Vijf mythes over het bombardement op de binnenstad

Het bombardement is zonder twijfel het meest dramatische hoofdstuk uit de Rotterdamse geschiedenis. Niet vreemd dat juist over deze gebeurtenis vele sterke verhalen de ronde gaan. Vijf mythes onder de loep.

1 Hitler gaf opdracht tot het behoud van de Laurenskerk.

De Sint-Laurenskerk, het enige laat-middeleeuwse gebouw van de stad, raakte zwaar beschadigd door het bombardement. In de periode na die desastreuze 14de mei leefde aanvankelijk het sentiment om in Rotterdam geheel met een schone lei te beginnen; alle beschadigde gebouwen konden maar beter neergehaald worden ten behoeve van een nieuw Rotterdam. Ook de ruïne van de Laurenskerk zou gesloopt worden. Het Rotterdamsch Nieuwsblad bericht in die tijd dat Hitler er persoonlijk op stond om de toren van de Laurenskerk te behouden. Historici Anne Jongstra en Arie van der Schoor onderzochten dit verhaal namens het Stadsarchief Rotterdam. Zij wisten geen enkel bewijs te vinden dat Hitler zich met het behoud van de kerk heeft bemoeid. Het bericht uit de krant doen zij af als waarschijnlijke propaganda.

2 Het moderne Rotterdam is geheel te danken aan het bombardement.

Deze stellingname leeft onder de naoorlogse generaties. Het bombardement heeft het pittoreske oude Rotterdam, met zijn grachten en straten met smalle steegjes, volledig in de as gelegd. De realiteit is dat Rotterdam al voor de oorlog werkte aan een grondige stadsvernieuwing. De Zandstraatbuurt, ter hoogte van het huidige stadhuis, was hiervoor bijvoorbeeld al in de jaren tien vrijwel volledig afgebroken. Opvallend is dat na het bombardement fotoboeken van het vroegere Rotterdam ontzettend populair werden. In deze boeken stonden met name veel foto’s van de stad van voor de Eerste Wereldoorlog. Een verlangen naar een stad die er ook voor het bombardement al niet meer was.

3 Na het bombardement zwommen er zeeleeuwen door de grachten

Zebra’s die kort na het bombardement over de Diergaardesingel struinen en zeeleeuwen die er in het water zwemmen. Het is een veel gehoorde anekdote. De oude diergaarde, toen gelegen aan de Kruiskade, raakte twee dagen voor het bombardement zwaar beschadigd door bommen. De dierentuindirectie besloot uit voorzorg vrijwel alle leeuwen en tijgers af te schieten. Dit om te voorkomen dat ze in de stad belandden. Het zou dus mogelijk zijn dat er dieren uit de zwaar beschadigde dierentuin zijn ontsnapt, maar bewijs is hier niet voor te vinden. Historicus Hans van der Pauw stelt: „Er zijn inderdaad dieren ontsnapt uit de oude diergaarde in het centrum en die liepen voor een deel ook vrolijk door de stad rond. Of er zeeleeuwen in de singels zwommen, weet ik niet, maar ondenkbaar is het niet.”

4 De Duitsers wilden met het bombardement de capitulatie afdwingen.

De Duitse historicus Stefan Kontra, verbonden aan het Militärhistorisches Museum der Bundeswehr, deed met een Duits-Nederlands team onderzoek naar de intentie van het bombardement. „Wij hebben een radioboodschap van generaal Rudolf Schmidt gevonden waarin hij vraagt om een tactisch bombardement. Dit om het Nederlandse verzet bij de bruggen te breken.” De Stuka-vliegtuigen die voor een dergelijk precisiebombardement benodigd waren, waren echter niet voorhanden. De keuze viel op de Heinkel-bommenwerpers. Een veel minder precies type, met alle gevolgen van dien. Kontra’s team vond vanuit Duits oogpunt geen bewijzen voor orders voor de vernietiging van Rotterdam om zo Nederland tot overgave te dwingen. Een échte mythe dus.

5 De heldenstatus van de mariniers op de Willemsbrug.

Als zwarte duivels hielden ‘onze jongens’, zwaar in de minderheid, de Duitsers met Rotterdamse daadkracht aan de andere kant van de brug. Historicus Hans van der Pauw noemt de overlevering van het heroïsche gedrag van de mariniers overdreven. „Ze zouden met messen tussen de tanden als apen over de spanten geklauterd zijn en meer van dat moois. De mariniers waren in hun hopeloze rol, met als onmogelijke opdracht de brug stormenderhand te heroveren en daarbij te handelen naar eigen bevinden, overigens heldhaftig genoeg! Maar ook door soldaten van andere legeronderdelen is op verschillende plaatsen erg moedig en vasthoudend opgetreden – al kwam voorrang geven aan het vege lijf redden ook wel voor.”