Het leger deugt niet en de keizer ook niet

Een anti-oorlogsroman uit 1928 over de flierefluiter Schlump in WOI werd in 1933 door de nazi’s verboden. De schrijver metselde het boek in. Zijn aanklacht en satire is teruggevonden en nu heruitgegeven.

Duitse officieren tijdens hun ochtendrituelen in Bournières in de Eerste Wereldoorlog, vermoedelijk in 1916 Foto R. Sennecke/Paul Thompson/FPG/Hulton Archive/Getty Images)

Op 10 mei 1933 verdwenen zo’n 25.000 boeken in een groot vuur naast de Berlijnse opera. De schrijver Erich Kästner was er getuige van hoe zijn boeken werden verbrand: ‘Ik stond voor de universiteit, gepropt tussen studenten van de SA, de “bloem van onze natie”, en zag onze boeken in de vlammen liggen. Het was walgelijk.’ Op de brandstapel lag ook Schlump. Een anti-oorlogsroman, door de nazi’s ‘in strijd met de Duitse geest’ verklaard, net als het beroemde Van het westelijk front geen nieuws van Erich Maria Remarque. Met een belangrijk verschil: niemand wist wie de auteur van Schlump was.

Hans Herbert Grimm, die de roman in 1928 schreef, wenste anoniem te blijven. Hij was bang zijn baan als leraar kwijt te raken. De roman werd gepubliceerd als Schlump. Verhalen en avonturen uit het leven van de onbekende musketier Emil Schulz, door hemzelf verteld. Toen Hitler de macht greep in 1933 was Grimm zo bang om ontdekt te worden, dat hij het boek inmetselde in zijn huis en lid werd van de NSDAP. Vorig jaar werd de roman herontdekt en opnieuw uitgegeven door literatuurcriticus Volkert Weidermann, die Schlump ‘boek der verbrande boeken’ noemt.

Boze politieagent

‘De muziek speelde op het station; het klonk als het uitschreeuwen van een nameloze pijn’. Emil Schulz (door iedereen Schlump genoemd, een bijnaam die hij dankt aan een boze politieagent) is zeventien als hij naar het front trekt. De Eerste Wereldoorlog is dan al een jaar gaande. Vanwege zijn kennis van de Franse taal wordt hij niet meteen naar de loopgraven gestuurd, maar benoemd tot waarnemend burgemeester van het dorpje Loffrande in de Elzas.

Wat direct opvalt in Schlump is de vlotte stijl en het hoge tempo van het verhaal, evenals de bedrieglijke luchtigheid waarmee het wordt verteld. ‘En als de boeren dan hun handtekening zetten, tekenden ze met een pen drie scheve kruisjes die eruitzagen als gebroken grafzerken. Daar was Schlump stomverbaasd over, en hij vertelde hun dat in de streek waar hij vandaan kwam niet alleen de boeren maar zelfs de koeien konden lezen en schrijven.’

Hoewel het kanongebulder van het front in het dorp op gehoorafstand is, heeft Schlump een onbezorgd leven: met goed eten, even goedgemutste als onverstaanbare Franse boeren en een reeks amoureuze escapades met de dorpsmeisjes. Daarmee lijkt Schlump meer weg te hebben van Jaroslav Hašeks De lotgevallen van de brave soldaat Švejk dan van het deerniswekkende Van het westelijk front geen nieuws. Het resultaat is een schelmenroman die onderhoudend, anekdotisch en bij tijden vermakelijk is, en toch niet aan de oppervlakte blijft steken.

Schlump moet spoedig vertrekken uit Loffrande (‘het was alsof hij voor de tweede keer afscheid nam van zijn vaderland’) en gaat naar de loopgraven. Hoewel hij de verhalen over het front die hem tot nu ter ore kwamen niet geloofde, is hij spoedig getuige van de gruwel van moderne oorlogsvoering. ‘Bij de artillerie lag een dode infanterist, al een halve week. Hij was bij het eten halen gesneuveld. Een projectiel had zijn schedeldak weggerukt. Het lag naast hem als een bord, en de dood had zijn hersenen er netjes op gelegd.’

De gebeurtenissen in de loopgraven, die hem uiteindelijk in het veldhospitaal doen belanden, veranderen niets aan het humeur van Schlump: dat blijft onverminderd goed. In het laatste deel van de roman, waarin het tempo wat inzakt, trekt hij onbezorgd en opgewekt naar het front, beleeft weer verscheidene avonturen (met verscheidene vrouwen) en doet zijn best om uit de loopgraven te blijven door zijn kennis van het Frans in de kijker te spelen. Het slot is net zo sprookjesachtig als het grootste deel van Schlumps belevenissen.

Politieke lading

De roman bevat zowel literaire diepgang als politieke lading. Vooral de Duitse legerleiding moet het daarbij ontgelden: de generale staf wordt verantwoordelijk gehouden voor de massale slachtingen, de keizer is een lafaard. Schlump is een anti-autoritair boek dat de draak steekt met het starre Pruisische militarisme en het illusoire heldendom van de oorlog. Wanneer een majoor een gewonde man slaat met zijn zweep, schreeuwt Schlump: ‘sla dat vette varken dood!’ De roman is ook een pacifistische aanklacht en tevens een satire. Het verbaast allesbehalve dat de nazi’s het boek verboden.

Grimm overleefde de oorlog, maar mocht vanwege zijn partijlidmaatschap zijn beroep als leraar niet meer uitoefenen. In 1950 pleegde hij zelfmoord. Schlump is zijn nalatenschap: een roman over een Duitse soldaat die held noch antiheld is. En dat is wellicht een van de meest zinnige dingen die men kan zeggen over de soldaten van de Grote Oorlog.