Wat als wij zelf de klootzak zijn?

In The Handmaid’s Tale, de romanklassieker van Margaret Atwood, wordt een apocalyps beschreven. Om ervoor te zorgen dat de mensheid niet uitsterft, moeten de overlevenden duidelijke regels volgen. De machtsstructuur is duidelijk: mannen zijn commandanten, vrouwen zijn broedmachines.

De lezer volgt ‘dienstmaagd’ Offred. Op gezette tijden moet ze bij commandant Fred komen: alles in de hoop op zwangerschap. In de kast van haar kamer ontdekt ze een tekst, Nolite te bastardes carborundorum, verbasterd Latijn voor ‘Don’t let the bastards grind you down’. De vorige dienstmaagd heeft dat in het hout gekerfd, voordat ze zich ophing met een touw van gescheurde lakens. Offred voelt zich gesteund door die tekst. Maar wat zou er zijn gebeurd als niet zij, maar de commandant in de kast had gekeken? Hij zou de zin waarschijnlijk ook begrijpen als een ondersteunende boodschap, aan zichzelf. Zo’n zin spreekt tot je. Het gaat nooit over jou. Er is altijd wel ergens een grotere klootzak.

Don’t let the bastards grind you down. Aan die zin moest ik denken, toen ik gisteren las over een actie van Amnesty International, waarbij ze aandacht vroegen voor de bootvluchtelingen in de Middellandse Zee. Tweehonderd lijkzakken werden neergelegd op het strand van Brighton, begeleid door de tekst: Don’t let them drown. Er is iets geks aan die zin, want zolang je die zin ziet, denk je automatisch dat je aan de goede kant staat: natuurlijk wil je niemand laten verdrinken. #DontLetThemDrown: je knikt. Dat is de verhouding die blijkbaar recht van bestaan heeft in deze wereld: de één is een zak van huid, naar het oppervlak van de zee gestegen door ontbindingsgassen, de ander beziet dat bij het ontbijtbord en fronst verontwaardigd. Ook dat is een duidelijke machtsstructuur.

Offred heet Offred omdat ze van Fred is. Andere dienstmaagden heten Ofglen, Ofwayne en Ofwarren. Hun echte naam moeten ze vergeten. In zekere zin valt de term ‘gelukzoeker’, zoals bootvluchtelingen worden genoemd, op eenzelfde manier uit te leggen. Wij in Europa zijn het geluk, de zoeker is daarvan afhankelijk. Het geluk kan bestaan zonder de zoeker zoals Fred kan bestaan zonder de dienstmaagd. Maar de dienstmaagd heeft geen naam of bestaansrecht zonder hem. Zonder Fred kan zij geen Offred zijn, zoals de zoeker geen zoeker is zonder de wetenschap dat geluk bestaat.

Nu we toch in de literatuur zitten: de Amerikaanse Lydia Davis schreef een kort verhaal dat uit twee zinnen bestaat. Het heet ‘Housekeeping Observation’:

Under all this dirt

The floor is really very clean

Ik las dat verhaal altijd als bijzonder hoopgevend, een elegante variant van ‘Don’t let the bastards grind you down’. Maar wat als we zelf het dirt – het vuil, de klootzak – zijn? Dan willen we niet dat er wordt geveegd.