Jonge biografen geven politieke gevangenen hun naam terug

Jongeren tekenden de biografieën van Nederlandse politieke gevangenen in Dachau op, deze verhalen worden nu belicht in een expositie.

Persoonlijke objecten van Nederlandse gevangenen in Dachau zoals een trompet, foto van een dochter en kampjas. Foto Jaap van Mesdag

‘Met knikkende knieën stonden we voor de deur”, vertelt Jelle Braaksma (20). „We gaan weer weg, dacht ik meteen.” Samen met Jop Bruin (20) stond hij ongeveer drie jaar geleden voor het huis van Willemijn van Gurp (96). In de Tweede Wereldoorlog was zij, samen met ongeveer 2.000 andere Nederlanders, politiek gevangene in concentratiekamp Dachau. Voor hun profielwerkstuk schreven ze haar biografie. „Uiteindelijk is ze onze adoptieoma geworden.”

De biografie van Willemijn en elf andere Nederlandse politieke gevangenen in Dachau staan centraal in de tentoonstelling Geen nummers maar Namen in het Verzetsmuseum in Amsterdam. Twaalf kabinetten onthullen aan de hand van persoonlijke objecten de verhalen van de gevangenen. In het kabinet van Van Gurp liggen onder andere een paar schoentjes met de ‘W’ van Willemijn erop, gemaakt door vrouwelijke medegevangenen. Andere kabinetten tonen gevangeniskleding, een trompet of een goed verstopte foto van een dochter. Er zijn filmfragmenten te zien waarin de jonge biografen anekdotes doorvertellen van hun ‘oud-Dachauer’.

„Het heftigste vond ik dat hij moest toezien hoe een medegevangene werd vermoord in Natzweiler. Kampcommandant Kramer schopte de stoel onder de voeten van een jongen vandaan die een strop om zijn nek had”, vertelt Sydney Weith (18). Samen met Tess Meerding (19) tekende zij in 6 vwo de biografie van Ernst Sillem (91) op. Als negentienjarige werd Sillem opgepakt toen hij anti-Duitse leuzen op de muren in het Baarnsch Lyceum, zijn oude school, kladde. „Wij hebben op dezelfde school gezeten, zijn verhaal komt heel dichtbij. Ik denk niet dat ik dat ooit had durven doen, verzetsdaden uitvoeren op mijn leeftijd,” vertelt Meerding.

Het opstellen van de biografieën door leerlingen uit het voortgezet onderwijs is een initiatief van tekstsschrijver en journalist Jos Sinnema. In 2002 zag hij een brief in de etalage van een postzegelwinkel liggen, met daarop Konzentrationslager Dachau geschreven. „Ik was verwonderd dat je vanuit het kamp mocht schrijven. Maar ook boos: hoe was deze brief koopwaar geworden?” Met de brief op zak bezocht Sinnema Dachau en kwam uit bij het Gedächtnisbuch (herinneringsboek) met profielen van voormalige Dachau-gevangenen, voornamelijk geschreven door Duitse leerlingen. Sinnema haalde het project naar Nederland.

Naast de kabinetten is er ook een interactief monument. De gevangenen kregen bij aankomst een nummer toegewezen, hun identiteit deed er niet meer toe. Op een zwarte wand zijn tientallen grijze vierkantjes te zien. Door op een computerscherm op een vierkantje te klikken, krijgt een gevangene zijn naam terug en wordt zijn geboortedatum en de reis tussen verschillende kampen onthuld. Ook hebben nabestaanden de kans op zoek te gaan naar informatie over familieleden.