Geluk is geen besluit, het is hard werken

Nederlanders behoren tot de gelukkigste mensen ter wereld, blijkt uit enquêtes. Maar het publieke opinieklimaat is zuur. Trudy Dehue verklaart dit spanningsveld.

Foto Thinkstock

Hoe kan het dat de consumptie van antidepressiva in Nederland blijft stijgen, terwijl dit land in geluksenquêtes steevast hoog scoort? Hoe kan het bovendien dat Nederlanders vaak zo mopperig zijn en stemmen op protestpartijen?

Met de gelukscijfers als maatstaf gaat de massale depressiebestrijding op kleinzerigheid lijken en het massale gemopper op kleinzieligheid. Jullie geven toch aan heel blij te zijn, waarom handelen jullie daar dan niet naar, is het impliciete of expliciete verwijt.

Er hoeft echter geen strijdigheid te zijn tussen de hoge geluksscores, het toegenomen gebruik van allerlei stemmingsverhogende middelen en verontwaardiging over de koers van het land. Om het onderlinge verband te zien, is het nodig de heersende ideologie van succes als een keuze erbij in ogenschouw te nemen. Samen met succes hebben gezondheid en geluk het imago van een prestatie gekregen – en daarmee hun tegenpolen die van een wanprestatie.

Zo zijn geluksenquêtes ook een vorm van zelfbeoordeling geworden. Onbedoeld vragen ze naar wat je zelf van je leven hebt gemaakt. En hoeveel mensen geven zichzelf nou graag een onvoldoende? Als geluk een morele plicht en een verdienste is, of zelfs een werkwoord, zijn we bovendien de uitweg kwijt van domme pech en hebben we bij ongeluk dus andere uitwegen nodig. Dan valt te verwachten dat velen via stemmingsverbeterende technieken aan zichzelf gaan werken of de oorzaak van hun ongenoegen zoeken in anderen.

Geluksenquêtes gaan ervan uit dat je mensen op hun woord moet geloven. De beste manier om te weten hoe het met ze gaat, is ze gewoon daarnaar te vragen. Daar zit zeker wat in, maar als we elkaar serieus moeten nemen, waarom dan niet ook – en vooral – bij wat we doen? Waarom zouden we in antwoorden op vragenlijsten de waarheid noteren, terwijl uitdrukking geven aan ongenoegen via handelingen moet worden opgevat als aanstellerij?

Wat dit betreft valt er iets te leren van de makers van reclamecampagnes voor farmaceutische bedrijven. Aan die dure campagnes gaat marktonderzoek vooraf. Dat moet heel gedegen onderzoek zijn, want alleen effectieve reclames leveren tenslotte nieuwe opdrachten op. Neem het bedrijf Vertic (‘building trust through verification’): dat meldt aan potentiële opdrachtgevers dat onderzoek met vragenlijsten ‘aanmatigend’ is. Dergelijk onderzoek dwingt mensen in een mal die de onderzoekers voor hen hebben bedacht. De marktonderzoekers daarentegen begeven zich liever als cultureel antropologen tussen mensen, in letterlijke zin of via sociale media.

Hun bevindingen zijn een goede toets van mijn verklaring voor de hoge geluksscores bij het toegenomen gebruik van stemmingsbevorderende technieken. Ze worden niet in wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd, maar zijn toch volledig ‘open access’. We vinden ze terug in de reclamecampagnes voor antidepressiva en andere psychofarmaca. Die reclames zijn dus vooral een reflectie van wat velen zich wensen. En wat laat deze spiegel ons zien? Dat we zelfs individueel verantwoordelijk denken te kunnen en moeten zijn voor onze biologische conditie – tot op het niveau van de moleculen in onze hersenen en minuscule variaties in ons DNA.