Het Australische zwemmen verkeert echt in problemen

Hij moet het Australische zwemmen weer op topniveau brengen. Problemen genoeg, ziet hij. „Daarom hebben ze een Europeaan aangenomen.”

Jacco Verhaeren over Australië: „Ik vind nog steeds dat ze op een punt zijn waar wij in Nederland vijftien jaar geleden waren.” Foto ROBIN UTRECHT

Natuurlijk is hij op de hoogte van de toptijden die Femke Heemskerk tegenwoordig zwemt. Al is het alleen maar vanuit het oogpunt van concurrentie: Heemskerk is op dit moment de belangrijkste uitdaagster van Cate Campbell, boegbeeld van de Australische ploeg van Jacco Verhaeren. „Ik volg via internet alle uitslagen, maar wel met een speciaal oog voor de Nederlanders. Het niveau van de tijden van Femke vind ik heel bijzonder.”

Ruim een jaar is Verhaeren (46) nu verantwoordelijk voor het topzwemmen in Australië. Ooit, toen hij met Pieter van den Hoogenband op weg ging voor een lange reis naar de wereldtop, was ‘het rode continent’ zijn grote voorbeeld. Nu is hij de man die Australië terug moet brengen aan de wereldtop – als eerste buitenlandse bondscoach ooit. „Het land is op zwemgebied echt in de problemen”, zegt Verhaeren, even in Nederland. „Dat is de enige reden dat ze een Europeaan hebben aangenomen.”

Londen, 2012: zwemnatie Australië bereikt een historisch dieptepunt als het de Britse hoofdstad verlaat met slechts één gouden medaille – nota bene op de vrouwenestafette die het kwartet van Verhaeren zo lang had gedomineerd. In de nasleep wordt Swimming Australia bedolven onder een ongekende lading kritiek vanuit de samenleving – tot in de hoogste politieke echelons in Canberra.

Verhaeren, al sinds de Spelen van Sydney (2000) gerespecteerd als de man achter de gouden carrières van Van den Hoogenband en Inge de Bruijn, krijgt de opdracht de topsportomgeving van het Australische zwemmen opnieuw in te richten. Dat is hard nodig ook. „Ik vind nog steeds dat ze op een punt zijn waar wij in Nederland vijftien jaar geleden waren. Maar dit jaar is veel gebeurd, vooral op technologisch gebied.”

Het gebruik van het technologische systeem waarmee Ranomi Kromowidjojo in Eindhoven al jaren haar start en keerpunten verfijnt, staat in Australië nog in de kinderschoenen, zegt Verhaeren, die zelf overigens geen zwemmers begeleidt – vooral hun coaches. „Het is er allemaal wel, maar het werd onvoldoende toegepast, of op een verkeerde manier. En het land is zo groot dat de technologie vooral in Canberra zit, bij het Australian Institute of Sport. Dat is vergelijkbaar met het zwemlaboratorium in Eindhoven. Maar in Eindhoven zwemmen bijna alle Nederlandse toppers, in Canberra zwemmen eigenlijk geen Australische toppers meer. Dat is een testcentrum geworden. Mijn belangrijkste taak is het om die technologie uit te rollen naar de grote centra. Dat is nu gebeurd.”

Ook op andere gebieden zijn de Australiërs achterop geraakt. Waar de Nederlanders dagelijks een vast team aan specialisten om zich heen hebben – artsen, fysiotherapeuten, krachttrainers, voedingsdeskundigen – halen sommige Australische toppers hun medische adviezen gewoon bij de huisarts. Of gingen op eigen houtje naar de sportschool om de spieren aan te sterken.

Dat is ondenkbaar in een modern topsportklimaat, vindt Verhaeren. „We bouwen nu hechte teams rond die coaches en sporters. Dat is ook het voordeel van een klein land. Wij hebben Eindhoven en Amsterdam, in Australië heb je zeker vijftien van dat soort centra. Maar het feit dat Australië veel goede zwemmers heeft wil niet zeggen dat ze het beste systeem ter wereld hebben. Dat heb ik met eigen ogen gezien: dat is niet zo. Maar we maken nu wel de goede stappen.”

Verhaeren moest wel wennen, in het begin. Alleen al de schaal van het land. Hij maakt – per vliegtuig – lange rondes langs de zwemcentra in de zes deelstaten, praat met coaches over de verbetering van de trainingsprogramma’s. „Maar zo eenvoudig is het niet. Je hebt al die staten met hun eigen zwembond, een eigen bestuur, een CEO, eigen marketing. Swimming Australia hangt daar boven, als een soort NOC*NSF van de zwemsport.”

Het schept bovendien een zware hiërarchie. Als Verhaeren zijn gezicht langs de badrand liet zien werd de training direct stilgelegd – puur uit respect voor ‘de grote baas’ van Swimming Australia. „Dat zal vanuit de traditie zo gegroeid zijn, maar ik geef daar mijn eigen invulling aan. Ze vinden het een verademing. Het is mijn taak die hiërarchie een beetje te veranderen. Ik denk dat je beter tussen de mensen kan gaan staan als je erachter wilt komen wat er precies leeft.”

De Nederlandse succescoach heeft zich vaak afgevraagd hoe de sterke Australische zwemcultuur zo’n achterstand kon oplopen. „In de jaren negentig, in de aanloop naar de Spelen van Sydney, was Australië leidend in de wereld. Ze waren het voorbeeld voor Europa, ook in andere sporten. Er werd ongelooflijk veel geld in gepompt. De kracht van het Australian Institute of Sport was dat de minister van Sport zei: en nu is het genoeg, we hebben genoeg verloren, vooral van die Engelsen.”

Maar na ‘Sydney 2000’ verslapte de aandacht. Verhaeren: „Ze hebben een tijd kunnen teren op de legacy van de Spelen, maar de urgentie werd minder. Het houdt een keer op, qua talentaanvoer en technologische ontwikkeling. Ze hebben te lang gezegd: het ging toch goed? De innovatie heeft een hele tijd stilgestaan. Ze werden pas wakker toen ze vorig jaar op de Commonwealth Games voor het eerst van Engeland verloren.”

Verhaeren heeft de bal aan het rollen gebracht, maar dat betekent nog lang niet dat Australië klaar is voor ‘Rio’. „De processen zijn nog niet op olympisch niveau. Misschien dat dat voor Rio nog lukt, maar dan moet je er nog de vruchten van plukken. Dat kost gewoon tijd. Het heeft me een jaar gekost om die technologie een beetje op orde te krijgen. Dat gaat nu naar vijftien plekken. Maar dat is nog een tandje minder dan Eindhoven.”

Verhaeren is kritisch op zijn nieuwe werkgever, maar het betekent niet dat hij niet geniet van zijn werkomgeving. In tegendeel: „Ik vind het geweldig: de passie voor topsport en voor zwemmen in Australië, de tradities. Een paar dagen voor een groot toernooi krijgen de zwemmers hier de gold cap uitgereikt, als lid van de Dolphins, de Australische zwemploeg. Dat is hier een ongelooflijke eer. Volkslied aan, een held uit het verleden erbij, echt een happening. Dat vind ik heel mooi, als je het hebt over sportcultuur. Zoveel trots zie je niet in Nederland. Daar zijn we te nuchter voor.”

Ook dat was even wennen voor Verhaeren: Nederland is nu één van de grootste concurrenten. Komende zomer, bij de WK in Kazan, hoopt hij op medailles voor de zusjes Cate en Brontë Campbell – rechtstreekse concurrenten van Heemskerk en Kromowidjojo op de 100 meter vrije slag. Heemskerk is het hele jaar al in topvorm, maar Kromowidjojo, die Verhaeren in Londen naar dubbel olympisch goud leidde, heeft een moeilijke periode achter de rug. Ze zocht de afgelopen jaar regelmatig contact met hem. „Ranomi is zeker nog niet afgehaakt”, zegt Verhaeren. „Ze is de regerend olympisch kampioene en die kun je nooit afschrijven. Maar ik denk dat ze beseft dat er werk aan de winkel is en dat ze dat accepteert. Maar ik zie wel dat ze nu weer met plezier aan de slag is, ze heeft haar draai gevonden. Er is natuurlijk veel gebeurd in haar leven, en dat kun je niet zomaar even wegpoetsen. Maar talent verlies je niet. Als zij de juiste drive heeft – en daar lijkt het wel op – dan is ze tot veel in staat.”