Het terreurleger houdt voorlopig stand

Een keuze uit een stapel boeken over IS verheldert de ontstaansgeschiedenis van deze terreurbeweging, schetst de Saoedische beïnvloeding en geeft prognoses die voorlopig niet optimistisch stemmen.

IS-leden met Ethiopische christenen op een strand in Libië waar ze worden vermoord, beeld uit een video die 19 april j.l. is vrijgegeven Foto AP

De nederlaag bij de Syrisch-Koerdische stad Kobane en de verdrijving uit het Iraakse Tikrit hebben een einde gemaakt aan de ogenschijnlijke onoverwinnelijkheid van de Islamitische Staat. Internationale gevechtsvliegtuigen en een mix van shi’itische Iraakse milities en legereenheden hebben de razendsnelle uitbreiding van het zelfverklaarde kalifaat tot staan gebracht.

Niettemin is de Islamitische Staat springlevend. Als bewijs van zijn veerkracht produceert hij tot dusverre na elke terugslag een offensief elders. Zojuist ging Tikrit verloren. Vandaag ligt Ramadi, hoofdstad van de provincie Anbar, zwaar onder vuur van de goed georganiseerde sunnitische extremisten. Er is geen enkel teken van paniek. Slapende cellen worden geactiveerd en lokale media melden dat de aanvallers juist verwarring zaaien onder de verdedigers door gericht hun commandanten te elimineren. Het totaal verwoeste Kobane is opgegeven, maar in Syrië heeft de IS niettemin zijn grondgebied uitgebreid.

Bovendien: het gedachtengoed van de IS wordt elders overgenomen. Onder meer in de Egyptische Sinaï, in Libië en Nigeria hebben extremisten trouw gezworen aan kalief Ibrahim. Diens IS is tegenwoordig immers een intimiderend merk. Er is voorlopig geen enkel teken dat de nationale autoriteiten daar, voorzover die er zijn, hun opmars kunnen stoppen.

In Europa blijft het onafgebroken dubbeloffensief van onthoofdingsvideo’s en beelden uit een islamitisch utopia zowel jihadisten als islamitische gezinnen trekken. De families beschouwen de strak geregisseerde gruwelbeelden van executies – deze week nog de onthoofding van vermeende regeringsaanhangers in Syrië waarbij het slijpen van het zwaard langdurig in beeld werd gebracht – als westerse propaganda. Zij kijken uit naar de kans om onder Gods wet te leven en te zijner tijd het paradijs te betreden.

Geen wonder dat er behoefte is aan uitleg van dit verschijnsel, en dat uitgevers daarop inspringen. De afgelopen maanden is een stapel boeken over de Islamitische Staat uitgekomen, de meeste te herkennen aan de zwarte omslag die refereert aan de zwarte vlag en andere zwarte parafernalia van de beweging. Het laatste woord is nog lang niet gezegd, daarvoor is de opkomst van de Islamitische Staat te vers. En veel van de auteurs hebben zich te weinig tijd gegund in de race om als eerste in de boekhandel te liggen.

Factoren

Van de drie boeken die ik de afgelopen weken heb gelezen – IS Staat van Terreur van Jessica Stern en J.M. Berger, ISIS. Inside The Army of Terror van Michael Weiss en Hassan Hassan, en The Rise of Islamic State van Patrick Cockburn – is dat van de Amerikaanse journalist Weiss en de Syrische denktankanalist Hassan het meest gedetailleerd, en zeer de moeite waard.

De drie boeken gaan elk meer of minder diep in op de belangrijkste factoren die de ontwikkeling hebben mogelijk gemaakt van Al-Qaeda-in-Irak onder de wrede Abu Musab al-Zarqawi, via achtereenvolgens de Islamitische Staat in Irak (ISI) en de Islamitische Staat in Irak en Al-Sham (ISIS) naar de huidige, grenzenloze Islamitische Staat. Zo’n factor is allereerst de marginalisering van de sunnitische minderheid in Irak door de shi’itische meerderheid na de val van Saddam Hussein, die resulteerde in sunnitisch revanchisme.

De tweede factor is de verwoestende oorlog in Syrië, waarin president Bashar al-Assad met groot succes het extremisme heeft versterkt, onder meer door zich te concentreren op de bestrijding van gematigder tegenstanders. Nu de IS als belangrijkste vijand is overgebleven, blijven Syrische minderheden aan zijn kant en betwijfelen westerse leiders zo langzamerhand of ze wel Assads val moeten nastreven.

In zijn grote-lijnen-boek voegt de Britse journalist Patrick Cockburn daaraan een pittige saus toe van Saoedische religieuze beïnvloeding en geld. Sunnitische extremisten, te beginnen met Osama bin Ladens Al-Qaeda, hadden nooit zo ver kunnen komen zonder de met veel oliedollars ondersteunde wahabitische propaganda, aldus Cockburn. De intolerante wahabitische islam, die in Saoedi-Arabië de wet voorschrijft, verwerpt alle andere vormen van religie, het shi’isme voorop. Lees voor shi’isme wat betreft de Saoedische monarchie het assertieve Iran, en het is duidelijk waarom de Saoediërs in Afghanistan, in Irak na de feitelijke shi’itische machtsovername (2003) en in Syrië na het begin van de oorlog tegen de shi’itische alawiet Assad sunnitische extremisten gingen steunen. Nu de IS zich als een ware tovenaarsleerling ook tegen het Saoedische koningshuis heeft gekeerd – er is immers maar één door God erkende machthebber, en dat is niet de Saoedische koning – is Riad tot op zekere hoogte tot inkeer gekomen. Maar mogelijk al te laat, schrijft Cockburn.

Kille planning

Deze week haalde Der Spiegel-journalist Christoph Reuter het nieuws met zijn artikel over het Iraakse meesterbrein achter de opmars van de IS in Syrië. Diens plan, waarover Reuter de beschikking had gekregen na de dood van de man, behelsde kille planning gebaseerd op spionage en intimidatie door middel van moord en ontvoeringen van tribale leiders en concurrerende rebellenchefs. Verdeel en heers. Van God was niet veel sprake, aldus Reuter, veeleer exploitatie van het geloof. Het is niet toevallig dat zijn werkwijze erg op die van Saddam Hussein leek: hij was vroeger een officier van Saddams veiligheidsapparaat.

Reuters scoop is het gedetailleerde plan dat hij in handen kreeg. Op zich is het aandeel van Saddams officieren in de militaire campagnes van de IS en in de top van de organisatie bekend. De Amerikaanse bezetters ontsloegen in 2003 het hele Iraakse veiligheidsapparaat en top en middenkader van Saddams Ba’athpartij, en produceerden zo een onuitputtelijke voorraad gewapende opposanten die nu de IS versterken.

Is dat niet merkwaardig, gezien het seculiere karakter van Saddams Ba’athpartij? Nee, leggen Weiss en Hassan overtuigend uit. Zij wijzen op Saddams ‘Geloofs Campagne’, de bewuste islamisering van zijn regime na de oorlog tegen Iran (1980-1988) om zich in tijd van economische nood te verdedigen tegen fundamentalistische opponenten. De leus ‘God is Groot’ kwam op de nationale vlag, islamitische lijfstraffen werden ingevoerd en prostituees onthoofd. Ba’athleden en officieren moesten naar de moskee, om de geestelijkheid te infiltreren en te gebruiken. Maar ze namen tegelijkertijd radicaal-islamitische denkbeelden over.

De IS is dus tot op zekere hoogte de voortzetting van deze geïslamiseerde Ba’ath, en Baghdadi is de nieuwe Saddam. Vergelijk de wreedheid van beide regimes, hun militaire campagnes en ook hun haat jegens shi’ieten, hoewel Saddam niet beoogde ze allemaal uit te roeien.

Elk van de drie boeken eindigt in mineur. Weiss en Hassan concluderen dat ‘het leger van terreur voorlopig onder ons zal zijn’. De Amerikaanse terreurexperts Stern en Berger, die zich concentreren op het (sociale) mediabeleid van de IS, denken ook na hoe hij te bestrijden is, en dan ook nog zonder onbedoeld Assad in de kaart te spelen. Isoleren, verhinderen dat geld en strijders zijn grondgebied nog kunnen bereiken, en beperkingen aan zijn propaganda via de media. Dan zal het kalifaat mislukken door eigen daden en hoeven geen buitenlandse troepen in actie te komen. Maar het is een missie, erkennen ze, die ‘generaties lang zal duren’.