Haagse werkelijkheid

Wat is die ‘Haagse werkelijkheid’? Terwijl overal in het land het oproer kraait tegen het ‘broddelwerk’ (Hans Wiegel) waarmee de coalitie zichzelf na anderhalve week crisis had gered in de kwestie van de opvang van kansloze illegalen, feliciteren de regeringspartijen zichzelf. En ook een beetje elkaar. Een hooggeplaatste PvdA’er tegen de Volkskrant: „De kans dat we de rit samen afmaken is nu een stuk een groter.” Een prominente VVD’er: „We hebben zoveel ellende overleefd samen.”

Dat is de Haagse werkelijkheid. Terwijl in de samenleving tal van gemeentes en organisaties zich tegen het „zwaarbevochten compromis” keren, PvdA-voorzitter Hans Spekman op zijn Facebookpagina door zijn eigen achterban wordt uitgejouwd, zo’n beetje alle experts verklaren dat het probleem er niet door zal verdwijnen en vanuit Europa wordt verkondigd dat de nieuwe regels zelf illegaal zijn – wat doet het ertoe? De coalitie heeft het op papier opgelost. Als het niet werkt, dan merken we het wel, zolang het maar na de volgende verkiezingen is. Draagvlak bij de gemeenten wordt afgedwongen door met boetes te dreigen.

Dat laatste zal niemand afschrikken. Het doet te veel denken aan het gedrag van het bestuur van de Universiteit van Amsterdam tijdens de eerste dagen van het studentenprotest; meteen naar de rechter stappen en een dwangsom van een miljoen eisen. De gedachte dat je daarmee gezag afdwingt, in plaats van verspeelt – het geeft een inkijkje.

Loop de Hollandse onvrede en opstand van de laatste maanden even af en je ziet telkens hetzelfde patroon: overheden of besturen die grootse plannen op een organisatie loslaten zonder daar draagvlak voor te scheppen. Je zag het bij de voorgenomen bezuinigingen/reorganisaties bij de UvA, je ziet het bij het tot stand komen van de Nationale Politie, je ziet het nu bij de publieke omroep en bij de nieuwe plannen voor opvang van illegale vreemdelingen.

De dynamiek is steeds als volgt: op de tekentafel worden de bestaande structuren flink op de schop genomen, want zo kan het niet langer, en vervolgens worden die plannen er maatschappelijk ingeramd met een ijzeren zelfgenoegzaamheid. Want de mensen op de werkvloer hebben nu eenmaal geen benul van hoe het in de grote wereld toegaat, hoe nodig het is competitief te blijven in een snel veranderende wereld, hoe inefficiënt en hopeloos achterhaald de bestaande manier van werken is. Dat de plannen vaak stuklopen op een weerbarstige werkelijkheid wordt aanvankelijk weggewuifd – kinderziekten, mensen moeten er nog aan wennen. Wanneer die mensen vervolgens eerst ongelukkig en dan recalcitrant worden, wordt gepikeerd gereageerd. De opstandigen worden steevast weggezet als óf verwend óf naïef óf verblind door sentimenteel idealisme of klein eigenbelang – politiemannen, wethouders, docenten, patiënten. Ze begrijpen het niet. Ze willen niet veranderen. En ze zeuren overal over.

O ja? Afgelopen week wees Tom-Jan Meeus in deze krant op een eigenaardige paradox in het ‘zwaarbevochten compromis’ van de coalitie. Terwijl die de toverwoorden decentralisatie en participatie hoog in het vaandel heeft, ademt de nieuwe regelgeving over bed, bad en brood juist het tegenovergestelde; centralisatie van de opvang en het bestraffen van eigen, lokaal initiatief. Dat is niet omdat deze regering zijn eigen overtuiging kwijt is geraakt, dat komt omdat het om leugens gaat. Of het nu om de vrije artsenkeuze gaat, om het onderwijs, de politie of de publieke omroep, het streven naar centralisatie staat voorop. Dát is het heersende geloof – decentralisatie en participatie zijn loze begrippen voor zaken waar de overheid sterk op wil bezuinigen of helemaal vanaf wil, synoniem voor zoek het zelf maar uit. In alles waar bestuurlijk Nederland zich wel over ontfermt, geeft juist blinde centralisatie en samenvoegingsdrift de toon aan. Dat het vaak niet werkt – de UvA een puinhoop, de politie een puinhoop – ligt dan aan de werkvloer, niet aan de tekentafel.

Geen toeval dus dat het ‘zwaarbevochten compromis’ van de coalitie die geest ademt. Men kan domweg niet anders. De gemeenten worden niet geconsulteerd, maar gekoeioneerd. In het compromis waar de regeringspartijen nu zo opgelucht over zijn, komen twee fatale tendensen van de huidige politieke klasse samen: het streven naar politiek lijfsbehoud ten koste van alles en de neiging om alles en iedereen te centraliseren. Dat is precies waartegen steeds meer burgers te hoop lopen. Hoe blind kun je zijn?