Lezers zijn de bron én het doelwit

De harde journalistieke aanpak van Politico, begonnen in Washington in 2007, is nog steeds zeer succesvol. Oprichter Jim VandeHei streeft vooral naar de meeste primeurs.

Cover van de Amerikaanse Politico eind vorig jaar. De meeste artikelen op de site zijn gratis.

Wie zei dat Washington saai is geworden? De website Politico spuwt vanaf het redactiekantoor in Rosslyn, net buiten de stad, tientallen politieke verhalen per dag. De meest gelezen verhalen van deze week: het „fiasco” rondom de uitgestelde benoeming van de nieuwe minister van Justitie, de „hevige vechtpartij” tussen Obama en senator Elizabeth Warren, en de onder-de-radar-campagne van Hillary Clinton. „Why is Clinton unrunning?”

Sinds Politico in 2007 door oud-Washington Post-journalisten Jim VandeHei en John F. Harris werd opgericht, is het mediabedrijf een van de grootste spelers in Washington geworden. Die status is vooral gebaseerd op de site politico.com, maar Politico drukt ook een papieren krant, maakt radio, tv en podcasts. En er is een e-mailnieuwsbrief die, zoals The New York Times-journalist Mark Leibovich eens beschreef, heel Washington in bed gelezen heeft voordat er een woord gewisseld is met de partner.

Politico is groot geworden door zich met typisch Amerikaans zelfbewustzijn te meten met politieke verslaggeving van grote media, zoals The New York Times of CNN. Politico kon iets dat de andere media niet konden, zei redactiemanager Jim VandeHei onlangs: waar traditionele media generaliseren, kan Politico zich specialiseren. De eerste klapper waren de presidentsverkiezingen van 2008. Zoals CNN de houdbaarheid van nieuws (de ‘news cycle’) aan het einde van de vorige eeuw drastisch inkortte, zo maakte Politico van de campagne een korte-baanwedstrijd.

Het klein begonnen Politico breidde de jaren erop fors uit. In Washington werken nu 322 journalisten. Het bedrijf ging naar New York (50 man) en probeert nu voet aan de grond te krijgen in Europa en politiek relevante staten, zoals New Jersey en Florida. Daar is de regionale en lokale dagbladjournalistiek de laatste jaren drastisch uitgehold, en Politico hoopt in dat gat te springen.

De meeste artikelen op de site van Politico zijn gratis beschikbaar. De gedrukte kranten zijn gratis in Washington D.C., alleen daarbuiten moet voor bezorging worden betaald. En er is een betaalsite met nóg meer politieke verhalen, en adverteerders. Over precieze cijfers is Politico geheimzinnig, maar het bedrijf zegt dat de inkomsten in 2014 met 25 procent omhoog waren gegaan, en dat het winst maakt.

Politico schuurt nadrukkelijk tegen de macht aan. Dat is soms een kracht – de site heeft een ongekend netwerk aan bronnen – maar vooral ook een zwakke plek. De lezers van Politico zijn óók de bronnen, én het doelwit.

Het duidelijkst is dat zichtbaar in de dagelijkse nieuwsbrief van Mike Allen. De Witte Huis-correspondent, die bekend staat als een van de grootste workaholics van Washington, verzamelt iedere ochtend in zijn Playbook een lijst artikelen, trivia en verjaardagen van iedereen die ook maar in de hoofdstad werkt. Met zijn nieuwsbrief is Allen een machtige speler. Zelfs het Witte Huis tipt hem.

Tegelijkertijd heeft Allen zelden echt nieuws, en laat hij zich alleen maar door de buitenwereld influisteren. Eind 2013 bleek dat bedrijven die Allens nieuwsbrief sponsoren, ook positieve redactionele aandacht van hem kregen.

Jim VandeHei zegt altijd dat Politico geen politieke agenda heeft, anders dan bijvoorbeeld The New York Times (links van het midden) of Fox News (rechts). Het gaat hem vooral om de volledigste te zijn, en de meeste primeurs te hebben. Daarom heeft VandeHei onlangs een sirene op de redactie laten plaatsen, die elke keer loeit zodra Politico een primeur heeft.