Een kapotte stad vol zwarte kraaien

Deze Syriër ontving voor zijn vorige roman de Prijs voor Arabische Fictie. Rode lijn in zijn nieuwe boek is de ontwrichting van een familie en de definitieve ondergang van Aleppo.

Moskee in Aleppo na de verwoesting 31 maart j.l. Foto Salih Mahmud Leyla/Anadolu Agency/Getty Images

‘Tweehonderd jaar lang is Aleppo het slachtoffer geweest van veranderingen die de stad van haar ziel en de Syriërs van hun dromen beroofden’, zei Khaled Khalifa vorig jaar in een interview met Ahram Online, ‘maar tegenwoordig gaat het om de vraag hoe je in leven kunt blijven’.

Khalifa (1964) werd geïnterviewd omdat zijn roman Er zijn geen messen in de keukens van deze stad genomineerd was voor de Internationale Prijs voor Arabische Fictie, een prijs die hij eerder ontving voor De poorten van het paradijs. Uiteindelijk kreeg hij de prijs niet voor de tweede keer, wél viel hem de prestigieuze Nagieb Mahfoez-medaille voor literatuur ten deel.

De poorten van het paradijs was een roman over een meisje dat opgroeit bij drie van haar tantes en toetreedt tot de fundamentalistische moslimbroederschap. Khalifa baseerde het verhaal op wat hij tijdens zijn jeugd in Syrië meemaakte, de machtsovername van de Ba’ath-partij in 1963 en de dictatuur na de staatsgreep van 1970, waarbij Hafed al-Assad staatshoofd werd. Na zijn dood in 2000 werd hij opgevolgd door zijn zoon Bashar. Het boek kwam niet door de censuur, maar was wel buiten de grenzen van Syrië verkrijgbaar.

In de nu door Djûke Poppinga uit het Arabisch vertaalde roman, schetst Khalifa ons weer een indringend panorama van de Syrische samenleving, ditmaal aan de hand van de lotgevallen van een verscheurde familie. In het hart van het boek bevindt zich opnieuw de plek waar Khalifa werd geboren, Aleppo, een stad waarvan nu weinig meer dan ruïnes over zijn. Wat voor leven heeft de ‘gewone’ inwoner van Aleppo rond 2000 geleid? Hoe beleefde hij het escalerende conflict, het toenemende geweld, de teloorgang van zijn stad?

Gekoesterde dromen

Khalifa presenteert nergens duidelijk de achtergrond van zijn verhaal, geeft nauwelijks toelichting op de politieke situatie in zijn land, verwijst zelfs nergens met naam en toenaam naar de machthebbers. Integendeel, hij duikt in het dagelijks leven van zijn personages, in een maalstroom van gekoesterde dromen en gefnuikte verlangens, een draaikolk van dagelijkse gebeurtenissen, van ruzie, angst en onbegrip.

Als een bezetene voert Khalifa de lezer mee in het dagelijks leven van Sausan, haar moeder en haar broers. Voortdurend wisselt hij van perspectief, van de een schakelt hij naar de ander, naar een ik-persoon, vaak doet hij dat middenin een scène en plots neemt het verhaal een andere wending. Je kunt eraan aflezen dat Khalifa ook scenarist is voor Syrische televisieseries.

Zijn stijl staat veraf van de vaak logische opgebouwde romans uit de westerse traditie. De chaotische wereld die hij schetst wordt weerspiegeld in de verwarrende en ontregelende compositie. Personages worden in een razend tempo opgevoerd, verdwijnen en keren terug. Al eerder beschreven gebeurtenissen komen opnieuw langs, als in een spiraal, waardoor je als lezer de greep op het verhaal verliest, en je de grond onder je voeten voelt wegvallen. En dat lijkt precies de opzet van Khalifa. Het is datgene wat de inwoner van Aleppo overkomt.

De moeder in de familie die de auteur opvoert is een lerares die wordt verlaten door haar hardhandige man. Hij vertrekt met een Amerikaanse naar New York en laat nooit meer iets van zich horen. Ze blijft achter met vier kinderen, een jong meisje dat ‘de hele nacht ligt te schreeuwen als een eenzame jakhals in de bergen’ en vroeg sterft, een oudere dochter die bij tijd en wijle ieder moreel kompas verliest, een zoon die in de voetstappen treedt van haar homoseksuele en muzikale broer en een naamloze zoon die optreedt als de verteller in het weefsel van verhalen.

De moeder, kleindochter van een aristocraat die zijn leven wijdde aan de Syrische spoorwegen, heeft het gevoel dat haar leven bestaat ‘uit een verzameling van onherstelbare fouten’. Dochter Sausan zwabbert door het leven, wordt prostituee, minnares van een hoge militair, lid van de partij, overloper, verrader, laat haar maagdenvlies herstellen in de hoop op een nieuw zuiver leven en voelt zich vaak verlaten ‘als een treinstation dat zo uitgestorven is dat de luizen er met gemak op het perron hun eieren kunnen uitbroeden’.

De verteller studeert af aan de letterenfaculteit, vervult zijn militaire dienstplicht en zoekt naar de betekenis van zijn leven. Hij heeft ‘de pech’ een leven te moeten leiden dat ‘parallel loopt aan de partij’, dat ‘verbonden is met de coup en de machtsovername’, ‘een bestaan naast de partij zonder dat onze wegen elkaar ooit hebben gekruist’. Wat hij observeert doet hem denken ‘aan schimmels in vochtige kelders, die aanvankelijk prachtige plaatjes opleverden, maar zich vervolgens verspreidden en in alle lagen van de atmosfeer doordrongen, waardoor stembanden werden aangetast en kelen werden dichtgesnoerd’. Seksuele verlangens worden onderdrukt, geweld is overal, perverse aberraties vieren hoogtij.

Gestrafte stad

Rode draad in de verhalen is de ontwrichting van de familie en de definitieve ondergang van Aleppo, een ‘prachtige stad die was veranderd in een naar soldaten en partijkameraden stinkende puinhoop’, ‘een gestrafte stad vol zwarte kraaien’, een stad geregeerd door haat. Huizen veranderen in grafkelders, de stad wordt ‘verstikt door de geuren van de dood’. ‘Op de gezichten van de mannen en vrouwen die aan het einde van de dag terugkeren naar hun huizen’ is angst af te lezen. Iedereen leeft in een cocon die ‘naar de ondergang zou leiden’. Een man steekt zijn gezin in brand. Het is beter dan wachten tot ze van honger sterven. Wanhopig roept hij uit: ‘Zijn er dan geen messen in de keukens van deze stad?’

Ondanks de fysieke agressie waarvan Khalifa, net als andere Syrische auteurs, slachtoffer werd, blijft hij in Damascus wonen. Als woordvoerder van het Syrische volk, dat lijdt onder het regime, beschouwt hij zwijgen als een schande. Net als Samar Yazbek in haar boek Onder vuur, net als Moustafa Khalifé, die het aandurfde de verschrikkingen van politieke gevangenen te beschrijven, schrijft Khalifa tegen het vergeten. Hoe heeft het in Syrië zover kunnen komen? Dat is wat Khaled Khalifa ons in zijn werk laat zien.