En God? Die is wie hij is

Joyce Roodnat

Omdat God het wil. Genesis van Nationale Toneel. Michelangelo. Michel Faber. Ed Atkins

In den beginne was… Jakob. En tot slot ook. Het stuk Genesis van het Nationale Toneel opent met de woorden van deze vader, in de rouw over zijn zoon Jozef van wie hij de gescheurde mantel in zijn armen houdt. Hij is verzonken in gebed. „Je had met je poten van hem af moeten blijven” bidt hij tot God. En hij concludeert: „De hemel is leeg.” In tranen, die acteur Dries Vanhegen prachtig laat opwellen en weer inslikt, recapituleert Jakob hoe het allemaal begon. Wij kijken mee. Daar zijn Adam, Eva en de slang. Via Abraham, Noach en Isaak golft het stuk naar Jakob toe: een vader met zoons die op hem lijken, de hooligans net zo goed als zijn twee jongste jongens. Jozef en Benjamin, dromers, denkers. Uren later sterft Jakob en dooft het stuk uit.

En begint de wereld pas echt.

Want in deze mooie, moedige interpretatie van het bijbelboek Genesis, die Sophie Kassies schreef en Johan Doesburg regisseerde, is Jakob dé mens. Naar zijn evenbeeld zijn wij geboren, als wispelturige wezens met een donkere en een lichte kant.

En wat doet het stuk met God? Want God is een probleem in de kunsten. Vaak is hij een al dan niet donderende stem, met de hemel als intercom. In de film Exodus, zag ik hem geïnterpreteerd als een onberekenbaar joch van een jaar of dertien. Eigenlijk deed Michelangelo het al het beste, in de 16e eeuw, in de Sixtijnse kapel in Rome. Michelangelo schilderde God als de traditionele vaderfiguur met die grijze baard, maar al het licht in zijn fresco stuurde hij naar Gods wijsvinger, uitgestrekt naar de vinger van Adam. De eerste mens kan Gods vinger nét niet aanraken. Net niet is nooit. Maar hij probeert het tóch.

God in het toneelstuk Genesis? Die bestaat niet. Gods beste quote: „Ik ben die ik ben”, is voor Jakob. Die zegt het en worstelt daarna, niet met God of engel, maar met zichzelf – met wie hij is. Spreekt God, dan doet hij dat nooit zelf, maar via mensen die zichzelf opzwepen tot ongelooflijke daden. Zonder hun geloof waren ze nergens geweest. Dat is de essentie, zie Michelangelo’s vinger.

Ook in Michel Fabers Het boek van wonderlijke nieuwe dingen laat God zich niet aanraken, terwijl het de hele tijd over hem gaat.

Ik begon aan Fabers roman vanwege de idiote inzet: een zendeling outerspace. SF-romans zijn uitermate geschikt om diepmenselijke neigingen te ontrafelen, zeker als goeie schrijvers ermee aan de haal gaan. Margaret Atwood, Emily St. John Mandel en nu Michel Faber. Terwijl op lichtjaren afstand de aarde apocalyptisch ten onder gaat, verkondigt zijn hoofdpersoon (toevallig 33 jaar oud) het Woord op een andere planeet. De aliens, humanoids die hij lief heeft als thuis zijn poes, dat wil zeggen eigen-egostrelend, vinden het prachtig. Te prachtig. Het geloof blijkt iets waar levende wezens baat bij hebben, iets wat ze troost of opjut. Voor zolang ze het volhouden.

En God? Die is wie hij is, net als in het toneelstuk Genesis: Niet.

In de kelder van het Stedelijk Museum klinkt Disney’s Aladdin: I can show you the world/ Shining, shimmering, splendid… en dan is het uit met de pret. Op buitensporig grote schermen die elkaar lijken te verdringen, ontvouwt zich zaal na zaal de video-installatie Recent Ouija van en met de Brit Ed Atkins. Hij wrijft de wonderlamp een beetje te hard op, zijn wereld is niet gul maar eng. Ik zie hem opkijken uit een omhelzing. Met zijn gezicht op de toog Erbarme dich zingen. Ik zie zijn afgehakte hoofd van de trap stuiteren, bonk, bonk, bonk, steeds zijn er nieuwe treden, nooit houdt de trap op. Ik loop door zijn onderbewustzijn, zo voelt het althans. Begrijpen gaat niet, ik besef dankzij dit werk dat ik mijn eigen onderbewustzijn niet eens zou snappen, laat staan dat van een ander. Atkins bewerkte zijn eigen close-ups elektronisch tot de onpersoonlijke gladheid die voor mooi doorgaat sinds de nerds in Silicon Valley het schoonheidsideaal hebben vastgesteld. Zie de video games, zie de virtuele wereld Second Life. Zie de portretten op Facebook, zie de glimlachjes van mensen die een selfie staan te maken (en zie de smartphones die bij elke foto automatisch een programmaatje activeren om die selfies glad te strijken). Maar wat weten nerds van schoonheid? Van de kracht van het gevoel in een uitgesproken kop? Niks. Dat heeft in deze zalen een onthullend effect. Hoe Atkins ook kijkt, kwaad, vals, verontrust, emotioneel, het maakt niet uit. Telkens zie ik een doodsbenauwde man.

Alles is angst. God sta ons bij.