Zelfverrijking is de norm geworden

De Amerikaanse droom is voorbij, schrijft George Packer in zijn bekroonde boek The Unwinding. ‘Kom je buiten de grote steden dan rest de keuze tussen Walmart en werkloosheid.’

George Packer: ‘De invloed van rijke bedrijven en individuen op deverkiezingen in de VS zal dit keer groter zijn dan ooit’ Foto Annaleen Louwes

‘Ik hoor niet langer bij de middenklasse.’ ‘Het spel is niet eerlijk en de uitkomst staat vast. Gewone mensen komen niet meer tussen het pact dat bedrijfsleven en politiek hebben gesloten.’ En: ‘Ik geloof niet meer dat mijn kinderen het beter zullen krijgen dan ikzelf.’

Deze drie uitspraken hoor je elke keer weer op het platteland van de Verenigde Staten, in de armoedige provinciestadjes van Ohio of North Carolina, zegt George Packer. „Die drie dingen samen betekenen dat de Amerikaanse droom voorbij is.”

George Packer was vorige week in Nederland voor een congres over verhalende journalistiek. De verslaggever van het tijdschrift The New Yorker kreeg internationale bekendheid door het twee jaar geleden verschenen The Unwinding – an inner history of the New America. In dat boek (vertaald als De ontluistering van Amerika) tekent hij via portretten van Amerikanen de economische transformatie van de Verenigde Staten tussen 1978 en 2012, het jaar van Obama’s herverkiezing.

The Unwinding laat dus de gelijktijdige, maar volkomen verschillende levens zien van bijvoorbeeld internetmagnaat Peter Thiel en de kleine durfondernemer Dean Price. De eerste is lid van de jongensclub van Silicon-Valleywinnaars die geholpen door globalisering en deregulering terechtkwamen in de mondiale Skybox van superrijken. De tweede is een krabbelaar, die met grootste plannen de ladder wil beklimmen maar blijft struikelen op de onderste sporten. Geen wonder, schrijft Packer, als de ladder een casino is geworden.

‘Winnen en verliezen’, schrijft hij ook, zijn door en door Amerikaans, en ‘dankzij de ontluistering winnen winnaars meer dan ooit, drijven ze weg als opgeblazen luchtschepen, terwijl de verliezers nog een lange weg hebben te gaan voor ze de bodem bereiken, wat soms nooit gebeurt.’

Florida

Dat laatste geldt voor de Hartzells, een armlastig gezin in Tampa, Florida, dat overeind probeert te blijven met baantjes bij Walmart – en dan blijkt hun dochtertje kanker te hebben. Na het verschijnen van het boek werden de Hartzells hun appartement uitgezet. Packer: „Ze woonden in hun auto op de parkeerplaats van de Walmart. Hun dochter zat niet op school en ze dreigden uit de ouderlijke macht ontzet te worden. Ik regelde dat een lokale krant over ze schreef – over het feit dat hoofdpersonen uit een boek dat de National Book Award had gewonnen op straat woonden. Uiteindelijk kwamen ze daardoor in een opvanghuis terecht, maar ik geloof niet dat ze er blij mee waren. Eigenlijk zijn ze liever vrij op een parkeerplaats dan dat ze verzorgd worden in een opvanghuis. Ik krijg nog steeds mails van de moeder, depressief, vol woede. Soms probeer ik voor ze te bemiddelen. De Hartzells zijn slachtoffers van een wreed economisch systeem. Maar ze maken zelf ook hele slechte keuzes. Je kunt maar tot op zekere hoogte helpen.”

Oprah Winfrey

Packer sprak dagenlang met zijn hoofdpersonen. Hij geeft hun levens weer als in een roman, als een alwetende verteller die erop terugblikt. Ieder nieuw jaar van de drie decennia die zijn boek bestrijkt introduceert hij met een tickertape van krantenkoppen, regels uit songteksten en uitspraken van politici. Ook zijn er nog portretten van bekende Amerikanen, van Oprah Winfrey tot kokkin Alice Waters, van de conservatieve havik Newt Gingrich tot Colin Powell.

Packer leende het idee voor zo'n episch mozaïek van John dos Passos (1896-1970) die in zijn USA-trilogie (1930-1936) de minstens zo gespleten werelden van arm en rijk in de Verenigde Staten van de eerste decennia van de twintigste eeuw beschreef.

Maar de geest van een andere literaire journalist uit de jaren dertig waart ook rond: die van George Orwell en zijn Down and out in Paris and London over de bedelaars en bordenwassers in de achterbuurten van die steden.

„Orwell, mijn favoriet!” roept Packer. „Hij is mijn meester. Ik las Homage to Catalonia (Orwells kroniek van zijn desillusies als rekruut in de Spaanse Burgeroorlog, red.) toen ik 23 was. De mogelijkheden die het bood troffen me diep. Voor het eerst dacht ik serieus over non-fictie. Ik probeerde romans te schrijven, ik heb er later zelfs twee gepubliceerd, maar ik wist dat ik tegen mezelf inwerkte. Orwell gaf me een idee over hoe je feiten als fictie brengt. Hij gaf me ook een stem: de stem van desillusie, denk ik. Maar Orwell heeft altijd een ik, en in The Unwinding ben ik zelf afwezig. Ik heb geprobeerd me nog dieper te verschuilen in de personen die ik beschrijf.”

Orwell trad als journalist nadrukkelijk buiten zijn eigen klasse. Hij probeerde voorbij zijn vooroordelen en dogma’s te kijken.

„Dat wilde ik met The Unwinding nadrukkelijk ook. U en ik, wonend in grote steden, werkend in de creatieve industrie, horen tot de winnaars van globalisering. Mijn wereld in Brooklyn is een fantasie, een paradijselijk decor van kleinschaligheid, van chique cupcake-winkels en van elke soort koffie die je maar kunt verzinnen. Maar je hoeft de grote steden maar uit te gaan om in die totaal andere wereld te belanden, die van de keuze tussen Walmart en werkeloosheid.”

Toch blijven uw hoofdpersonen geloven dat ze het kunnen maken, al is het bestijgen van de sociale ladder in de Verenigde Staten veel moeilijker geworden. De Amerikaanse Droom is hardnekkig.

„Nee, de Amerikaanse Droom is veranderd. Die droom luidde altijd: als ik maar hard genoeg werk, dan zullen mijn kinderen het beter krijgen dan ikzelf. Maar de middenklasse heeft allang de ervaring dat er voor hen geen plek meer aan tafel is. Het casino heeft de plek ingenomen van de maatschappelijke ladder. Bij dat casino hoort een vorm van magisch denken, een ontsnappingsfantasie, gevoed door de televisie. Arme Amerikanen denken nu: als ik maar geluk heb kan ik zoals Oprah Winfrey worden. Of zoals Steve Jobs. Ze móeten wel zo denken, want zonder hoop kan niemand leven.”

Idealiseert u het verleden niet? De jaren zestig waren er niet voor niets: mensen snakten naar bevrijding uit de culturele en economische dwangbuis van de jaren vijftig.

„Nee, dat geloof ik niet. Ik laat eerder zien hoe we zijn doorgeslagen. We hebben de zekerheid en de bijbehorende benauwenis van naoorlogs Amerika ingeruild voor te veel economische en individuele vrijheid – een vacuüm. Veertig jaar geleden kon je als directeur van een bedrijf slapen met je secretaresse, racistische taal uitslaan en roken op kantoor. Dat kan allemaal niet meer zomaar. En dat is vooruitgang. Maar veertig jaar geleden was er ook een taboe op jezelf buitensporig verrijken zonder dat je iets terugdeed voor de gemeenschap. Nu is die zelfverrijking de norm. Met als resultaat het verdwijnen van gemeenschappen.”

Maar anders dan in 2013, toen uw boek verscheen, staat economische ongelijkheid nu hoog op de politieke agenda.

„Ja, niemand kan er meer omheen. Zelfs de Republikeinen erkennen dat er gepraat moet worden. Dat is in elk geval winst.”

De belangrijkste politieke beweging om die ongelijkheid terug te dringen is momenteel de ‘Fight for $15’, de beweging die het minimumloon wil verdubbelen naar 15 dollar per uur. Vorige week waren er landelijke betogingen. Hoe kansrijk acht u die beweging?

„Die is hoopgevend. In elk geval kansrijker dan Occupy Wall Street, dat snel verwaterde. Occupy was niet duidelijk. Het toonde dat er een economische kloof was, maar niet hoe die te dichten. De 15-dollarbeweging is beter, omdat die een concrete eis stelt: een minimumloon waarvan mensen kunnen leven. Je kunt de mensen die dit vragen ook niet wegzetten als uitvreters, zoals met Occupy gebeurde. Ze laten duidelijk zien: wij zijn hardwerkende Amerikanen, maar toch kunnen we niet leven van ons werk. Hopelijk zien de demonstranten dus kans het momentum vast te houden en komt het tot een bredere economische beweging. Diverse staten en steden, en zelfs Walmart en McDonalds, hebben hun minimumloon de afgelopen jaren verhoogd, zij het nooit boven de tien dollar per uur en meestal ver daaronder.”

Wat heeft Obama gedaan tegen de economische tweedeling?

„Zijn belangrijkste prestatie is natuurlijk Obamacare, waardoor het leven van miljoenen Amerikanen iets minder precair is geworden. En dat heeft hij voor elkaar gekregen ondanks een ongelooflijk cynische en onpatriottische oppositie die hem wil vernietigen en elke constructieve verandering probeert tegen te houden.”

Waarom zijn de Republikeinen daarin zo effectief?

„Ze putten uit een heel groot reservoir: provinciale wrok en angst voor verandering. Heel effectief, uit electoraal oogpunt. Hoe erger de dingen worden, hoe beter het ze gaat. Je ziet het ook bij populistisch rechts in Europa. Als je de regering in de hoofdstad, de heersende elite, ziet als een bedreiging voor de manier waarop je gewend bent te leven, voor je geld, voor je vrijheid, dan stem je tegen die regering. Ook al kun je soms best iets aan zo’n regering hebben. Kent u de slogan die onder Republikeinen de ronde deed bij de campagnes tegen Obamacare: ‘Blijf met je overheidsklauwen van mijn Medicare af!’? Dat slaat helemaal nergens op, want Medicare is óók van de regering. Maar het laat zien hoe dit mechanisme werkt. De regering is de vijand die probeert om zwaar bevochten rechten af te pakken.”

Wie wordt de opvolger van Obama in 2017? Hillary Clinton of Jeb Bush?

Nu zucht Packer diep. „Ik heb echt een enorme weerzin tegen de komende verkiezingen. Hillary Clintons campagne zal over ongelijkheid en hardwerkende Amerikanen gaan. En wie weet, als zij gekozen wordt, zal ze misschien iets voor hen doen. Maar nooit veel, zolang ons hopeloze campagnesysteem niet verandert. Miljardairs kopen nu openlijk kandidaten. De invloed van rijke bedrijven en individuen op de verkiezingen zal dit keer groter zijn dan ooit, er zal een belachelijke hoeveelheid geld verspild worden. En dan waarschijnlijk met deze twee kandidaten, met te veel verleden, te veel bekendheid, te veel gevestigde belangen... Nee, ik zie er nu al tegenop.”