De felle kleuren van de wegvliegende specht

Nooit eerder in de menselijke geschiedenis werden zo weinig dieren zo vaak zo mooi gefotografeerd. De wilde natuur wordt steeds meer opgeknipt, vervuild en gereduceerd. Maar de natuurfotografie (inclusief natuurdocumentaires) bloeit als nooit te voren.

Dat kan geen toeval zijn. De cynicus kan zeggen: ‘de uilen van Minerva vliegen pas bij schemering’. Vlak voor het einde van het laatste oerbos rijst bij de mensheid het inzicht: wat is de natuur toch eigenlijk ontzettend móói!

Steeds meer toeristen bezoeken verre oerwouden en extreme woestijnen, maar slechts zelden zien ze daar de natuur zoals we die op topnatuurfoto’s zien. Zoals die van Joris van Alphen. Deze jonge, steeds succesvollere fotograaf studeerde aanvankelijk biologie, maar hij volgde zijn passie. Met beeld duidelijk maken hoe mooi en de kwetsbaar de natuur is, om zo het publiek op te voeden in natuurbescherming.

In het interview door Lucas Brouwers legt hij verderop in deze bijlage uit welke moeite hij daarvoor doet. Geen toerist gaat uren aan een touw in een boom hangen. Van Alphen wel.

Natuurlijk, wie goed oplet tijdens een boswandeling kan de prachtigste drama’s in een mierennest aanschouwen. En kort zichtbare kleuren van een wegschietende specht of een opvliegende ijsvogel kunnen óók een diep gevoel van schoonheid oproepen. Maar het zijn waarschijnlijk de foto’s van Van Alphen en zijn collega’s die ons beeld van de natuur bepalen. Altijd mooi. Vrijwel altijd kleurrijk en dichtbij. Heel vaak actief. En bijna altijd spannend.

De grote vraag is: consumeren we dat beeld passief of verandert het hoe we zelf naar de natuur gaan kijken? Hoe lang blijven we stilstaan bij een kruisspin in zijn web?