Een open geest, wilskracht en een eigen taal

Monumento (2010), vier gezichten uit een blok gehouwenm door beeldhouwer Eppe de Haan.

‘Als je oud wilt worden, moet je daar op tijd mee beginnen.’ Vaak denk ik terug aan wijze woorden als deze. Ik mocht ze opschrijven voor deze pagina, in de afgelopen vier jaar.

Ruim 220 mensen kwamen aan het woord die de dood nabij waren (op termijn van weken of maanden), die rouwden (na het verlies van een dierbare), of die hun pensionering hadden aangegrepen om een verrassende wending aan hun leven te geven.

Hoe verschillend iedereen ook was, zij hadden iets met elkaar gemeen: hun open geest en hun wilskracht. En ook dit: hun taal, hun vermogen woorden te geven aan hun eigen kijk op het leven.

‘Op tijd beginnen met oud worden’ – deze uitspraak was niet bedoeld als een pleidooi voor een bedaagde levenshouding. Integendeel. Leef nú, schuif niks voor je uit, maak keuzes, hak knopen door – dat was de boodschap.

Het zijn aansporingen die ook mij aan het denken hebben gezet. En die een vraag in mij opriepen. Vallen er rode draden te trekken uit alle gesprekken? Zijn er leef- regels te geven voor levenskunst? Misschien. Hierbij een bescheiden poging.

1. De ABC-formule

De A staat voor Aanleiding, de B voor Beleving, de C voor Consequentie. Ieder mens heeft z’n routines, z’n eigen wijze van uiting geven aan emoties, z’n ingesleten gedragspatronen.

Van nature zijn we geneigd meteen van A naar C te springen. Aanleiding: examen, file, ziekte, ruzie, verlies, diefstal, pech onder weg. Consequentie: boos, bokkig, bang, mopperen, schelden, tieren, kortom: de slachtofferjas past altijd wel.

Maar: tussen A en C ligt toch heus ook de B – de B van Beleving. En zoals door de jaren heen onze fysieke en mentale conditie verandert, zo kunnen we maar beter onze gedragingen en gedachten hierop aanpassen. Dat is wat velen van de geïnterviewden hier toonden: souplesse, flexibiliteit, het vermogen mee te gaan in verandering, in plaats van zich daartegen te verzetten.

Nee, makkelijk is dat niet. Het vergt: lef en energie om voortdurend te sleutelen aan ‘de B van Beleving’. Natuurlijk, ook zij worstelden met ouder worden, afscheid nemen, sterven. Maar ze konden hun lot ook ‘van een andere kant bekijken’. Ze bleven niet steken in roestige reacties als ‘zo ben ik nou eenmaal’. Ze verbleekten niet met ‘de dingen die voorbij zijn’.

Misschien dachten ze aan Darwin. Zijn natuurwet over ‘the survival of the fittest’ is vaak verkeerd uitgelegd: niet de sterksten overwinnen, het zijn de soorten die zich het best kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Om terug te keren bij de ABC-formule: die komt uit de cognitieve gedragstherapie van de Amerikaanse gedragspsycholoog Albert Ellis. Mensen kunnen een leven lang groeien en bloeien, mits ze durven te leren van hun leven en in staat zijn de B van Beleving voortdurend bij te stellen.

2. E = (M x I) - F

De E staat voor Energie, de M voor Motivatie, de I voor Inspiratie, de F voor Frustratie. Deze zelf gefröbelde formule probeert te zeggen dat een mens z’n energie ontleent aan de wisselwerking tussen motivatie en inspiratie, na aftrek van frustraties.

Onze drijfveren komen deels van binnenuit en deels van buitenaf. Motivatie zit vooral van binnen. Woorden als motief en motor zijn hieraan verwant. Inspiratie komt aangewaaid als de wind, is stimulerend, ‘begeesterend’ (spiritus = geest). De wisselwerking tussen M en I – dat is de bron van positieve energie, die een rem kent: F, frustratie, de beperking van een tobberig karakter, blessure, chronische aandoening, domme pech, enz.

Gaven mensen op deze pagina blijk van een elastische levenshouding, dan was dit vaak te danken aan een hoge ‘M x I-score’ en een lage ‘F-factor’. Het zou een verhelderend zelftestje kunnen zijn. Noteer in drie lijstjes: wat motiveert me, wat inspireert me, wat frustreert me? Overdenk de verschillende trefwoorden en taxeer hoeveel (positieve danwel negatieve) energie dit alles bij elkaar oplevert.

Vaag? Niet bij de herinnering aan deze uitspraak van een vrouw van omstreeks 30 jaar die kort voor haar dood zei: „Het heeft niet veel zin me ellendig te voelen en in een hoekje te gaan zitten janken. Daar heeft niemand wat aan en ik al helemaal niet. Ik geniet met volle teugen van mijn leven in de korte tijd die ik nog heb.” Mij heeft dit geleerd: hoge M- en lage F-score. Het kan, óók in de stervensfase.

3. De ‘geluksdriehoek’

‘Wat maakt een mens gelukkig?’ Filosofen en talloze gedragswetenschappers hebben zich door de eeuwen heen met deze levensvraag beziggehouden. De sleutel is wellicht te vinden in een driehoek, de ‘geluksdriehoek’.

Wie hierover alles wil weten, tikt op Google de trefwoorden ‘self determination theory’ in. Om dit model simpel samen te vatten: geluk ontstaat in de driehoek van autonomie, sociale binding en ontwikkeling.

Een mens heeft een basaal gevoel van vrijheid nodig: het idee dat je ‘jezelf kunt zijn’ en daarvoor de ruimte krijgt, niet gehinderd door een versleten huwelijk, wispelturige baas of gebrek aan zelfvertrouwen.

Maar autonomie alléén maakt niet gelukkig. Een mens is een groepsdier, en niet louter voor de gezelligheid. De sociale hechting is (ook) overlevingsstrategie: een sterke groep biedt bescherming aan kwetsbare individuen.

En tot slot, als derde punt van de driehoek: een mens is een lerend, onderzoekend wezen. „Je leeft als je leert”, zei een terminaal zieke vrouw van omstreeks 40 jaar die begon met cellolessen. Het geldt evenzeer voor de mensen die hun ‘derde helft’ aangrepen om een nieuw bedrijf op te zetten, promotieonderzoek te doen, een weeshuis in Afrika op te zetten.

Dit alles is voor mij de reden om deze reeks interviews af te sluiten. De tijd voor nieuwe initiatieven, nieuwe levenslessen, nieuwe energie is aangebroken.