Alles van de kip, in een kippenhok vol gekakel

Foto Rien Zilvold

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik mijn twijfels heb over het populaire one issue-restaurant, een zaak waar één item de hoofdrol speelt (kip, mosselen, hamburger). Voor de ondernemer is het buitengewoon handig, je hoeft maar in één ding goed te zijn en de moderne, snel verveelde restaurantgast hopt toch gauw door naar de volgende gril. Maar hoeveel rotisseriezaken die nu het licht zien, zijn over pakweg vijf jaar nog in bedrijf?

Guts & Glory is zo’n one issue-zaak, maar ook weer niet helemaal: dit half jaar is het allemaal kip op de kaart; in juni schakelen ze over op vis en daarna komen het varken en de koe aan de beurt.

Om in de gevogeltesfeer te blijven: Guts & Glory klinkt als een kippenhok. De akoestiek is verre van ideaal, bij de inrichting van de stoer-moderne zaak zijn alleen harde materialen gebruikt en op deze drukke zaterdagavond moet ik me over de tafel buigen om me verstaanbaar te maken.

In deze kakofonie van gekakel draaft de bediening chaotisch heen en weer, trap op, trap af, en – ook al zijn ze vriendelijke en behulpzaam – er lijkt geen enkel beleid in te zitten. De wijn (die goed is, maar sommige wijnen zijn per glas wel behoorlijk aan de prijs) komt laat, de menukaart ook, het duurt lang voor ons eerste gerecht op tafel verschijnt, bestellingen worden vergeten. Bij het tafeltje naast ons ontstaat verwarring over de reservering, twee Amerikanen krijgen de administratieve rompslomp van het reserveringssysteem uitgeserveerd. Ze voelen zich ongemakkelijk, ze hadden toch écht een bevestiging gekregen. Gelukkig dat de bediening het later toch nog goedmaakt. Maar er gaat dus veel mis.

Gelukkig gaat het met het eten beter. Na een opwekkende amuse, tom kha kai (Thaise kippensoep), gaan we van start met een eitje met Hollandaise saus, gerookte borst, little gem en haringkuit (10,50) en kippenvleugel met kerrie, papadum, boontjes, aardappel, zuur en crème van Madame Jeanette (hete peper, 9,50).

Bij het ei – heerlijk krokant gefrituurd – willen we wel extra betalen voor het supplement kaviaar dat op een wit lepeltje op ijs wordt geserveerd. Later zien we 15 euro extra op de rekening. Oef… eigen schuld, dikke bult.

Overigens komt naast de kaviaar toch ook haringkuit op het ei en da’s nou jammer: confectie en couture in één gerecht. De vleugel is lekker, comfortfood, en goed pittig ook, maar komt lauw op tafel.

Bij hoofdgerechten is het gemakkelijk kiezen: de hele Bresse kip moet van tevoren gereserveerd worden (75,-), blijft dus over een hele of halve polderhoen (18,50 voor een halve). We nemen ieder een halve (een poot en een dij) met samen één portie friet (4,50) en één portie sla (3,50).

Het is meer dan voldoende, aan het einde van de avond gaat de dij mee in een doggybag. De kip heeft voor het urenlang garen een pekelbad gehad met als gevolg een licht zoute smaak waarmee ie is doortrokken. Te zout, naar mijn smaak, maar mijn tafeldame vindt het prima. Het heeft een lekker krokant velletje, de kip is nog even in de pan geweest en de jus en de salsa verde gaan er goed bij. De friet is in ossewit gebakken; lekkere friet, niks mis mee.

Omdat we eigenlijk verzadigd zijn, nemen we samen één toetje en dat hadden we niet willen missen: appel met zoute caramel, noten en vanille-ijs en daarop een krokantje van kippenhuid (9,-)… heel grappig en lekker.

Al met al komen we uit op een ruime voldoende, vooral dankzij de goed gemaakte, creatieve gerechten die door de bank genomen prima smaken. Als de zwarte brigade nu ook nog goed begeleid wordt en de akoestiek wat wordt opgekalefaterd met schuim of eierdozen (ei!), dan komen we in de vistijd nog eens terug.