Hoe loos je haar zonder veel schade

Anders dan in zijn eerdere werk heeft deze nieuwe roman over een lastige liefdesrelatie een lichtere toon. De schrijver richt zich op de zeden van de moderne tijd, op zijn leeftijdsgenoten, en op het thema schuld.

Tekening Paul van der Steen

Wat viel er allemaal wel niet in verband te brengen met Grip, Stephan Enters even koene als sensibele alpinistenroman uit 2011? Vriendschap (of de illusie ervan) natuurlijk. Herinnering (en het bedrieglijke ervan) uiteraard. Vitaliteit ook (en het verlies ervan). Maar ook, zo viel bijvoorbeeld uit de bespreking van het boek in deze krant te leren: metafysica.

Het moedigste van Enter was misschien wel dat hij had geprobeerd om zoiets als geluk te behandelen. Geluk: het is van zo’n glibberige substantie gemaakt dat schrijvers de behandeling ervan doorgaans overlaten aan een hulpboek (‘zelfhulpboek’ is fout, want wie zichzelf kan helpen heeft geen boek nodig) en het glanzende tijdschrift waarin wordt uitgelegd hoe dat nu eigenlijk moet, leven.

Het woord ‘geluk’ komt ook meer dan eens voorbij in Enters nieuwe boek, het qua dikte tussen een novelle en een roman in zwevende Compassie. We volgen hierin een levensgenieter op vrijerspad, Frank van Luijn is zijn naam, die middels een internetafspraakje met een vrouw in contact komt. Een paar jaar jonger dan hijzelf is ze, deze Jessica, half-Duits en half-Nederlands, en ze staat op het punt te promoveren in Mediastudies. Geheel in lijn met de mores van het internetverkeer presenteert zij zichzelf digitaal onder een alias, ‘Meret’, waarna Frank er dankzij Google achterkomt dat dit de naam was van een Egyptische godin die geassocieerd werd met opgewekte kwalificaties als blijdschap en viering. ‘Dat past niet helemaal, vind ik’, zegt Frank dan al bij zichzelf, want uit de rest van haar ‘profiel’ spreekt inderdaad eerder intro- dan extravertie.

Als de affaire zich ontspint verliest Jessica al snel een tweede masker. In figuurlijke zin, want ze neigt naar zelfmoord, en letterlijk, omdat bij ontbloting blijkt dat haar mooie gezicht vastzit aan een lichaam dat Frank maar nauwelijks tot erotische geestdrift weet te bewegen. En alsof dat nog niet genoeg is, lijkt Jessica ook helemaal niet van seks te houden. Ze zegt dan wel dat ze alles zo lekker vindt wat de door de wol geverfde minnaar Frank met haar uitspookt, maar die trapt daar niet in. In wat moet doorgaan voor kreten van genot en aanmoediging hoort hij slechts ‘eendegesnater’; een extra bevestiging voor hem om de bed-activiteiten maar zo snel mogelijk te staken.

Grinneken

Vanwege de ernst, de precisie en de toewijding van Enters eerdere werk is het even wennen aan deze nieuwe toon, die, ondanks de ongemakkelijke impasse van Frank en Jessica, opeens een stuk lichter is. Soms krijg je zelfs de indruk dat Enter een loopje met je neemt, dat hij zijn personages misschien zelf wel niet eens helemaal au sérieux neemt. Kortom: je weet niet altijd even zeker of het nu gepast is om te grinniken om de strapatsen, of het uitblijven ervan, van dit duo. Want een satire op het presentatietijdperk, waarin we op internet een sympathiek beeld van onszelf kunnen geven zonder hierover door anderen getoetst te worden, is het zeker niet, ondanks dat er af en toe wel te lachen valt.

Dit boek barst niet zoals eerdere Enters van de thema’s uit elkaar. Er is in overduidelijke zin slechts één centraal vraagstuk aan te wijzen. Wat nou, lijkt Enter ons voor te willen leggen, als de genegenheid voor een partner er wel is (laten we het liefde noemen), maar de erotische prikkel niet? Want het staat buiten kijf dat Frank im Geist wel degelijk voor Jessica is gevallen, en haar op zijn manier liefheeft. Het gaat in dit boek tot op zekere hoogte dan ook om schuld: om de schuld die Frank voelt vanwege het feit dat hij de relatie niet stopzet, ondanks dat zijn en haar libido nauwelijks boven het kwik uitstijgen.

En zo komen we uit bij de titel, die verwijst naar het medelijden dat de basis vormt voor Franks vasthoudendheid om bij Jessica te blijven. Het is de eerste keer dat ze een geliefde heeft, en hij wil dat die ervaring positief in haar hoofd terechtkomt. Enter (of Frank) zegt het niet met zo veel woorden, maar Franks gedrag wordt in het grootste deel van de roman dus ingegeven door zoiets als memories in the making: hij tracht de relatie, die nooit een reële kans van slagen heeft gehad, netjes af te binden. Hij wacht zijn moment af om haar te lozen. Dit plan wordt al vroeg in de roman ontvouwd, waardoor de resterende pagina’s er niet bepaald spannender op worden. Na enkele tientallen pagina’s is de aap wel uit de mouw. Waar Enter er in Grip in slaagde ieder thema gaandeweg te verdiepen, daar wordt er in dit geval veel minder aan toegevoegd.

Muzikaal

Dat wil niet zeggen dat Compassie een slechte roman is. Daar is alleen Enters stijl, die vooral in het begin van de roman weer erg doeltreffend is, te secuur, te muzikaal, te effectief voor. Zo is Franks toetreding tot Jessica’s wereld, waarin hij de dingen voor het eerst door haar ogen gaat zien, prachtig op papier gekomen. Frank raakt in de ban van dat nieuwe leven, dat zich ruim dertig jaar los van hem heeft afgespeeld en nu opeens zo dichtbij is. Maar de soeverein boven het maaiveld uit stekende metaforen uit Grip zijn hier een stuk dunner gezaaid. Je wordt af en toe door de gedachte overvallen dat Enter met dit boek in talig opzicht afgedaald is naar de lingua franca of misschien wel de zeden van onze tijd, van Enters eigen leeftijdsgenoten die verantwoordelijkheid uit de weg gaan, flirten alsof ze twintig zijn en hun best doen het hoofd, sociaal en professioneel, boven water te houden. Compassie drijft een galant geformuleerde wig tussen seks en intimiteit. Maar een hoogtepunt in Enters oeuvre is het niet.