TivoliVredenburg krijgt orgel met onzichtbare pijpen

Impressie grote zaal met orgel. Beeld Architectuurstudio

De Grote Zaal van het Utrechtse muziekcentrum TivoliVredenburg krijgt een orgel dat niet als zodanig is te herkennen. Na de oplevering door de Utrechtse orgelbouwer Van Vulpen in 2017 zal er geen orgelpijp te zien zijn, een vloek in de kerk van de orgelliefhebbers. Het instrument, deels liggend op een lage galerij vlak achter het podium, krijgt een houten overkapping. Tal van ronde gaten maken de muziek hoorbaar in de zaal. Het ontwerp van die nauwelijks opvallende kap is van Herman Hertzberger (82), de architect van de zaal.

In de nu gepresenteerde plannen heet het orgelontwerp „uniek”, een „wereldprimeur” waarmee TivoliVredenburg internationaal een „pioniers-positie” zal innemen. Het instrument zelf, ontworpen door orgeladviseur Peter van Dijk, is volgens hem bij uitstek geschikt voor solowerk en begeleiding van muziek uit de Barok tot aan de vroege Romantiek. Er is overleg geweest met de vaste gebruikers van de zaal, zoals het Festival Oude Muziek en de Nederlandse Bachvereniging.

Al in 1977, bij de bouw van het Muziekcentrum, werd gediscussieerd over een concertorgel, waarvoor ook geld bijeengebracht werd. Dat is nu aangegroeid tot 450.000 euro. Een groot symfonisch orgel was niet onder te brengen in de achtkantige zaal, tenzij veel zitplaatsen werden opgeofferd. Hertzberger: „Dan maar geen orgelconcert van Saint-Saëns.”

In 2012 werd het dossier van een halve meter weer tevoorschijn gehaald. Het kwam tot een plan met een beperkte omvang in de slechts 2,2 meter hoge galerij, waarbij de lange houten pijpen (tot drie meter) horizontaal worden gelegd. De organist zit aan het linker uiteinde.

Het nieuwe mechanische orgel met 15 registers krijgt zo’n 1.000 pijpen. Het is daarmee veel groter dan de nu gebruikte kistorgels, maar veel kleiner dan de grote instrumenten waarop Bach speelde. De orgelstemming zal flexibel zijn, voor het klankkarakter wordt uitgegaan van de Duitse traditie in Westfalen en het Rijnland. Daarin zijn invloeden uit Duitsland, Frankrijk en Italië verenigd. Daarmee kan het orgel breed worden ingezet.