Passage was de Markthal avant la lettre

Het leven aan de top van verticale stad Rotterdam.

collectie Stadsarchief Rotterdam

‘Mijn Latijnse fijngevoeligheid wordt gekwetst door de zedeloosheid van het Hollandse volk”, schreef de Portugese schrijver Ramalho Ortigão in 1883 na een bezoekje aan de eerste overdekte winkelpassage van Nederland. Groepen meisjes liepen er „gearmd, en met de neus in de lucht” en daagden mannen uit „tot een soort carnavalsvermaak”. Hij voelde zich persoonlijk gekrenkt.

En toch: als Jantje Steenhuis (57), stadsarchivaris van het Stadsarchief Rotterdam, één gebouw zou mogen terugtoveren dat verwoest werd door het bombardement, dan was het de Passage. „Rotterdam was een werkstad, maar Rotterdam was ook chic. We hadden een bloeiend cultureel leven. Veel mensen zijn dat vergeten.” De Passage is een mooi voorbeeld van de 19de-eeuwse allure die deze stad ooit had.

Het gebouw stond ongeveer waar nu de C&A staat: 100 meter lang en, in het midden, 8 meter breed. Het had een vloer van glazen tegels en een glazen koepel als dak. Het werd op 15 oktober 1879 geopend en was vier jaar later het eerste Rotterdamse gebouw met elektriciteit. Een soort Markthal, avant la lettre.

Er zat een hotel in, een koffiehuis en een badinrichting. Zevenentwintig luxe winkels met hoeden, lingerie, chocolade en ‘gramophonen’. In de kelder zaten een markt en een bierhuis met aquarium. Er was een fontein (die het nooit deed). En een agent. Om luidruchtige spelende kinderen naar buiten te jagen.

Boven de winkels zaten woningen, drie lagen. Daar een zolder, waarschijnlijk een opslag voor kolen, met een zolderraam. Op de ochtend van 14 mei 1940 had je dit uit het zolderraam boven de ingang aan de Coolsingel kunnen zien: een statig ziekenhuis in Romeinse stijl achter een oprijlaan met bomen aan de overkant. Trappen naar ondergrondse toiletten. Een vrouwengesticht. Een supermoderne Bijenkorf, links. En rechts: bioscopen, theaters, hotels, dancings, cafés en terrasjes; het bruisende kloppende Rotterdamse uitgaanscentrum.

Tijdens het bombardement zouden mensen de Passage zijn in gevlucht. De glazen koepel viel in scherven uiteen. Later stalen puinruimers de glazen tegels uit de vloer, als herinnering aan de trots van hun oude stad. Of om te gebruiken als asbak.