Chemotherapie is te testen in de tumor zelf

Illustratie Presage Biosciences

Welk geneesmiddel een kankerpatiënt nodig heeft, kan getest worden ín de tumor zelf – ter plekke dus. Twee groepen Amerikaanse onderzoekers hebben onafhankelijk van elkaar zo’n testmethode ontwikkeld. Kleine doses van verschillende medicijnen worden tegelijk, naast elkaar in de tumor gebracht. Na een tijdje wordt bepaald welk middel het beste werkte. Daarmee wordt de patiënt behandeld. Eén van die methoden wordt al getest bij patiënten met lymfeklierkanker (Science Translational Medicine, 23 april).

De keuze welk geneesmiddel het beste is voor een bepaalde patiënt is niet eenvoudig. Vaak wordt die gemaakt op basis van een stukje uitgenomen tumorweefsel. Dat levert niet altijd voldoende informatie op. Tumoren bevatten verschillende typen kankercellen; die zitten doorgaans niet allemaal in het genomen monster. Bovendien is de groei van een gezwel vaak afhankelijk van zijn omgeving. Dat verband gaat ook verloren bij een biopsie. Deze en andere belemmeringen leiden er geregeld toe dat behandelingen niet aanslaan of de kanker slechts tijdelijk terugdringen.

De nieuw ontwikkelde methoden testen verschillende middelen tegelijk in de nog in de patiënt aanwezige tumor. Onderzoekers uit New York en Boston ontwierpen een kunststof cilindertje van 3 bij 0,8 millimeter waarin 16 bakjes zijn uitgespaard die met verschillende medicijnen kunnen worden gevuld. Het cilindertje wordt in de tumor gebracht en een dag later met wat omringend weefsel weer verwijderd. Aan dode cellen in dat omringende weefsel is te zien welk middel het beste werkt.

Een groep uit Seattle ontwikkelde een injectiespuit met zes in een cirkel gerangschikte naalden. Met elke naald wordt een ander middel ingespoten. Als de spuit langzaam wordt teruggetrokken laten de naalden spoortjes met die middelen achter. Na enige tijd wordt de tumor operatief verwijderd. Het middel dat de meeste tumorcellen doodde, wordt vervolgens gebruikt om eventueel achtergebleven tumorresten uit te schakelen.

Beide methodes zijn bij verschillende proefdieren en diverse vormen van kanker getest. De resultaten waren goed genoeg voor eerste tests bij mensen.