Klucht

‘In 1940 verloren 2.341 van onze soldaten hun leven terwijl ze Rotterdam en de rest van ons land verdedigden tegen de Duitse invasie.”

Zo opende ik mijn speech tijdens een vrijheidsdebat vorig jaar op 5 mei. Vanuit de zaal regende het verontwaardigde reacties. Het meest is me nagebleven hoe een meneer woedend riep: „Hebben Turken toen ook meegevochten dan?!”  Ik kreeg meteen flashback naar mijn jeugd in Rotterdam.

Ik weet nog heel goed hoe ik slapeloze nachten had toen de CD van Hans Janmaat groot werd in mijn Rotterdam-Zuid. „Wat als ze aan de macht komen? Die angst was meer dan alleen het gevoel van een jochie met te veel fantasie. Het was ook een tastbare werkelijkheid. Zo zal ik nooit vergeten hoe mijn broertje en ik in 1993 verheugd naar de open dag van onze club Feyenoord gingen. Binnen een half uur werden wij de Kuip uitgejaagd door een groep oudere jongens. Ze achtervolgden ons tot ze op een gegeven moment begonnen te duwen: „Jullie moeten opkankeren. Turken zijn hier niet welkom!” Mijn broertje en ik zijn toen doodsbang weggerend.

Geschiedenis is niets meer dan een triviale hobby als we er geen lessen uit willen trekken. Want elke vergelijking of parallel tussen die periode en nu doen we tegenwoordig af met de infantiele stoplap ‘Godwin!’. Inmiddels zijn we het dus vergeten, maar ook voor de Duitse inval werden Joden in Nederland als tweederangsburgers of nog erger gezien. Lees bijvoorbeeld de geschriften van mensen als Abraham Kuyper. Het bombardement op Rotterdam luidde een gruwelijke periode in waarin Joodse burgers van Rotterdam onmenselijke verschrikkingen ondergingen. In zijn boek Jodenjacht beschrijft Ad van Liempt bijvoorbeeld hoe Rotterdamse politieagenten in hun vrije tijd ijverig jacht maakten op Joodse stadsgenoten.

Het herdenken van het bombardement op Rotterdam is een vunzige klucht zolang we zogenoemde ‘allochtonen’, dat zijn dus gewoon Nederlanders, nog steeds als eigenlijk hier niet horende vreemdelingen zien.

Waarom willen we nog steeds niet begrijpen dat ‘Özdil’ een Nederlandse achternaam is, dat Rotterdam net zo veel mijn stad is als die van ieder ander, dat onze vaderlandse geschiedenis ook mijn geschiedenis is? Als ik als twaalfjarige al niet kon slapen, hoe zit het dan met jonge kinderen nu? In Rotterdam PVV-city is inmiddels een hele generatie jongeren opgegroeid die niks anders kende dan samenscholingsverboden, mosquito’s en politici die hen continu als boeman gebruiken om de boze blanke burger af te leiden van de werkelijke oorzaak van zijn sociaal-economische ongenoegen.