Het ziekenhuis is een ouderwets zorgmodel

Illustratie Daryl Cagle

Het ziekenhuis biedt nog altijd ‘alles voor iedereen’, terwijl apps en klinieken vaak beter helpen, betoogt zorgondernemer Jaap Maljers.

Meer dan de helft van de ziekenhuisfusies van de laatste jaren had verboden moeten worden, schreef de Nederlandse Zorgautoriteit aan de Tweede Kamer. De fusies zouden tot grote prijsstijgingen leiden en onvoldoende rekening houden met publieke belangen.

Het idee dat ziekenhuisfusies onwenselijk zijn, is gemeengoed geworden. Het zou niet alleen prijsopdrijvend werken, maar ook de keuzevrijheid inperken. Er zou geen enkel bewijs zijn dat een groter volume tot betere kwaliteit leidt. Behoudens dat laatste, snijden die argumenten zeker hout: maar fusies blokkeren moet hier niet het antwoord op zijn. Het probleem is dat het beleidsdenken nog steeds geënt is op klassieke instituties als ‘ziekenhuis’, ‘de huisarts’ en ‘de medisch specialist’ – organisatievormen uit de vorige eeuw.

Ziekenhuizen zijn nog altijd ‘alles voor iedereen’. Ze onderscheiden zich nauwelijks. Allemaal een spoedeisende hulp, allemaal oncologie, allemaal hart- en vaatzorg, allemaal chronische zorg. Hoewel de instellingen nauwelijks zijn veranderd, is de diagnostiek dat wel degelijk. Kennis nam explosief toe. Het aantal wetenschappelijke publicaties ligt nu ongeveer vijftien keer hoger dan begin jaren ’80.

We werken gedifferentieerder. Borstkanker was vroeger één ziekte, tegenwoordig onderscheiden we acht subtypes – met grote consequenties voor behandeling en prognose. Cardiologie voor vrouwen blijkt echt heel anders te zijn dan cardiologie voor mannen. Beter dan ooit weten we wat de impact is van leeftijd, leefstijl, geslacht en genetica. We verwachten dat in al die ziekenhuizen wondermensen zitten die dit alles ‘in de volle breedte’ bijhouden. Ondenkbaar! Dit vraagt om een radicale hervorming. Niet de instituties centraal zetten, maar ‘de waarde voor de patiënt’.

Lees verder (€)