Elke vluchteling die uit zee gered wordt telt

Met de inzet van meer schepen en meer vliegtuigen hoopt de Europese Unie te bereiken dat er zich op de Middellandse Zee minder drama’s afspelen dan zich nu in steeds hoger tempo voordoen. De regeringsleiders spraken donderdag op hun top af dat de EU driemaal zoveel geld steekt in het indammen van de vluchtelingenstroom. Dat wil dus zeggen: net zoveel geld als tot voor kort ook al het geval was. Bij die gevaarlijke overtochten kwamen vorig jaar meer dan 3.000 mensen om het leven en dit jaar al ruim 1.600. De Middellandse Zee is tot een levensgevaarlijke route verworden.

Wie mensensmokkelaars betaalt om vanuit Noord-Afrika of het Midden-Oosten op zo’n manier de zeereis naar Europa te ondernemen, zet dus zijn leven op het spel. Toch namen 207.000 mensen vorig jaar dat risico, driemaal zoveel als in 2011. Maar aanspoelende, verdronken vluchtelingen zijn een verschijnsel dat al vele jaren voorkomt. Het ene jaar is er meer aandacht voor dan het andere. Het zijn nu vooral de grote getallen en de beelden van overbevolkte schepen die gevoelens van afschuw oproepen – en helaas bij menige Europeaan ook navrante onverschilligheid.

Het zegt veel over de wanhopige omstandigheden waarin vele vluchtelingen verkeren – in Libië, Syrië, Somalië, Eritrea, Irak – dat zij de overtocht op propvolle of gammele boten wagen. Met achterlating van hun bezittingen en tegen betaling van veel te veel geld. Het thuisland stoot af, Europa trekt aan. Ook al wil Europa steeds minder aantrekkelijk zijn voor de bewoners van andere continenten. De gastvrijheid heeft voor menigeen haar grenzen bereikt. Dat is een realiteit waarmee politici rekening houden. Maar het zou te wensen zijn als ze in hun thuisland wat meer durf en overtuigingskracht aan de dag legden, om bijvoorbeeld waar te maken dat het „onze humanitaire plicht is” om „wie huis en haard moet achterlaten en zijn toevlucht zoekt in de EU” te helpen. Zoals Jean-Claude Juncker verklaarde toen hij vorig jaar aantrad als voorzitter van de Europese Commissie.

Het tienpuntenplan dat werd bekrachtigd op de ingelaste Europese top van donderdag, bestaat voornamelijk uit symptoombestrijding. Vanzelfsprekend geldt dat elke drenkeling die gered wordt telt; hoe meer de humanitaire catastrofes op de Middellandse Zee worden bestreden, hoe beter het is. Effectieve aanpak van mensensmokkelaars, geen eenvoudige taak, kan ook een bijdrage zijn. Al blijft het de vraag – de vergelijking met drugssmokkel dringt zich op – of een succesvolle aanpak aan de ene kant niet leidt tot een verplaatsing van het probleem naar de andere kant. Een kat- en muisspel.

Tot een fundamentele aanpak van de vluchtelingenproblematiek zijn de Europese regeringsleiders niet gekomen. Onderlinge verdeeldheid en gebrek aan solidariteit verhinderen dat de EU tot een werkelijk integraal beleid weet te komen. Het is een optie om de zaak af te doen als een probleem van Afrika, zoals premier Rutte deed, maar daar wordt de ontheemde die op de vlucht is geslagen niet wijzer van. De vluchtelingenstroom zal aanhouden, want de behoefte aan emigratie naar Europa zal blijven. De opvang van vluchtelingen, zo eerlijk en doelmatig mogelijk verdeeld over de lidstaten, zal minstens zoveel bestuurskracht vergen als de maatregelen om asielverzoeken te voorkomen. Het brood-bed-bad-debat dat afgelopen weken de Nederlandse politiek beheerste, is in vergelijking daarmee kinderspel. Het is al jaren tijd voor een Europees migratie- en asielbeleid. Het is er helaas al jaren niet van gekomen.