De Afghaanse tolk mag tóch blijven

Geen enkeltje Afghanistan, maar een verblijfsvergunning. De Afghaanse tolk Abdul Ghafoor Ahmadzai wordt niet uitgezet. „Ik ben de mensen die me geholpen hebben eeuwig dankbaar.”

Foto Ans Brys

„Ik kan mijn leven opnieuw beginnen”, zei Abdul Ghafoor Ahmadzai kort nadat hij gisteren had gehoord dat hij tóch in Nederland mag blijven. In plaats van de uitzetting naar Afghanistan, die hem vorig jaar in het vooruitzicht werd gesteld, krijgt hij een verblijfsvergunning. „Ik ben zo ontzettend blij, ik kan wel dansen.” Met toestemming van staatssecretaris Klaas Dijkhoff (VVD) heeft de IND hem een A-status als vluchteling gegeven.

Slopende onzekerheid was zijn leven lang constant aanwezig bij Abdul Ghafoor Ahmadzai (32). Hij groeide op in door oorlog verscheurd Afghanistan. Deed daar werk als tolk voor militairen uit Nederland en de Verenigde Staten. En werd om dat werk bedreigd, nadat Talibaan eerst zijn broer vermoorden, zo vertelde hij afgelopen zomer in een interview met nrc.next. Na die dreigementen vluchtte hij in 2010 naar Europa, waar hij rondzwierf en zonder succes asiel aanvroeg in Noorwegen. Vorig jaar kwam hij in een wanhoopspoging naar Nederland. Dat land had hij immers gediend in Afghanistan, misschien zou dat hem opvangen.

Asielaanvraag toch behandeld

Maar de immigratiedienst IND keek niet eens naar zijn verzoek: eerder asiel aangevraagd in een ander Europees land betekent hier geen kans. „Bijzondere, individuele omstandigheden”, waarin uitzonderingen gemaakt kunnen worden, vond de IND hier niet van toepassing. Nederland heeft ook niet, zoals veel andere westerse landen, een regeling voor asielzoekers die voor het leger getolkt of gewerkt hebben.

Ook Fred Teeven (VVD), toen nog staatssecretaris van Asiel, leek niet gevoelig voor zijn interview in de krant, politieke ophef, een petitie om hem te laten blijven en een oproep van een militaire vakbond. Pas na onrust in coalitiepartij PvdA besloot Teeven dat de aanvraag toch inhoudelijk behandeld kon worden. Eind september gaf Teeven hem een kans te bewijzen dat hij in Afghanistan nog steeds gevaar loopt.

De onzekerheid nam alleen maar toe. Zijn vrouw in Afghanistan was hoopvol en vroeg wanneer zij en hun twee kleine kinderen ook mochten komen. De verwachting was dat binnen enkele weken een beslissing zou vallen. Het werden zeven maanden.

Nog even geen familiehereniging

Zeven maanden maakte Ahmadzai zich zorgen en was ongelukkig in een Limburgs asielzoekerscentrum. Hoe overleefde zijn familie zolang hij niet kon werken, wat in Noorwegen tijdens zijn procedure wel had gemogen? Zou de toestroom van vluchtelingen uit Syrië zijn kansen kleiner maken? Soms stuurde hij berichtjes dat hij „heel erg zenuwachtig was”, andere dagen was hij „hoopvol, want hoop is het enige in mijn leven dat ik zelf in de hand heb”.

De vertraging kwam deels omdat zijn dossier uit Noorwegen moest overkomen en vertaald moest worden, maar ook omdat in de afgelopen weken toestemming van staatssecretaris Dijkhoff moest komen voor het definitieve besluit.

Een motivering voor de beslissing hebben de IND en het ministerie niet gegeven. „Maar uit het feit dat hij de A-status van vluchteling krijgt, kun je opmaken dat zijn verhaal dat hij gegronde vrees heeft voor zijn leven geloofd wordt”, zegt Ahmadzai’s advocaat Wil Eikelboom. Dit betekent ook dat Ahmadzai zijn vrouw, zoon en dochter ook naar Nederland kan laten komen. Al kan het „nog maanden duren” voordat zij een visum krijgen, zegt Eikelboom.

Ahmadzai zelf is overweldigd door emotie. „Na vijf jaar ellende kan ik eindelijk weer nadenken over een toekomst. Ik ben Nederland en de mensen die me geholpen hebben eeuwig dankbaar.”