doormaken...

Gewelddadig

„Thomas, heb je het overleefd?” Ik richt me op. De Sjamaan staat aan mijn voeten.

„Hoe laat is het?”

Mijn stem kraakt. Vreemd om mezelf weer hardop te horen.

„Zes uur.”

Mijn god. Acht uur later dus... Ik laat me weer achterover vallen. Na een paar minuten vind ik de kracht om overeind te komen. In de keuken drinken mensen thee, gewone thee. Enkelen praten na, anderen zitten een beetje voor zich uit te staren. De Zweed is een van hen. „Ik ben vannacht gestorven”, zegt hij zachtjes. Hij meent het.

Buiten zijn de wc’s bezaaid met gebruikt wc-papier. De kotsgaten zijn goed gevuld: sommige deelnemers hebben daar uren doorgebracht. De Vlaamse Jessica (37), bijvoorbeeld. „Ze troffen me daar aan”, vertelt ze. „Ik voelde me zo slecht dat ik dacht dat ik zou sterven.” Doodeng vond ze dat. Maar ze heeft ook diepe gesprekken gevoerd met haar overleden moeder, zegt ze, advies gekregen over hoe ze nu verder moet met haar leven.

„Ja, het was een bijzonder heftige nacht”, zegt begeleider Hans. Zelfs hij had, met een half glas ayahuasca op, moeite om erbij te blijven en zijn taken te kunnen uitvoeren.

Ik begin als een razende aantekeningen te maken. Mijn gevoelens, gedachten, wat ik heb gezien. Ik beklad pagina na pagina van mijn notitieboekje.

Studente Senne (25) heeft best een plezierige eerste keer gehad. Eén keer overgeven, toen was het voorbij. „Wel gewelddadig her en der”, mompelt ze in haar theekopje. Helemaal onervaren op dit terrein is ze niet, eerder probeerde ze LSD en paddo’s. „Maar dat was een eitje hierbij vergeleken.”

Mokerslag

Ik heb niet overgegeven, vertel ik, niet zonder trots. Ik blijk de enige. Daar zit een keerzijde aan, merk ik al snel. De drank zit nog in mijn maag.

Senne kijkt me indringend aan. „Gaat het wel goed met jou?”

Nee.

Uit het niets komt het gevoel terug. Alsof de ayahuasca weer bezit van me neemt. Het raakt me als een mokerslag. Ik zak bijna door mijn benen. Mijn achterhoofd tintelt. Ik wil een glas water pakken, maar grijp telkens mis.

Hoort dit? Of blijf ik erin hangen?

De Sjamaan ziet wat er gebeurt. Hij legt zijn hand op mijn schouder. „Rustig maar”, zegt hij. „Het gaat vanzelf weg.”

Ik heb moeite me op zijn woorden te concentreren. Alles draait.

„Probeer er nog even van te genieten.”

Dat lukt niet. Ik begin misselijk te worden.

„Het kotsgat...”, weet ik uit te brengen. De Sjamaan glimlacht en neemt me mee naar buiten.

Ik haal het net. De totempalen grijp ik vast als skistokken, en ik geef over. „Brúúúúh.” En nog een keer. Nog eens, opnieuw, en nog een eens, mijn maag wringt alle sap eruit. Uitgeperste compost, nog één keer die smaak. En dan is het weg. <<