Duurzaam Unilever promoot schone handen

Unilever en Nederlandse overheid gaan wereldwijd duurzaamheid te bevorderen

Weinig mensen weten dat minister Lilianne Ploumen en Unilever-topman Paul Polman dol zijn op elkaar. Onlangs in Davos, op het World Economic Forum, werden ze abusievelijk voor een echtpaar aangezien. Maar dat kwam vooral doordat hun achternamen nogal op elkaar lijken.

Gisterochtend ondertekenden de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (PvdA) en de Unilever-topman een strategisch partnerschap. De belofte: samen duurzame ontwikkeling promoten.

Ploumen: „We delen een missie. Ik wil dat zoveel mogelijk productie duurzaam gebeurt en onder fatsoenlijke omstandigheden. We spreken vaak over textiel, maar ook in de landbouwsector zijn de arbeidsomstandigheden slecht.”

Het gevolg is dat jonge mensen in ontwikkelingslanden landbouw niet interessant vinden en naar de stad trekken, zegt Ploumen. „Dat gaat ten koste van de productie van voedsel van goede kwaliteit. En daar heeft Unilever, als een van de grootste levensmiddelenbedrijven ter wereld, dan weer last van. Unilever [50 miljard omzet, 172.000 werknemers, red.] heeft die landbouwproducten nodig. Denk aan thee of palmolie.”

Minder ontbossing

Polman zegt: „Je móét samenwerken. En niet alleen met maatschappelijke organisaties, maar ook met overheden. Neem de palmolie in Indonesië. Wij willen dat het aandeel duurzame palmolie omhoog gaat. Dat leidt tot minder ontbossing en is beter voor het milieu. Het is ook beter voor de kleine boeren, die hebben meer oogst en een hoger inkomen. Maar dan moet er wel een markt voor zijn. Er is meer nodig dan mensen zoals wij twee, die de wereld willen verbeteren.”

Als voorbeeld noemt hij dat minister Ploumen met de Chinese importeurs van palmolie praat. „Dat kan ík namens het bedrijfsleven niet doen, want dan zeggen ze: je doet het uit eigenbelang. De overheid is objectiever. Dat heeft niets met geld te maken.”

Het is voor het eerst dat de regering en één bedrijf op deze manier een alliantie aangaan. Bedrijven die zich ook willen aansluiten zijn welkom.

Het zeep- en voedingsmiddelenconcern (Becel, Dove,Knorr) is actief in 190 landen en telt twee miljard dagelijkse gebruikers. Polman: „Wij willen onze schaal en reikwijdte inzetten om samen met de regering meer voor elkaar te krijgen.” Natuurlijk heeft hij ook een commercieel doel. Als meer mensen in Afrika hun handen wassen, verkoopt hij meer zeep en doet Unilever goede zaken. Tegelijkertijd wordt zo de kindersterfte teruggedrongen.

Kritiek op duurzaamheid

De topman van Unilever wil vanuit zijn functie „iets goeds” doen voor de samenleving. Zijn inspanningen op het gebied van duurzaamheid genereren veel aandacht. Critici, onder wie analisten en aandeelhouders, vinden echter dat hij zich minder met duurzaamheid moet bezighouden en meer met het bedrijf. Zij wijzen op de afnemende omzetgroei.

Polman reageert met: „Kijk eens naar Procter & Gamble of Kraft. Er is nu eenmaal weinig groei in de wereld. Als je onze resultaten vergelijkt met de rest, doen wij het vrij goed.”

Bovendien is de beurskoers fors gestegen, zegt de topman. De aandeelhouders hebben niets te klagen, lijkt hij te bedoelen. Zelf kijkt hij verder dan de kwartaalcijfers, zegt Polman, die in zijn zevende jaar bij Unilever zit. „Ik denk in periodes van tien jaar.”

Ploumen schiet te hulp. „Bedrijven die voor snelle winst gaan, daar kun je moeilijk een partnerschap mee sluiten”, zegt ze. „Als je het leven van de boeren in Rwanda wil verbeteren, kost dat tijd.”