Hoogleraar wilde artsen opleiden met de realiteit

George Maat, die beelden van de ramp toonde bij een lezing, heeft een goede reputatie.

George Maat Foto Hollandse Hoogte

Secuur en volkomen integer. Zo typeert forensisch patholoog Frank van de Goot de fysisch antropoloog en anatoom George Maat, die bij een lezing voor een medisch studentengenootschap te ver zou zijn gegaan in het tonen van beelden van zijn werk. Bij het uitleggen hoe identificatie na een ramp in zijn werk gaat, heeft hij beelden van de MH17 gebruikt, waarop menselijke resten zichtbaar waren.

De samenwerking tussen de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV) en Maat bij het onderzoek naar de MH17 is stopgezet. Dat de hoogleraar anatomie plotseling als ‘omstreden’ in het nieuws is, is verrassend. Hij heeft een enorme staat van dienst en staat onder collega’s goed bekend, zegt Van de Goot. Van de Goot werkte jaren samen met Maat op het internationaal hoog aangeschreven Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Piero Giordano drukt het nog krachtiger uit: „George is een zeer gerespecteerde wetenschapper. Hij heeft zijn hele leven gewijd aan een taak die weinigen willen oppakken. Forensische antropologie, het identificeren van slachtoffers, is een piëteitsvak.” Giordano is geneticus aan het Leids Universitair Medisch Centrum, en tot voor kort voorzitter van de Nederlandse vereniging voor fysische antropologie.

Koninklijke onderscheiding

Het is geen overdrijving te stellen dat Maat het vakgebied van de fysische antropologie in Nederland op de kaart heeft gezet. Dat werd zelfs met zoveel woorden gezegd toen Maat in 2008 een koninklijke onderscheiding kreeg. Maat is opgeleid als arts en anatoom. In zijn jaren van onderzoek aan onder meer de universiteiten van Leiden, Koeweit en Utrecht heeft hij zich gericht op fysische antropologie – kort gezegd: wat je kunt zien aan botten.

Dit soort forensische kennis staat vaak in dienst van opsporing, en dat was bij Maat niet anders. „In Nederland houden forensisch antropologen zich vooral bezig met identificatie op grond van botresten. Pathologen met alles wat er om die botten heen zit – en vooral met wat je daaruit af kan leiden dat nuttig is voor het politieonderzoek”, zegt Van de Goot.

In de tijd dat hij verbonden was aan het NFI en ook daarna was Maat betrokken bij de identificaties bij grote incidenten. Zo deed hij identificaties na de vuurwerkramp in Enschede, bij de massagraven in Kosovo, en na de tsunami in Thailand. En het afgelopen jaar dus van MH-17 slachtoffers.

Maat stond daarnaast bekend als iemand die graag en goed onderwijs gaf. Hij kreeg in 1999 de onderwijsprijs van de Leidse Universiteit. „George is een heer. Aardig, charmant. En het onderwijs geven zit hem echt in de vingers”, zegt Van de Goot.

Alleen in besloten gezelschap

Bij onderwijs over forensische technieken is het heel gebruikelijk om beeldmateriaal te tonen waarop echte mensen zichtbaar zijn. Dat is algemeen aanvaard. Een woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie zegt daarover: er moet ruimte blijven voor onderwijs.

Van de Goot zelf gebruikt bij voorkeur materiaal van hele oude zaken, zodat de kans op herkenning minimaal is. Sowieso zorgt hij dat er geen mensen herkenbaar in beeld zijn. „Maar het blijft op eieren lopen. Als ik ergens les geef, stuur ik ook nooit van tevoren mijn powerpoint op, want ik wil niet dat het ergens op internet terecht komt.” De communis opinio lijkt te zijn dat dergelijke beelden in ieder geval alleen in besloten gezelschap kunnen worden getoond.

Giordano is ervan overtuigd dat Maat dacht dat hij in Maastricht sprak voor een besloten gezelschap medische studenten. „Hij deed niets anders dan wat pathologen en anatomen doen: artsen opleiden met de realiteit. Natuurlijk zijn die beelden afschuwelijk. Maar wat moet hij dan laten zien?” Hij is verontwaardigd over wat Maat is overkomen. Vooral de harde reactie vanuit de politiek steekt hem. Onnodig, vindt hij. „George Maat wordt ineens weggezet als een crimineel, na een leven lang in dienst van slachtoffers.”

Correcties en aanvullingen

George Maat

In Hoogleraar wilde artsen opleiden met de realiteit (25/4, p. 6) staat foutief dat George Maat samenwerkte met de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Maat identificeerde MH17-slachtoffers in het Landelijk Team Forensische Opsporing.