Column

Drenkelingendrama: déjà-vu van de Balkan

Is Europa verantwoordelijk voor de humanitaire tragedie op de Middellandse Zee? Mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch vinden van wel. Ze zeggen dat de EU de dood van 1.600 Afrikanen en Aziaten sinds januari had kunnen voorkomen. Door meer patrouilles op zee, meer legale migratiemogelijkheden en genereuzere opvang in Europa of in de regio.

Maar zolang er honderdduizenden mensen naar Europa willen komen, van wie de meesten in hoge nood, kun je daar moeilijk tegenop patrouilleren. Hoe bewaak je 2,5 miljoen vierkante kilometer zee? Opvang en meer legale immigratieloketten in Europa stoppen die stroom evenmin.

Kijk naar de vorige keer, toen Europa voor dit dilemma stond: tijdens de Joegoslavië-oorlogen, vanaf 1991. Sinds de Tweede Wereldoorlog was het niet meer voorgekomen dat zulke grote bevolkingsgroepen zich verplaatsten. Toen Joegoslavië uiteenviel, kwam daar abrupt verandering in.

Vooral toen de oorlog Bosnië bereikte, werden de vijftien toenmalige lidstaten van de Europese Unie overrompeld door een massale influx. Elk EU-land voerde zijn eigen migratie- en asielbeleid en had andere (of geen) regelingen voor tijdelijke opvang.

Toen begon het debat over ‘verdeelsleutels’ voor patrouilles en opvang, dat nu ook oplaait. Landen langs de EU-buitengrens, zoals Italië, konden de instroom niet aan en wilden assistentie uit het noorden. Noordelijke landen als Nederland en Duitsland, die de beste opvangregelingen hadden, klaagden juist dat zuidelijke landen zo weinig mensen huisvestten. Het gekakel ging door tot de Dayton-akkoorden (1995). Toen stopte het vechten. En de mensenstroom.

Europa had toen kunnen overgaan tot de orde van de dag, maar wilde leren van de pijnlijke confrontatie met haar eigen ‘waarden’ – velen dachten toen dat er oorlog zou komen tussen Macedonië en Albanië, die nieuwe vluchtelingenstromen zou veroorzaken.

Sindsdien hebben lidstaten geprobeerd een asielsysteem op te zetten. Maar achtereenvolgende eurocommissarissen beten hun tanden stuk op verzet uit de hoofdsteden. Ieder land wilde zijn eigen lasten verlichten, niet die van anderen. Veel verder dan een slecht functionerend asielstelsel met vingerafdrukken, een EU-Vluchtelingenfonds (voor zaken als registratie en integratieklasjes) en minimale opvangvoorzieningen kwamen ze daardoor niet.

Grootse plannen voor regionale opvang kwamen niet van de grond, omdat toekomstige ‘gastlanden’ vluchtelingen in afgrijselijke kampen lieten creperen, en in ruil astronomische bedragen en politieke gunsten vroegen (zoals: geen gezanik meer over mensenrechten). Ook onderhandelingen met kolonel Gadaffi liepen daarop stuk. Libië was toen al een draaischijf voor mensensmokkel. Mensen die nu roepen dat herstel van centraal gezag in Tripoli een deel van de oplossing is, zijn dit kennelijk vergeten.

Alles is, kortom, al eens geprobeerd. En de prijs die Europa moet betalen om zich dit probleem van het lijf te houden, is absurd hoog. Dat is heel frustrerend. Maar net als Joegoslavië leert dit drenkelingendrama ons dat de wereld minder maakbaar is dan wij lange tijd hebben gedacht. Bínnen Europa, maar ook extern.

Ja, we moeten meer solidariteit tonen en minder kibbelen. Ja, we moeten bescheidener worden in het rondtoeteren van onze ‘principes’, omdat we ze niet nakomen. Maar de meeste mensen die in Libië in een boot stappen, ontvluchten oorlog en geweld in Nigeria, Syrië of Mali. Daar kunnen wij, helaas, niet veel aan doen. „Ik zie niet waarom Europa schuldig is” aan dit drama, zei de Franse immigratie-expert Patrick Weil deze week tegen de krant Libération. „Zij die Europa veroordelen, kiezen het verkeerde doelwit.” Dat accepteren, dat is misschien wel het moeilijkst van alles.