Wij krijgen nul komma nul informatie

Bestuurscommissies bestaan nu één jaar. Maar ze beslissen niks en weten weinig. Zo weten bewoners in West niet waar ze heen moeten met bezwaren tegen een nieuw hotel in de buurt of overlast.

“Een octopus bestuurt Amsterdam: de bestuurscommissies als zeven lange armen van de centrale stad.” Thinkstock/NRC Studio

Op 17 februari viel het pamflet door de brievenbus: ‘Geen hotel maar woningen!’ Op de hoek van de Jan Pieter Heijestraat, vrijwel voor de deur van Henk van Dijk en Maureen Mens, zou een appartementenhotel gaan verrijzen, mét horeca en supermarkt. Geen woningen, zoals er op een billboard bij de bouwplaats ‘Piet Hein’ jarenlang stond.

„We waren totaal verrast”, zegt Van Dijk. Volgens hem willen veel bewoners op deze plek betaalbare woningen voor ouderen, zodat die in de buurt kunnen blijven wonen. De plannen voor een hotel waren al langer bekend, zo bleek later. Toch was het stel niet het enige dat van niks wist. Het algemeen bestuur van de bestuurscommissie West moest de plannen vernemen van een burger die insprak tijdens een vergadering. Dat was in december vorig jaar. „Zijn zíj nou de oren en ogen van de buurt?”, vraagt Mens zich af. „Het is de omgekeerde wereld. Het bestuur leunt achterover totdat een burger langskomt die een probleem aankaart.”

Ogen en oren van de buurt

Sinds een jaar zijn er geen stadsdeelbesturen meer, maar bestuurscommissies; een soort lokale adviesorganen van de gemeenteraad met weinig bevoegdheden. Vijftien ‘algemeen bestuurders’ en drie ‘dagelijks bestuurders’ moeten de ‘ogen en oren van de buurt’ zijn. Dat betekent: weten wat er in hun buurt speelt, de Stopera adviseren. Want dáár wordt al het beleid nu gemaakt.

In West voelen zoveel bewoners zich niet door de bestuurscommissie gehoord, dat de publieksbankjes in de Stopera regelmatig vol zitten met insprekers. Bewoners maken zich boos over de komst van kiosken die voor ‘werkgelegenheid’ moeten zorgen, de Piggelmeewoningen die ondanks protest tegen de grond gaan en over de schuur in de Geuzenstraat die tot woonplek wordt omgebouwd. Een inspreker noemde het democratische proces in West „één grote farce”.

Ook uit andere stadsdelen klinken ontevreden signalen, van zowel bewoners als politici. Maar in het dichtstbevolkte stadsdeel West worden de problemen het eerst zichtbaar.

„De bestuurlijke chaos is volledig”, zegt bewoner Martin Cleaver over de plannen 18 kiosken in West te bouwen. Bewoners werden aanvankelijk niet geïnformeerd, stedenbouwkundige adviezen werden genegeerd en bezwaren werden onterecht ongegrond verklaard, zegt hij. De kiosken moeten volgens het stadsdeel zorgen voor werkgelegenheid en leven op straat. „Alsof er in West nog niet genoeg levendigheid is. De openbare ruimte is al schaars. Ook weten we niet wat er in die kiosken komt.”

Communicatie is ‘verbeterpunt’

„Je zal maar opeens een terras voor je deur krijgen met lange openingstijden en de nodige geluidsoverlast”, zegt buurtbewoner Esther van der Meer op Twitter, die opeens een kiosk (met horeca) in haar wijk gebouwd zag worden. Bewoners krijgen volgens haar „0,0 informatie”. „Als bewoners geen informatie krijgen, hoe kan het dan dat je het weet?”, reageerde Pieter Rietman, D66-fractievoorzitter in West, in eerste instantie op Twitter. Om daarna toe te geven: „Communicatie is in West inderdaad een verbeterpunt, zacht uitgedrukt.” „De naam ‘bestuurscommissie’ suggereert dat er wordt bestuurd”, zegt Cleaver, „maar dat gebeurt niet. Ik voel me helemaal niet vertegenwoordigd.” Dat er dingen fout lopen is niet zo erg, zegt bewoner Margreet Muller, „het gaat mij om die arrogante houding van het bestuur. Ze vinden dat wij bewoners maar zeuren en willen gewoon kiosken bouwen.”

Gemeente is een inktvis

Lokale bestuurders vinden ook dat ze te weinig bevoegdheden hebben. Ze mogen het beleid uitvoeren van de gemeente, zelf advies geven, maar als het echt spannend wordt beslist de gemeenteraad in de Stopera. „De bestuurscommissies zijn stadsdeelraadje aan het spelen terwijl de benodigde bevoegdheden daarvoor ontbreken”, zegt VVD-fractievoorzitter in West, Alexander IJkelenstam. En als ze zich over onderwerpen uitspreken, dan is het vaak een advies, dat door de centrale stad overruled kan worden. „Een bestuurlijke wirwar”, noemde Mens het, toen zij insprak bij de bestuurscommissie over de plannen voor het hotel. Tot wie moet je je als burger wenden? De wethouder? De bestuurscommissie? En dan het dagelijks of het algemeen bestuur? De raadscommissie? In het geval van Mens bleek het zelfs de stadsdeelsecretaris, destijds door de wethouder bevoegd verklaard te beslissen over de komst van het hotel. En die is voor burgers nou net onbereikbaar.

Mens en Van Dijk weten inmiddels waar ze moeten zijn. Ze hebben er een „hele studie” van gemaakt, waarbij elk vrij uurtje in wetten, besluiten en bestuurlijke vergaderingen wordt gestoken. Van Dijk vergelijkt het bestuur van de stad nu met een octopus: de bestuurscommissies als zeven lange armen van de centrale stad, waar de burger moeilijk invloed op heeft. Of eigenlijk zegt hij liever ‘inktvis’, treffender als symbool voor de bureaucratie.

Systeem schept vooral verwarring

IJkelenstam (VVD) geeft toe dat het met de inspraak „helemaal is misgegaan”. „Het huidige systeem brengt bewoners niet dichterbij de politiek, maar zaait vooral verwarring. Bewoners gaan shoppen en de raad doet het werk van de commissies dunnetjes over.”

Stadsdeelvoorzitter Gerolf Bouwmeester (D66) ziet het vooral goed gaan in West. De kiosken en het hotel zijn volgens hem een erfenis van het vorige bestuur. Daarover zijn bewonersavonden georganiseerd en spandoeken informeren inmiddels alsnog over de komst van de kiosken. „We willen de commotie die er is zoveel mogelijk de ruimte geven. Bewoners van West zijn mondig, en dat is goed.” Toch is „een stukje verwachtingsmanagement” belangrijk, zegt Bouwmeester. „Participatie betekent niet altijd: u vraagt, wij draaien.”

Een onafhankelijke commissie gaat het nieuwe stelsel binnenkort evalueren, laat wethouder Abdeluheb Choho (D66) weten. Zolang de bestuurscommissies „helder maken waar ze wel en niet over gaan”, zullen bewoners zich ook beter gehoord voelen, verwacht hij.