‘Mensen die vaak naar het theater gaan, worden minder snel depressief’

Dat schreef Soundos El Ahmadi maandag in haar column in de Volkskrant

illustratie Emmelien Stavast

De aanleiding

Acteurs en musicalsterren zijn misschien wel de meest onderdrukte mensen van Nederland. Dat schrijft Soundos El Ahmadi, actrice en stand-upcomedian, in een column in de Volkskrant. Zij worden onderdrukt door producenten, castingbureaus en tv-zenders. Volgens El Ahmadi kunnen we als „burger” maar één ding doen om deze beroepsgroep te ondersteunen: naar het theater gaan.

En dat is niet alleen goed voor de mensen op het podium, maar ook voor de mensen in de stoeltjes. „Er is namelijk wetenschappelijk onderzoek geweest dat heeft uitgewezen dat mensen die vaak naar het theater gaan, minder snel depressief worden”, aldus El Ahmadi.

Is vaak naar het theater gaan echt een middel om minder snel depressief te worden? Wij checkten het.

Waar is het op gebaseerd?

We nemen contact op met de auteur. Die laat weten dat ze het na moet vragen. Na wat zoekwerk, zoveel onderzoeken naar theater en depressiviteit zijn er niet, blijkt het om een Noors onderzoek te gaan.

Het onderzoek Patterns of receptive and creative cultural activities and their association with perceived health, anxiety, depression and satisfaction with life among adults, is gebaseerd op de ‘dataset’ van de ‘Nord-Trøndelag Health Study’ (HUNT).

De HUNT-studie is een grote gezondheidsstudie, die in de Noorse provincie Nord-Trøndelag gedaan is. Er werden data verzameld van 48.289 inwoners van de provincie. Dit specifieke onderzoek, naar culturele activiteiten, is gebaseerd op de vragenlijst van de HUNT-studie.

En, klopt het?

We beginnen bij het onderzoek. In de vragenlijst staan vragen met betrekking tot de gemoedstoestand en gezondheid van de ondervraagden. Ondervraagden mogen die een cijfer geven. Ook vullen de inwoners van Nord-Trøndelag in hoe vaak ze in het afgelopen jaar hebben deelgenomen aan culturele activiteiten.

Het betreft dus zelfrapportage, zegt ook Brenda Penninx, professor en verbonden aan het VUmc en onderzoeker van de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst. „Het gaat hier over depressieve symptomen. Dat geeft wel enige indicatie van hoe een persoon momenteel in het leven staat, maar is zeker niet hetzelfde als het doormaken van een depressieve stoornis.”

Na een analyse van deze bovenstaande cijfers komen de onderzoekers tot de conclusie dat respondenten die vaker naar een culturele activiteit gaan, zelf rapporteren dat zij minder depressief zijn, vergeleken met respondenten die minder vaak naar culturele activiteiten gaan.

Er wordt niet aangetoond dat cultureel actief zijn depressie voorkomt. Oké, er is dus een verschil tussen wel en niet cultureel actieve mensen, maar dit zegt nog niets over de oorzaak van zo’n verband. Ter verduidelijking geeft Penninx een voorbeeld. Het is bekend, zegt ze, dat mensen die minder sociaal en lichamelijk actief zijn, meer depressieve symptomen hebben. Maar, dat betekent nog niet dat er een causaal verband is. Mensen die zich mentaal niet lekker voelen hebben vaak minder interesse, zijn tot minder in staat of hebben minder vrienden om actief mee te zijn, op welk gebied dan ook.

Het zou ook zo kunnen zijn dat mensen met symptomen van depressiviteit gewoon minder zin hebben om naar het theater te gaan.

De auteurs van het artikel waren overigens niet op zoek naar causale verbanden. Ze concluderen dat er experimentele onderzoeken moeten volgen om te kijken of er causaliteit is.

Conclusie

Vaker naar het theater gaan is geen bewezen middel om minder snel depressief te worden. Mensen die vaker een culturele activiteit ondernemen of bezoeken, rapporteren wel minder depressiviteit. Maar dit bewijst geen causaal verband en kan veel oorzaken hebben. We beoordelen de stelling dus als ongefundeerd.