Hoeveel advocaten een land nodig heeft

Sinds ze in de VS woont, wordt Rosanne Hertzberger geregeld gewezen op de claimcultuur. In Nederland gaat het ook die kant op, waarschuwt ze.

Ik had echt een heel klein medisch dingetje. Piepklein, ik heb het eerder gehad. Een huis-, tuin- en keukenongemakje, waarvoor het huis- tuin- en keukenmiddeltje nog nèt niet in de drogist is te verkrijgen. Dus ik ging in het Amerikaanse medische labyrint op zoek naar een huisarts die me iets kon voorschrijven. Ik vond een primary care physician, een vriendelijke vrouw, in het ziekenhuis, op de afdeling interne geneeskunde.

In de behandelkamer moest ik op een weegschaal staan (ik heb een normaal gewicht), waar mijn bloeddruk werd gemeten en mijn cholesterol (ik heb normale bloeddruk en cholesterolgehalte). Ik kreeg een tetanusprik. Er werd in mijn ogen gekeken, in mijn mond, in mijn oren, er werd aan mijn borsten gevoeld en in mijn buik gedrukt (ik heb normale ogen, oren, mond, borsten en buik). Er werd bloed geprikt, ik moest urine afgegeven (ik heb normaal bloed en normale urine). Er werden duizend-en-één vragen gesteld, over mijn oma’s, opa’s, vader en moeder. Of ik weleens duizelig was, onrustig, slapeloos, neerslachtig, of ik weleens buikpijn had, hoofdpijn, oorsuizen. Of ik vaak moest plassen?

Bijna een half uur later liet ik zien waar ik voor kwam, maar daar kon ze me helaas niet mee helpen. Dat was niet haar terrein, daar durfde ze niet aan te beginnen. Daarvoor moest ik even naar de specialist.

Die specialist had een wachttijd van drie maanden. Er waren kennelijk meer mensen in St. Louis met huis-, tuin- en keukendingetjes die behandeling nodig hadden.

Al met al een interessant kijkje in de Amerikaanse gezondheidsindustrie. 17 procent van het bbp wordt er in uitgegeven. Onder andere aan onnodige onderzoeken voor gezonde mensen zoals ik.

Al die onderzoeken: waarom?

Waarom die onderzoeken worden uitgevoerd is onduidelijk. Patiënttevredenheid? Omzet? Of was dit misschien een voorbeeld van ‘defensieve geneeskunde’. Een arts die zonder medische aanleiding tests en onderzoek en scans laat uitvoeren, om de kans iets te missen en een schadeclaim te krijgen zo klein mogelijk te maken.

Die schadeclaims gaan vaak om miljoenen dollars, veel geld, maar het is niets vergeleken bij de kosten van al die extra scans en tests, van mijn tijd en haar tijd, van al die keren dat de primary care physician niet zelf iets durft voor te schrijven en er nóg een consult aan mijn huis- tuin- en keukenkwaal moet worden gewijd. Andere kosten: het feit dat de arts, ook in het bezit van een kostbare aansprakelijkheidsverzekering, bijna continu op zijn tenen om de patiënt heen trippelt.

Een gemiddelde aansprakelijkheidsverzekering kost tussen de 10.000 en 100.000 euro per jaar. De kans dat een Amerikaanse arts een keer wordt aangeklaagd in zijn carrière ligt tussen de 75 procent en 100 procent, afhankelijk van het specialisme. Het leidt ertoe dat er nauwelijks open wordt gecommuniceerd over fouten en hoe die in het vervolg te voorkomen zijn. Niemand heeft zin om zichzelf per ongeluk te beschuldigen en zo in het beklaagdenbankje terecht te komen. De arts verliest, de patiënt verliest, de maatschappij. Alleen de verzekeringsmaatschappij en de letselschade-advocatuur verdienen hieraan. En veel ook.

Bacteriële stammen

Teruggekomen op het laboratorium waren daar eindelijk de bacteriële stammen aangekomen die ik ongeveer een jaar geleden had besteld. Het duurde eindeloos, waardoor een deel van mijn onderzoeksplannen hier in de VS in de soep liepen. Er moeten duizend-en-één documenten en contracten worden getekend en de advocaten van de universiteit steggelden met de advocaten van de verstrekkende instantie. Sommige stammen zullen nooit aankomen. De advocaten werden het niet eens.

Maar goed, ik woon dan ook in het land met de op één na (Israël) grootste groep advocaten per capita, en dan tellen alle bedrijfsjuristen nog niet mee. En die mensen moeten ergens hun geld mee verdienen. Een rechtszaak ligt altijd op de loer.

Gevolg: elke keer als ik iets consumeer voel ik me een gevaar voor het bedrijf, een risico. Als ik wandel op een rustig paadje in een natuurpark, waar ik steevast wordt gewaarschuwd voor de meest gruwelijke zaken die me kunnen overkomen. Of het fitnessprogramma op de universiteit waar ik eerst mijn arts voor moest raadplegen.

Is het anders in Nederland? De grote rechtszaken ontbreken, een ontevreden patiënt kan met zijn klacht terecht bij een tuchtcollege. Het aantal klachtenprocedures bij de tuchtcolleges is stabiel rond de 1600 per jaar, minder dan 20 procent wordt gegrond verklaard, en meestal resulteert dat in een waarschuwing voor de arts. Niet in een miljoenenclaim.

Defensieve geneeskunde

Toch doen artsen in Nederland ook aan defensieve geneeskunde. Niemand heeft zin in de stress van zo’n klachtenprocedure.

Maar ook in Nederland is de claimcultuur er langzaam ingeslopen, in hoe we met elkaar communiceren. Slik een pil en lees de dertig bijwerkingen die er kunnen ontstaan. Open een verzekering, een bankrekening, bestel een creditcard, download een app, en aanschouw de pagina’s vol met kleine lettertjes. Start met een nieuw fitnessprogramma en lees: raadpleeg eerst uw arts alvorens u aan dit programma begint. Dan kun je namelijk altijd die arts nog de schuld geven van wat er ook gebeurt.

Het is geen nieuws, maar eigenlijk is het ongelofelijk hoe we gewend zijn geraakt aan de juridisering. Aan bedrijven die zich continu tegen alles indekken. Aan consumenten of patiënten die permanente hazards zijn. Aan het feit dat we 17.300 advocaten hebben, en nog veel meer juristen. En 30.000 rechtenstudenten. Het aantal advocaten is in de afgelopen veertig jaar verzevenvoudigd!

Hier een gekke vraag: hoeveel advocaten heeft een land eigenlijk nodig?