Het ziekenhuis is een ouderwets zorgmodel

Het ziekenhuis biedt nog altijd ‘alles voor iedereen’, terwijl apps en klinieken vaak beter helpen, betoogt Jaap Maljers.

Meer dan de helft van de ziekenhuisfusies van de laatste jaren had verboden moeten worden, schreef de Nederlandse Zorgautoriteit aan de Tweede Kamer. De fusies zouden tot grote prijsstijgingen leiden en onvoldoende rekening houden met publieke belangen. Het idee dat ziekenhuisfusies onwenselijk zijn, is gemeengoed geworden. Het zou niet alleen prijsopdrijvend werken, maar ook de keuzevrijheid inperken. Er zou geen enkel bewijs zijn dat een groter volume tot betere kwaliteit leidt. Behoudens dat laatste, snijden die argumenten zeker hout: maar fusies blokkeren moet hier niet het antwoord op zijn. Het probleem is dat het beleidsdenken nog steeds geënt is op klassieke instituties als ‘ziekenhuis’, ‘de huisarts’ en ‘de medisch specialist’ – organisatievormen uit de vorige eeuw.

Ziekenhuizen zijn nog altijd ‘alles voor iedereen’. Ze onderscheiden zich nauwelijks. Allemaal een spoedeisende hulp, allemaal oncologie, allemaal hart- en vaatzorg, allemaal chronische zorg. Hoewel de instellingen nauwelijks zijn veranderd, is de diagnostiek dat wel degelijk. Kennis nam explosief toe. Het aantal wetenschappelijke publicaties ligt nu ongeveer vijftien keer hoger dan begin jaren ’80.

We werken gedifferentieerder. Borstkanker was vroeger één ziekte, tegenwoordig onderscheiden we acht subtypes – met grote consequenties voor behandeling en prognose. Cardiologie voor vrouwen blijkt echt heel anders te zijn dan cardiologie voor mannen. Beter dan ooit weten we wat de impact is van leeftijd, leefstijl, geslacht en genetica. We verwachten dat in al die ziekenhuizen wondermensen zitten die dit alles ‘in de volle breedte’ bijhouden. Ondenkbaar! Dit vraagt om een radicale hervorming. Niet de instituties centraal zetten, maar ‘de waarde voor de patiënt’.

Voor kanker zijn mensen heus bereid te reizen, zelfs als die topkliniek elders in Europa ligt. Maar een liesbreuk of behandeling van suikerziekte hoort in de eigen stad behandeld te kunnen worden. Nieuwe technologie maakt ook hele andere organisatievormen nodig: veel communicatie tussen patiënt en zorgverlener kan ook prima online. Voorbeeld is ParkinsonNet, dat patiënten direct toegang verleent tot de best denkbare kennis, zoals die van het academische Radboud. Dit is een virtuele organisatievorm die de oude vervangt. De ultieme ‘zorg dichtbij’.

Nog zo’n voorbeeld van een nastrevenswaardige organisatievorm is de Martini-Klinik, gevestigd in het Duitse Hamburg. Op één locatie doen ze daar ruim 2000 prostaatkankeroperaties per jaar. Ongeveer net zoveel als in heel Nederland, maar dan in ruim 60 ziekenhuizen. De resultaten? Gemiddeld in Duitsland is 43 procent van de patiënten na een jaar nog incontinent en 76 procent lijdt aan impotentie. Voor de Martini-Klinik zijn die getallen respectievelijk 7 procent en 35 procent. Onwaarschijnlijk grote verschillen met een enorme impact op de levenskwaliteit. Hoe hebben ze dit bereikt in Hamburg? Heel simpel: door focus en specialisatie. Hoe meer artsen mensen met dezelfde ziekte zien, hoe beter hun oog voor detail. Ze zijn met niets anders bezig. Verbeteringen kunnen sneller en gerichter worden doorgevoerd. Wat in Hamburg kan, zou ook in Nederland moeten kunnen. Van dikkedarmkanker tot hartfalen.

Maar dat vraagt wel om lef. Lef om klassieke zorgorganisatievormen los te laten. Lef om aanbieders als ParkinsonNet ruim baan te geven die in niets lijken op de stenen ziekenhuizen zoals we die nu kennen. Er moet een gedifferentieerder zorglandschap ontstaan met aanbieders die zich voortdurend vernieuwen. Die op zoek zijn naar mogelijkheden om hun patiënten op de best denkbare manier te behandelen. Soms zijn dat gespecialiseerde klinieken, soms zijn dat virtuele netwerken of zorgaanbieders waar wij ons nu nog geen voorstelling van kunnen maken. Ik daag de toezichthouders, het ministerie, de politiek en de zorgverzekeraars uit om deze innovatieve spelers de ruimte te geven.

Stop in ieder geval met die verkrampte discussies over fusies en megaziekenhuizen. Verspilde energie! Of deze nu wel of niet worden toegestaan, klein of groot. Innovatie die leidt tot de best denkbare zorg voor de patiënt is waar wij allen behoefte aan hebben. Deze komt dus uit een heel andere hoek dan het huidige zorgdebat doet geloven. Door het toelaten van nieuwe organisatievormen, door anders op te leiden, anders samen te werken en door nieuwe technologie. Daar moet de echte discussie over gaan.