Herdenk voortaan samen met Duitsers

Nederland moet de Tweede Wereldoorlog minder geïsoleerd herdenken dan tot nu toe, betoogt directeur Paul van de Laar van Museum Rotterdam.

Op 30 april opent in de Onderzeebootloods op het RDM-terrein in Rotterdam de expositie De Aanval: vijf dagen strijd om Rotterdam. Op 14 mei 1940 bombardeerden Duitse Heinkels de stad en Rotterdam moest capituleren. De Heinkel staat sindsdien symbool voor de Rotterdamse apocalyps, want de getuigen van het inferno beschouwden het als het einde van de geschiedenis van hun stad. Een Spaanse versie van deze „gehate moordkist”, zoals journalist Marcel Potters in het AD Rotterdams Dagblad de Heinkel typeerde, komt weer naar Rotterdam, maar nu aus Frieden und Freundschaft.

RTV Rijnmond heeft over het transport en de opbouw van de Heinkel in de Onderzeebootloods een documentaire gemaakt. In de eerste aflevering vertelt een Duitse officier van het Militärhistorisches Museum der Bundeswehr (Flugplatz Berlin-Gatow) waarom hij het van belang vindt dat het vliegtuig wordt getoond. De Heinkel maakt het verleden inzichtelijk, tastbaar en vertelt een verhaal. Maar, voegt hij eraan toe, dat is geen behaaglijke geschiedenis en dat kan ook niet. Om met elkaar in gesprek te gaan en blijven, moeten we misschien juist datgene doen wat op het eerste gezicht niet vanzelfsprekend is.

Het ligt voor de hand dat Rotterdam 75 jaar na het verwoestende bombardement in een grote nationale tentoonstelling hier aandacht aan besteedt. Bijzonder is echter dat de initiatiefnemers, het Stadsarchief en Museum Rotterdam, vanaf het begin van mening waren dat het krachtiger zou zijn om het samen met de Duitsers te doen en ruimte te bieden aan zowel het Nederlandse als het Duitse perspectief.

Tijdens het uitwerken van het projectplan hoorden we vaak: goed initiatief zo’n expositie, maar laat de Duitsers er als daders alsjeblieft buiten. Beperk de tentoonstelling tot het Rotterdamse verhaal. Het is onze herdenking en daar horen geen Duitsers bij. Het is een veel gehoord en ook begrijpelijk standpunt. In Nederland hebben we ook 75 jaar na het begin van de oorlog nog altijd de behoefte om in eigen kring te herdenken; Duitsers horen daar sowieso niet bij. Maar we moeten ons de dringende vraag stellen: is het niet veel krachtiger om de moeizame boodschap van vrede – want daar doen we het toch voor – naar buiten te brengen door samen met de vroegere vijand die thema’s te behandelen die ons Nederlanders het diepst raken?

Nederlanders waarderen Duitsers zeer. We zien ze niet louter meer als buren met wie we goed zaken kunnen doen. Uit diverse polls blijkt dat Nederlanders Duitsers vriendelijk vinden en hun gastvrijheid waarderen. Berlijn is de hippe stad voor Nederlandse jongeren en de jongste generatie vindt de Duitsers uitermate sympathiek. Uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek (2010) blijkt dat 80 procent van de Nederlanders van mening is dat de verzoening met Duitsland heeft plaatsgevonden. Maar als het gaat om het samen herdenken, maken we pas op de plaats, zoals de discussie rond de Dodenherdenking op 4 mei duidelijk heeft gemaakt. Op die dag herdenken we onze slachtoffers; Duitsers zijn hooguit welkom op het bevrijdingsfestival de dag erna. Hoe begrijpelijk ook, we moeten ons wel realiseren dat als we het verhaal van de Tweede Wereldoorlog levend willen houden, nagedacht moet worden over andere vormen van herdenken en wie we daarbij willen betrekken. Nederland zal dat minder geïsoleerd moeten doen, met de blik gericht op de toekomst en niet wachten, zoals wel wordt geopperd, tot de generatie die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt niet meer in leven is.

Onze partners uit Berlijn zijn zeer goed op de hoogte hoe gevoelig de Tweede Wereldoorlog in Nederland ligt. Maar zij hebben ingezien welke waarde en betekenis het zou hebben om uitgerekend de Heinkel in Rotterdam een centrale rol te geven. De Duitsers stellen zich als daders hiermee ook kwetsbaar op, want ook zij weten dat het terreurbombardement niet vergeten en vergeven kan worden. Iedereen die aan de expositie meewerkt, ervaart dat het geen gemakkelijk verhaal is en de discussies worden op het scherp van de snede gevoerd. Uitgangspunt is echter dat kennis van elkaars geschiedenis, trauma’s en herinneringen een voorwaarde voor duurzame verzoening zijn. Door samen met de Duitsers een expositie te maken en de Heinkel als herinneringsobject te positioneren, nemen we in ieder geval een voorschot op de discussie die naar aanleiding van deze expositie ongetwijfeld gevoerd gaat worden.