Draghi zet Grieken onder druk: ECB kan bankensteun staken

Griekse banken leunen op hulp van Frankfurt. Maar die is niet onbeperkt, dreigt de ECB.

Er bestaan nog „grote, grote problemen” zei eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem (r) over Griekenland. ECB-president Mario Draghi (l) voert de druk op. Foto Ints Kalnins, Reuters

Voor het drama in de Griekse crisis moet je bij politici zijn, maar écht bepalend zijn de woorden van de centrale bankier Mario Draghi. Dat bleek gisteren weer bij de persconferentie in de Letse hoofdstad Riga. Daar vergaderde de groep van ministers van Financiën van de eurolanden.

Vooral eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem voerde het woord in de persconferentie: het was een „zeer kritische” discussie geweest en er bestonden nog „grote, grote problemen”. Hij bevestigde dat de Griekse minister Yanis Varoufakis zwaar onder vuur had gelegen. Draghi, de chef van de Europese Centrale Bank (ECB), zei in Riga maar weinig. Maar wát hij zei kan de Grieken hard gaan raken.

Draghi verklaarde dat het ECB-bestuur overweegt de noodsteun aan Griekse banken (de zogeheten emergency liquidity assistance, ELA) te beperken. Zonder deze cruciale liquiditeitssteun vallen de Griekse banken waarschijnlijk snel om.

Griekenland heeft dringend een nieuwe tranche van 7,2 miljard euro noodhulp nodig. De eurogroep wil dit geld alleen uitkeren als de regering van de linkse premier Alexis Tsipras beloften doet over hervormingen. Een politiek akkoord hierover komt er maar niet, zo bleek weer in Riga. Of Griekenland het in de tussentijd uitzingt, is afhankelijk van de vraag of de Griekse banken het redden, en die zijn weer afhankelijk van de ECB.

Griekse banken zijn veroordeeld tot noodleningen, omdat ze onlangs door de ECB grotendeels werden afgesloten van de ‘normale’ leenprocedure. Normaal is: de bank in een euroland leent geld bij de nationale centrale bank en het risico van de leningen wordt gedeeld tussen de negentien landen van het eurosysteem. Maar Griekenland voldoet al jaren niet aan een belangrijke voorwaarde: het onderpand moet in orde zijn. Het onderpand dat Griekse banken gebruiken, meestal Griekse staatsleningen, is amper nog iets waard. Toch accepteerde de ECB Grieks schuldpapier als onderpand, om het land de kans te geven te hervormen. Maar toen Tsipras in februari weigerde de hervormingen van de vorige regering over te nemen, trok de ECB deze uitzondering in.

Nu komen Griekse banken alleen nog in aanmerking voor de uitzonderlijke liquiditeitssteun. Die steun, verstrekt door de Griekse centrale bank, verschilt van de normale procedure op twee manieren. De rente is hoger (1,5 procent in plaats van rond de nul) en het risico is formeel alleen voor de Griekse centrale bank, niet voor de andere eurolanden. Maar dat is alleen formeel. Als het erop aankomt en het misloopt zal zo’n 75 miljard aan ELA-leningen bij de ECB terechtkomen.

Volgens Draghi kan ELA-steun worden verstrekt „zolang Griekse banken solvabel zijn en ze adequaat onderpand hebben”. Maar aan deze twee eisen wordt steeds minder voldaan. De ECB dwong eerder Ierland tot hervormingen door te dreigen de ELA-steun te staken.

Door een sluipende bankrun zijn de tegoeden van Griekse banken geslonken tot onder het niveau van 2012, het vorige dieptepunt van de crisis. En de rente op driejarig Griekse staatspapier liep afgelopen week op tot 30 procent. Onderpand wordt „vernietigd”, zei Draghi. De dreigementen voor Tsipras zijn helder: maak tempo en doe concessies, anders laten we je vallen.