Bootvluchtelingen verstoren ons comfort

Hoe ziet het vluchtelingendrama er vanaf ‘de andere oever’ uit? Libanon, waar eenderde van de bevolking nu uit gevluchte Syriërs bestaat, vindt dat Europeanen met twee maten meten. „Eerst waren ze allemaal Charlie. En nu?”

Sigrid Kaag, na de beëindiging van de chemische wapens-missie van de VN in Syrië, oktober vorig jaar. „Voor veiligheidskwesties is wel geld beschikbaar.” Foto AFP/Yiannis Kourtoglou

Terwijl in Europa alle tv-journaals en kranten gisteren openden met het vluchtelingendrama op de Middellandse Zee en de respons van de Europese regeringsleiders, besteedden de media in Libanon aandacht aan het volgende. De oorlog in Jemen. Het feit dat Libanon nog steeds geen president heeft. De herdenking van de Armeense genocide. Extremisme. Radicalisering.

O nee, kijk, de Daily Star heeft op een binnenpagina een cartoon over de Europese top van donderdag. De regeringsleiders zitten aan een ovalen tafel op een eiland. Het water klotst bijna tegen hun stoelpoten. Drenkelingen roepen om hulp, sommigen verdrinken al. Draait één van de regeringsleiders zich om en zegt: „Sorry, we zitten nu even in vergadering.”

Sigrid Kaag is sinds januari van dit jaar speciaal gezant in Libanon van VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon. De vraag aan Kaag (Rijswijk, 1961) was hoe de Libanezen tegen het probleem van de bootvluchtelingen aankijken. Hoe het eruit ziet vanaf de ándere oever, zeg maar.

Ze bladert de kranten door. El-Hayat: niets. L’Orient Du Jour: klein berichtje over operatie Triton, op pagina 12. „Voor jullie in Europa is het overweldigend, die vluchtelingen”, zegt ze tijdens een lang telefoongesprek, deels vanaf de achterbank van haar dienstauto. „Maar hier in Libanon zijn ze het gewend. Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR zijn er 1,2 miljoen Syrische vluchtelingen geregistreerd. Het is snel gegaan. Die demografische kentering heeft immense gevolgen. De balans tussen de geloven verandert. Dat is politiek gevoelig. Dáár gaan de gesprekken over.

„Verder moeten er 400.000 Syrische kinderen naar school. De Libanezen doen hun best, maar op openbare scholen is niet genoeg plek. Het duurt een poos voor zoiets geregeld is. 100.000 kinderen kunnen nu naar school; 300.000 nog altijd niet.

Kortom, de Libanezen kennen het vluchtelingenprobleem, zegt Kaag. Ze kennen het zelfs beter dan veel Europeanen. En het probleem is: „Je loopt altijd achter. Er gebeuren steeds dingen die je niet voorziet. De meeste Syriërs hier willen terug. Maar het duurt en duurt. Het conflict is niet gestopt. Kijk naar de Palestijnen. Die zitten hier al decennia [het zijn er circa 450.000]. Ook zíj dachten: het is tijdelijk. De Syriërs vormen nu bijna eenderde van de bevolking. Stel je voor dat eenderde van de bevolking in Nederland plotseling uit België komt. Zelfs als het harmonieus loopt, is het een immense opgave dat in goede banen te leiden.

„De Europese Unie heeft extra financiële toezeggingen gedaan voor projecten hier. Heel goed. Toch voelen Libanon en Jordanië, dat als buurland ook veel Syriërs opvangt, zich een beetje alleen gelaten door de internationale gemeenschap. Onderschat het niet – dit gaat niet alleen om vluchtelingen of solidariteit. Met deze massamigratie komen allerlei problemen mee, van terrorisme tot wapensmokkel. Alles hangt met alles samen.”

Hoe gaat Europa met deze crisis om?

„Ik volg het van veraf, maar ik krijg een beetje de indruk dat Brussel aan symptoombestrijding doet, terwijl je een geïntegreerde aanpak nodig hebt. Natuurlijk moet je proberen smokkelen van vluchtelingen tegen te gaan. Maar ook ontwikkelingshulp is belangrijk, tot diep in Afrika. En betere, veiliger opvang. Ik heb sterk het idee dat we dit al eerder hebben meegemaakt: toen de oorlog in Joegoslavië uitbrak en veel Joegoslaven naar de EU kwamen. Ik woonde toen in Jeruzalem, maar later ben ik in Genève bij IOM gaan werken, de International Organization for Migration. Toen speelden in Europa precies dezelfde dilemma’s als nu. De problemen van toen zijn onopgelost. Wie neemt de vluchtelingen op? Wie betaalt? Hoe voorkomen we überhaupt dat mensen op drift raken? EU-landen waren het toen niet met elkaar eens, en dat is nu nog zo.”

Oude wijn in nieuwe zakken?

„Precies. Maar de wereld verandert intussen snel. Europa kan het niet laten slepen. Ik zie het hier in Libanon. De Syriërs zitten hier maar. Wie weet hoe lang dat nog duurt. De Verelendung gaat heel hard. Syrië was geen arm land. Er was een substantiële middenklasse. Ieder kind ging naar school. We moeten investeren in langetermijnopvang, anders komen er weer nieuwe problemen. Europeanen ook.”

Daar zijn velen nu zo bang voor.

„Weet u wat veel Libanezen denken? ‘Nu ziet Europa eens hoe moeilijk dit is’.”

Zeggen ze dat?

„Het blijft min of meer onuitgesproken, maar het wordt zeker een gespreksonderwerp. Eerst waren Europeanen allemaal Charlie. En nu er zoveel mensen verdrinken? Wat zijn ze nu? Libanezen vinden dat Europa met twee maten meet. Daar moet men in Nederland niet verbaasd over zijn. Daar is de malaise in het Midden-Oosten en Afrika lange tijd echt ver weg geweest.”

Nu komt ze dichtbij en wordt men bang?

„Ja. Er is islamofobie, en meer in het algemeen een grote angst voor ‘de ander’. Die angst speelt ook politiek een grote rol. Extreem-rechts gedachtegoed wordt salonfähig. Mensen vinden het beangstigend hoe snel de wereld verandert. Alsof de controlefunctie is weggevallen. Dus sluiten ze zich af van de problemen. En van de nuance. Ze praten soms over vluchtelingen alsof het enge, bedreigende mensen zijn. Ergens weten ze wel: we moeten meedenken. Ons informeren. Compassie tonen. Helpen oplossingen te vinden. Maar dat vinden ze lastig.”

Is dat erger geworden in Nederland?

„Wij zien onszelf niet graag als klein landje. We denken dat we groter zijn dan de kleinen. Maar dat veronderstelt dat je met ándere groten meedenkt op internationaal niveau. Politici en bestuurders, dan. Maar de gemiddelde kiezer ziet het steeds vaker anders. Dat is al lang zo, maar het wordt sterker. Ik ben misschien van een andere generatie. Een generatie die opgroeide in een tijd waarin, hoe zal ik het zeggen, internationalisme populairder was dan nu. De vraag is nu voor Europese politici: bieden ze weerstand aan die angst, aan de neiging om de ramen dicht te doen en de boze wereld buiten te sluiten? Gaan ze er tegenin of laten ze zich erdoor leiden?”

Wat moeten ze doen?

„Uitleggen, uitleggen, uitleggen! Lokaal perspectief is ontzettend belangrijk in de politiek. Maar tegenwoordig moeten politici lokaal én internationaal denken. Dat laatste mag soms wel sterker, vind ik. Kijk maar naar deze vluchtelingencrisis.”

Wat merkt u als VN’er van de afbrokkelende populariteit van internationale organisaties als de VN?

„Niet de hele VN. Er is een groot verschil tussen de hulp- en ontwikkelingssector van de VN, en alles wat met security te maken heeft. Toen ik van UNDP [de ontwikkelingsorganisatie van de VN, red.] overstapte naar de bestrijding van chemische wapens in Syrië, twee jaar geleden, moest ik echt wennen – zo groot was het verschil.

„UNDP was steeds meer een bedelstafoperatie aan het worden. Lidstaten trekken steeds minder gretig hun beurs. Bedrijven moesten steeds meer bij projecten worden betrokken. Toen ik naar de non-proliferatie kant overstapte, was geld ineens géén probleem. Je merkte het meteen. Niet dat het superduur was, maar er waren toch schepen beschikbaar [voor de afvoer van Assads chemische wapens, red.] en die zijn niet goedkoop. Als er politieke wil is, komt er makkelijker geld.”

Kan die wil alsnog ontstaan, nu er zoveel mensen verdrinken?

There is always an opportunity in a crisis, zeggen ze. De vraag is vooral: hoe moet je dit voorkomen? Het is een langetermijnprobleem. Er bestaan alleen langetermijnoplossingen. Vluchtelingen willen een beter leven. Als ze vijf jaar moeten wachten op een project, op verbetering, hebben ze allang met de voeten gestemd.

„Ik las vandaag over iemand die zei: rationeel beleid werkt niet als je te maken hebt met desperate mensen. Dat is maar al te waar, vrees ik. Vergeet niet: die Libische bootjes waar mensen uit Senegal of Eritrea op stappen, zijn voor hen een eindpunt. Het laatste opstapje na een lange barre tocht. Mensen in Nederland beseffen dat niet zo.”

Zelfs nu nog niet?

„Europeanen leven in een andere wereld. Er is een cultuurkloof, absoluut. Zo kijken mensen hier ook naar Europa: als naar ‘de ander’. Gisteren zei een ervaren Libanese counterpart tegen me: „Jullie preken altijd maar over mensenrechten!” Ik blijf glimlachen, natuurlijk, maar zo wordt er wel vaak tegen ‘het Westen’ aangekeken. Altijd dat belerende toontje, die opgeheven vinger.”

Dat klopt toch?

„Ja, maar er komen deukjes in het zelfbeeld van Europa. Dat voelen we. Dat is ook waarom de vluchtelingencrisis voor Europeanen zo moeilijk te verteren is. Lang heeft Europa gedacht dat de wereld te boetseren was. Dat we, als we maar ons best deden, overal stabiele westerse democratieën konden vestigen. Dat we de wereld gelijkwaardig konden maken. Enzovoort. Maar steeds vaker sla je de krant open en zie je doffe ellende. Die arme studenten in Kenia. Bomaanslag in Irak. Schietpartij in een Tunesisch museum. Ik begrijp dat mensen, zelfs mensen met de beste voornemens, op een dag zeggen: ik geef het op, ik blijf in Appelscha en wied mijn tuintje. Dat wil ik soms ook wel.”

Raakt u ontmoedigd?

Grinnikt: „Nee, dat was for the sake of argument. Ik geloof juist nu dat we kansen voor anderen moeten scheppen. De wereld is een klein dorp. Je zet de tv aan en alle misère wordt vlak voor je voeten neergestort. Alles wat er in land A gebeurt heeft effect op land B. Alles. Alleen al daarom moeten we helpen problemen in andere landen op te lossen. Wij hebben het heel lang goed gehad. Nu willen anderen dat ook.”

Op de BBC zei iemand dat deze massamigratie een teken was van grotere rijkdom. Afrikanen en Syriërs betalen duizenden dollars voor de overtocht.

„… en vroeger hadden ze zoveel geld niet? Ja, daar zit wel iets in. Zo zie je maar, dit hele verhaal zit vol paradoxen.”

In Nederland viel het kabinet bijna over de opvang voor duizend mensen.

„Dat is heel erg Nederland. Maar kijk ook naar Duitsland en Zweden: twee landen die ongelooflijk genereus zijn. Die nemen de meeste vluchtelingen op. Voor Europese politici is dit een enorme beproeving. Zij moeten het blijven uitleggen. Tegen de klippen van de publieke opinie op, vaak. Er gebeurt iets, de media springen op hun nek en dan moeten ze snel stelling nemen. Meningen geven. Ze kunnen zelden meer zeggen: ‘We denken er nog even over’. Terwijl dat, gezien de grilligheid van de problemen, eigenlijk wel zou moeten. We springen meteen. Maar eigenlijk is de wereld daar veel te complex voor.”