EU verdrievoudigt hulpbudget

Het budget voor grensbewaking en reddingsoperaties op de Middellandse Zee, nu nog 3 miljoen euro per maand, wordt verdriedubbeld met geld uit de EU-begroting, hebben Europese leiders gisteren op een speciale top besloten.

Aanleiding is de dood van 850 bootvluchtelingen, afgelopen zaterdagnacht, voor de Libische kust. Vijftien EU-landen (plus Noorwegen) hebben zich daarnaast bereid getoond eventueel te helpen met het sturen van extra materieel of manschappen. Londen stuurt in ieder geval zijn vlaggenschip, de HMS Bulwark, drie helikopters en twee kleinere boten. Berlijn twee fregatten en een bevoorradingsschip, Parijs twee schepen en twee vliegtuigen. Nederland doet al mee met een vliegtuig en is eventueel bereid om dat langer beschikbaar te stellen.

Met de extra geldinjectie erkennen EU-leiders impliciet dat het terugschroeven van operaties ten zuiden van Italië is uitgelopen op een mislukking. Tot eind vorig jaar was het door Italië zelf gefinancierde Mare Nostrum van kracht, waarmee in veertien maanden tijd 170.000 vluchtelingen zijn gered. Andere EU-lidstaten vreesden een ‘aanzuigende werking’. Daarom werd ter vervanging een veel kleinere operatie opgezet, van de EU zelf, Triton. De financiering daarvan wordt nu opgeschroefd tot het oude niveau van Mare Nostrum.

De extra middelen komen uit reservepotjes van de EU-begroting, het gaat dus niet om nieuw geld. Het voorstel om het geld te verdriedubbelen was afkomstig van Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie. EU-landen stuurden aan op een verdubbeling.