Hubble: popster onder de telescopen

Hij ging half blind de ruimte in, maar nu is de Hubble al 25 jaar een groot succes.

Het Sombrero-sterrenstelsel M104 (opname uit 2004).

Wij kunnen niet zonder, maar astronomen hebben er alleen last van: de aardatmosfeer. Zelfs bij kraakheldere hemel kunnen turbulenties het zicht van hun telescopen zo verpesten, dat zij bij lange na niet hun maximale beeldscherpte bereiken. En veel soorten interessante straling uit het heelal bereiken de telescoop niet eens: ze worden geabsorbeerd door de atmosfeer.

Vandaag precies 25 jaar geleden, op 24 april 1990, werd de Hubble-ruimtetelescoop gelanceerd: de popster onder de ruimtetelescopen. Zijn miljoenen foto’s bleken goud waard voor de astronomie en de beste platen worden vereerd door estheten. Hubble heeft het heelal bij de mensen thuis gebracht.

Al kort na de Tweede Wereldoorlog, toen nog geen raket de aardatmosfeer had verlaten, droomden astronomen al van zo’n telescoop in de ruimte, ver buiten de storende atmosfeer.

De ontwikkeling van een echte ruimtetelescoop begon in 1968. Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA wilde deze Large Space Telescope in 1979 lanceren. Overheidsbezuinigingen frustreerden dat plan. En de hoofdspiegel – het element van de telescoop dat licht opvangt – werd verkleind van 3 tot 2,4 meter. En om de kosten voor de Amerikaanse belastingbetaler verder te drukken, ging de NASA samenwerken met de Europese zusterorganisatie ESA.

De nieuwe, kleinere variant – inmiddels vernoemd naar Edwin Hubble, de astronoom die had aangetoond dat het heelal uitdijt – zou in 1983 met de gloednieuwe spaceshuttle in een aardbaan worden afgeleverd. Maar door technische en budgettaire problemen volgde uitstel op uitstel.

Uiteindelijk was de ruimtetelescoop pas in 1990 bedrijfsklaar. Tenminste, zo leek het. Kort na de lancering bleek dat de beelden die Hubble naar de aarde zond onscherp waren. Alarm! Bij de productie van de hoofdspiegel was een fout gemaakt. Dat maakte de Hubble voor 85 procent onbruikbaar.

Door het slimme, modulaire ontwerp was het gelukkig mogelijk de Hubble in de ruimte te repareren. In december 1993 gingen astronauten in een spaceshuttle naar de Hubble en installeerden een nieuwe, aangepaste camera en corrigerende optiek. Nadien heeft Hubble nog vier updates gekregen, voor het laatst in mei 2009.

De Hubble heeft een indrukwekkende erelijst opgebouwd. Hij heeft een einde helpen maken aan de onzekerheid omtrent de leeftijd van het heelal (13,8 miljard jaar). Ook was hij betrokken bij de ontdekking van de donkere energie – de mysterieuze kracht die het heelal steeds sneller doet uitdijen. Hij onderzocht de verste sterren en sterrenstelsels in het heelal en toonde aan dat vrijwel al die stelsels een zwart gat van vele miljoenen zonsmassa’s in hun centrum hebben. Al die ontdekkingen en mooie foto’s waren niet gratis. De kosten van het project zijn inmiddels opgelopen tot meer dan 10 miljard dollar.

Op dit moment cirkelt Hubble op een hoogte van iets meer dan 540 kilometer om de aarde. Hoewel de atmosfeer op die hoogte extreem ijl is, ondervindt de ruimtetelescoop wel enige luchtweerstand. Hierdoor verliest hij geleidelijk hoogte en zal hij – als er niet wordt ingegrepen – ongecontroleerd neerstorten op aarde. Zoals het er nu voorstaat, gebeurt dat op z’n vroegst in 2030.

De kans is echter groot dat de Hubble-ruimtetelescoop al ruim vóór die tijd uitvalt. De meeste instrumenten aan boord vertonen tekenen van slijtage, en ook treden er geregeld computerstoringen op. En door de ‘pensionering’ van de spaceshuttle kunnen er geen reparaties meer worden verricht. Het eind komt langzamerhand in zicht, al is de verwachting dat Hubble ook zijn 30-jarige jubileum kan halen.

Een echte opvolger is er niet: er bestaan geen plannen voor een nieuwe grote ruimtetelescoop die zo’n breed golflengtegebied (van het nabij-ultraviolet tot het nabij-infrarood) zal bestrijken. De ruimtetelescopen van de volgende generatie zijn gespecialiseerd in de detectie van infraroodstraling die hun illustere voorganger niet kan waarnemen.

De bijna 9 miljard dollar kostende James Webb Space Telescope zal waarschijnlijk in 2018 worden gelanceerd. Die zal onder meer worden ingezet voor het onderzoek van de verste sterrenstelsels in het heelal. Verder is NASA is bezig met de ontwikkeling van de ruimtetelescoop WFIRST – gebaseerd op een ongebruikte spionagesatelliet.

Er gaan ook stemmen op om een veel grotere ruimtetelescoop te ontwikkelen. Deze zou in staat moet zijn om aarde-achtige planeten bij andere sterren in beeld te brengen en de aanwezigheid van bijvoorbeeld zuurstof in hun atmosferen aan te tonen.