En ze doen ook nog wat met landbouw

Er komen steeds meer multifunctionele boeren bij. Eén op de vijf agrariërs doet er noodgedwongen ‘iets’ of veel naast.

Op een mooie zomerdag komen er wel zeshonderd bezoekers naar zorgboerderij de Eekhoeve in Veenendaal. Ze genieten van de natuur en de rust, bezoeken de kinderboerderij, plukken bloemen en doen boodschappen in de Landwinkel. Vroeger bepaalden de dieren het ritme van de kleine boer, nu begint op de Eekhoeve met de lente het mensenseizoen.

Bezoekers mengen zich met mensen die op de Eekhoeve zijn voor ‘dagbesteding’: geestelijk of lichamelijk gehandicapten, mensen met een burn-out of psychische problemen. Ze werken op het land of in het theehuis of de winkel. Er zijn ook ouderen, vaak wonen ze nog thuis en door hier een dagdeel te zijn ontlasten ze familie en hebben ze gezelschap.

Multifunctionele boer

Arris Hardeman (51) is de eigenaar van de Eekhoeve. Hij is ‘multifunctionele boer’: een agrarische ondernemer met andere activiteiten, zoals zorg en de verkoop van producten. „Ik heb altijd geroepen dat de boerderij een brug kan slaan tussen het platteland en de stad”, zegt hij.

Door schaalvergroting en specialisatie dalen de landbouwprijzen al jaren en moeten agrariërs op zoek naar neveninkomsten. Dat lukt steeds beter, blijkt uit het recente rapport Kijk op Multifunctionele landbouw van Wageningen UR. In Nederland doen 12.8000 agrarische bedrijven, ofwel zo’n 20 procent van de boeren, aan multifunctionele landbouw. De omzet in de sector is tussen 2007 en 2013 met ruim 60 procent gestegen tot 491 miljoen euro. Ook over 2014 waren de cijfers positief. Volgens bedrijfseconoom Harold van der Meulen, auteur van het rapport, is het „bijzonder dat een sector ondanks de economische crisis zo is gegroeid.” Hij concludeert dat de groei komt doordat bedrijven zich steeds verder specialiseren.

Welzijnseisen

Toen Hardeman de Eekhoeve dertig jaar geleden overnam van zijn vader, draaide het bedrijf om varkens, kippen en runderen. Hij kon in dit gebied niet verder uitbreiden. Voor de dieren kwamen steeds meer welzijnseisen. Geleidelijk ging hij andere dingen doen. De varkens en runderen gingen naar de slacht, 1.500 legkippen bleven over.

Hardemans vader verkocht in de oorlog aardappelen en eieren. Zoon blies dat nieuw leven in en begon ook met de verkoop van kaas, melk en advocaat. En hij ging kinderfeestjes organiseren. Dat liep erg goed: soms waren er wel zestig per week. Die waren altijd op woensdag, vrijdag of zaterdag. Dat liet ruimte op de andere dagen.

Gestopt met kinderfeestjes

Hardeman: „Elf jaar geleden kwam ik op een zorgboerderij, dat wilde ik ook graag doen. We begonnen met één dame, nu hebben we tachtig deelnemers per week.” De zorgboerderij werd zo druk, dat Hardeman daarvoor koos en stopte met de kinderfeestjes.De zorgboerderij zorgt voor inkomsten via de persoonsgebonden budgetten (pgb’s) van de deelnemers. Ook komen er vergoedingen voor zorg en begeleiding uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

Hardeman heeft twaalf man personeel in dienst. Zes van hen zijn gediplomeerd in de zorg en begeleiden de cliënten. De andere zes staan in de winkel, kloppen de eieren voor advocaat of pakken spullen in. Vrijwilligers helpen waar nodig.

Dat boerderijen zich „steeds meer openstellen”, is volgens bedrijfseconoom Van der Meulen ook van maatschappelijke betekenis. „Stadsmensen kunnen op de boerderij iets leuks doen en meteen boodschappen mee naar huis nemen. Ze weten dan ook waar producten vandaan komen.”

Konijnenhoek

Maar is Hardemans nog wel boer? Nee, zegt hij: „ik noem mij ondernemer”. Hij stuurt personeel aan, zorgt dat het bedrijf op rolletjes loopt, als een manager. Een paar jaar geleden volgde hij er speciaal een cursus economie voor, als aanvulling op de Landbouwschool die hij vroeger heeft gedaan. Mist hij het boer-zijn? Ach. „Vorige week heb ik een konijnenhok getimmerd, dan ben ik weer even met mijn handen bezig.”

De zorgboerderij zit nu met tachtig cliënten vol. Dit jaar komt voor het eerst de meeste winst van andere activiteiten. „De inkomsten van de Landwinkel, het theehuis en de verwerking van producten bezorgen mij een goed inkomen”, zegt Hardeman.

Over acht weken begint de bouw van een extra onderkomen voor de cliënten. Hardeman werkt ook aan een grotere ruimte voor de bereiding van advocaat en andere producten. De zorgboer wil toch iets blijven maken – misschien heet hij straks advocaatboer.