In Old Dutch heet een kroket ook wel Das Boot

Wat zijn de nieuwe, beste restaurants van Rotterdam? De Buik van Rotterdam, een online culinair initiatief, brengt wekelijks in kaart wat de stad te bieden heeft.

Old Dutch is tegelijk het mínst en het méést Rotterdamse etablissement van heel de stad. Het pand aan de Rochussenstraat is gebouwd in een stijl die volgens de ene bron is geïnspireerd op de Britse cottage en volgens de andere op de traditionele Friese boerderij. Welke van de twee je er zelf ook in herkent, Rotterdams is het in elk geval totaal niet. Als je het bouwtype niet meer op het Engelse of Friese platteland aantreft dan toch waarschijnlijk in De Efteling.

In andere opzichten is Old Dutch juist weer zo Rotterdams als maar zijn kan. In weerwil van de Anton Pieck-achtige uitstraling is Old Dutch namelijk erfgoed. De rustieke cottage/boerderij werd tussen mei en december 1940 opgetrokken uit het puin van het Duitse bombardement op het centrum, en is daarom een van de vroegste gebouwen uit de Wederopbouwperiode. Het stukje stadsgezicht is dan ook beschermd.

Een tweede grond om Old Dutch als super-Rotterdams aan te merken, is bij veel meer inwoners bekend. Na het stadhuis is dit de plek in de stad waar de politiek, de haven en de rest van de zakenwereld over de economische toekomst van Rotterdam beslissen, en waar grote investeringen worden beklonken. Dat was al zo van 1932 tot 1940, toen bodega Old Dutch nog op de Coolsingel was gevestigd, en nu nog is het dé favoriete hang-out van de elite. Oude, voorname Rotterdamse families zijn er al generaties lang vaste gast. Ze vieren er geboortes, jubilea en nemen er afscheid van hun overledenen.

De ambiance van de zaak is navenant. Grote kroonluchters, openhaarden waar je in een Fiatje in kunt parkeren, obers in rokkostuum, Christofle-bestek en damast. De kaart – het zal niet verbazen – is ook traditioneel, met kreeft à la thermidor, steak tartare die desgewenst aan tafel wordt aangemaakt, aan de graat gebakken paling, ossehaas en op speciaal verzoek ook tong. Enkele van die gerechten hebben het tijdperk overleefd waarin Old Dutch nog een Michelinster had (tot halverwege de jaren zeventig), en zo wil de geachte cliëntèle het ook.

Maar aangezien ook zakenmensen wel eens genoeg hebben van altijd maar deftig dineren, kun je in het met veel donker eiken ingerichte restaurant ook al jaren achtereen terecht voor stamppotjes met een gehaktbal, een speklapje of draadjesvlees. De prijs ligt wat hoger dan in het gemiddelde eetcafé maar ze koken dan ook van bijzondere klasse. Zo lekker eet je ze hoogstwaarschijnlijk zelfs bij je ouwe grootmoeder thuis niet.

Een andere ‘laagdrempelige’ kant van Old Dutch laat zich het best ontdekken wanneer je er tussen de middag een bezoek aan brengt. De neuzen van het sympathieke bedienende personeel en de joviale restaurateur Aad van der Stel gaan bepaald niet nuffig omhoog als je er dan gewoon een sateetje of een kroket bestelt. Die laatste is trouwens een fenomeen. De ‘trapleuning’ of ‘Das Boot’ luiden in Old Dutch de bijnamen ervan. De anekdote wil dat heel eigenwijze nieuwkomers in het restaurant per se twéé kroketten-met-brood geserveerd willen krijgen, en dan doorgaans al na hun eerste trapleuning moeten afhaken.

De lunchkaart kent elke dag ook een ander menu. Op de vrijdag dat ik er ben, zijn dat achtereenvolgens een cocktail van schaal- en schelpdierenmet kreeftenremoulade en kerriemayonaise, een gebakken rog met venkel, zwarte linzen en zeekraal, geserveerd in witte wijnsaus, en een ‘parade van nagerechten’ bestaande uit ijsbolletjes en kleine sorbets (€ 37,50). Het is allemaal even zorgvuldig bereid en verfijnd van smaak. Verdomd ja: je zou bijna ook zelf weer een busje kerrie in huis gaan halen.