Column

De Chinese Bijenkorf

Het is lente. Chinees is de voertaal in de Amsterdamse Bijenkorf. Door de intercom zegt een geruststellende vrouwenstem in het Mandarijn: „Geniet van belastingvrij winkelen wanneer u 50 euro of meer besteedt.”

Een jongen praat hard in zijn telefoon, een gids met een groen vlaggetje spreekt een groep ouderen toe, twee vrouwen achter mij op de roltrap spreken gedempt.

De vrouwen komen uit Kunming. Ze zijn voor het eerst in Nederland. Li Jingqing is journalist bij een tv-station. Ze heeft een Just Cavalli-zonnebril in haar haar. Haar vriendin heeft de rugzak voor haar buik hangen. Ze dragen gemakkelijke schoenen en windjacks. Comfort over style – niet de gedisciplineerde elegantie van de vrouwen in een Wong Kar-wai-film. „We móéten winkelen”, zeggen ze.

Ik volg ze, naar de kinderafdeling waar ze een stapel Benetton-shirts afrekenen, naar de Louis Vuitton-shop waar Li een Speedy van 970 euro koopt – „onze klassieker”, zegt de verkoopster die „tweeënhalf” Chinees dialect spreekt, en ze zegt erbij: „Je moet wel, hè.” Chinezen zijn dol op Vuitton en Chanel. Li’s vriendin koopt twee Michael Kors-tassen, een voor haar zus.

De Chinese klanten zijn op dit moment na de Nederlandse bij de Bijenkorf in de meerderheid. Vorig jaar bezochten een kwart miljoen Chinezen Amsterdam; vorige maand besteedden zij ruim de helft van wat buitenlandse toeristen hier uitgeven. Gemiddeld 573 euro per persoon. Gegevens die het bureau Amsterdam marketing koortsachtig verzamelt. De stad voegt zich naar de nieuwe toeristen. De Bijenkorf heeft tien gastvrouwen en gastheren in de winkel rondlopen die Mandarijn spreken. Russen en Indonesiërs worden in hun eigen taal geholpen.

„Na de bovenlaag uit Peking en Shanghai komt nu de middenklasse”, zegt Jianjie Huang, een Nederlandse Chinees die in de Tax Free Lounge van de Bijenkorf werkt. „Dit zijn de inwoners van kleinere steden als Chengdu en Kunming.” Ze logeren in Postillion Hotels of Van der Valk, brengen hun eigen lunch mee naar de Dam, bestellen kraanwater in een restaurant en geven al hun geld uit in een outlet in Roermond of Maastricht en bij de Amsterdamse Bijenkorf. „Vaak zijn ze maar zes tot acht uur hier”, zegt Machteld Ligtvoet van Amsterdam marketing.

Li Jingqing heeft ook Louis Vuitton-tassen uit Parijs en Milaan. Daar zijn weer net andere modellen te krijgen. „Maar altijd zeker de helft goedkoper dan in China.” „Luxegoederen zijn bij ons onbetaalbaar.” „En hier gaat er ook nog belasting vanaf”, zegt haar vriendin.

Dan gaan ze naar de vierde verdieping. Langs de reisafdeling waar ze eerder kapitale Rimowa-koffers kochten. De roze hemel in, de Tax Free Lounge, waar toeristen van buiten Europa sinds deze maand de btw terug krijgen – een van de maatregelen om nog meer toeristen uit Azië te lokken. Ze krijgen 13 procent contant uitbetaald. Als Jianjie Huang de vrouwen uitlegt dat zij in Amsterdam te veel betaalde belasting in Londen en Milaan alsnog kunnen terugkrijgen, staan ze te juichen naast de roze bank.

Het kan zo weer afgelopen zijn met de Chinezen. „Eerst kwamen ook de Russen hier massaal naartoe”, zegt Ligtvoet van Amsterdam Marketing. Die waren vooral dol op Fendi. Door de economische crisis is het aantal Russen het afgelopen jaar met 15 procent gedaald. Wat dat betekent voor de Bijenkorf? Vuitton kan uitbreiden, Fendi niet.